Wat zijn de uitdagingen voor gemeenschappen op het platteland?

Gemeenschappen op het platteland zijn het zwaarst getroffen door het gewapend conflict en leven in de greep van het geweld. Ze worden nog steeds van hun gronden verjaagd, of hebben door het geweld geen andere keuze dan te vluchten en hun gronden achter te laten.

Er zijn drie grote bevolkingsgroepen op het platteland: inheemsen, Afro-Colombianen en de (etnisch gemengde) boerenbevolking. Zij willen een toekomst in vrede uitbouwen op het grondgebied dat hen toebehoort. Met respect voor hun eigen visie op ontwikkeling en ondersteuning van economische alternatieven zoals agro-ecologische landbouw.

Maar bovenop het gewapend conflict en criminele activiteiten bemoeilijkt ook het economisch beleid van de regering (grootschalige ontginning van grondstoffen, energieprojecten en agro-industrie) duurzame vrede op het platteland. Dit economische model brengt grote druk met zich mee op het grondgebied van gemeenschappen en leidt tot talrijke nieuwe mensenrechtenschendingen. In 2014 werden 45 mensenrechtenactivisten vermoord. Tussen januari en juni 2015 waren er al 34 moorden.

In 2011 nam de regering de Wet inzake Slachtoffers en Restitutie van Gronden aan. Ze zet op die manier een eerste stap richting landhervorming en reparatie van de slachtoffers van het conflict (dit omvat teruggave van gronden en 'veilige terugkeer' naar het oorspronkelijke grondgebied).

Maar er zijn verschillende obstakels voor de effectieve implementatie van de wet. Naast de economische agenda vormt ook de straffeloosheid in het land een grote uitdaging: de verantwoordelijken voor illegale grondtoe-eigening mogen niet vrijuit gaan, en er is meer politieke wil nodig voor een structurele landhervorming.