U bent hier

Wat is honger?

Volgens het wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties lijdt iemand honger, of nog, is iemand chronisch ondervoed, wanneer hij of zij gedurende minstens een jaar minder dan 2100 kcal per dag opneemt.

Volgens de meest recente cijfers hadden in 2016 815 miljoen mensen honger. Dat is 1 op 9. De internationale gemeenschap heeft zich geëngageerd in de tweede Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling, de SDG’s (Sustainable Development Goals), om tegen 2030 honger de wereld uit te bannen.

Is honger hetzelfde als ondervoeding?

Neen, het kan perfect dat je dagelijks voldoende kilocalorieën opneemt maar toch ondervoed bent. Eet iemand te eenzijdig, bijvoorbeeld door altijd koolhydraten uit mais, rijst, aardappelen of maniok te consumeren? En kan die onvoldoende variatie brengen in het dieet? Dan ontwikkelt die persoon op termijn een tekort aan essentiële voedingsstoffen.

Men spreekt van tekort aan macronutriënten: vetten, eiwitten en koolhydraten, of een tekort aan micronutriënten: vitaminen en mineralen. In het Engels dekt de term 'malnutrition' daarom zowel ondervoeding als overvoeding (overgewicht en obesitas), omdat je in beide gevallen - slecht - gevoed bent.

Wat is hongersnood?

Hongersnood is acute voedselschaarste in een bepaald gebied. De Verenigde Naties spreken van hongersnood wanneer aan de volgende criteria voldaan is: minstens 20% van de huishoudens ondervindt acute voedseltekorten, 30% van de bevolking is acuut ondervoed en het aantal sterfgevallen is hoger dan 2 per 10.000 inwoners per dag.

Hongersnood is vaak het gevolg van gewapende conflicten en natuurrampen zoals langdurige droogte. Vandaag heerst er hongersnood in Zuid-Soedan en Jemen.

Wat zijn de oorzaken van honger en ondervoeding?

De echte oorzaken van honger zijn armoede en ongelijkheid, niet een gebrek aan voedsel. Er wordt vandaag meer dan voldoende voedsel geproduceerd in de wereld. Voldoende om 10 miljard mensen te voeden. Sommige studies hebben het zelfs over 12 miljard mensen.

Meer dan de helft van de mensen in de wereld die honger lijden, zijn zelf boer. Ze slagen er niet in om voldoende voedsel te produceren voor hun gezin. Daarnaast hebben ze ook geen geld om extra voedsel te kopen.

Er wordt in ontwikkelingslanden veel te weinig geïnvesteerd in rurale ontwikkeling. Dan hebben we het over scholen, gezondheidszorg, goede wegen, lokale markten en winkels, verwerkingsindustrie. 

Daarnaast is er in de meeste ontwikkelingslanden ook geen systeem van sociale bescherming. Om dat te financieren moeten belastingen geïnd worden en ook dat is vaak niet het geval.

Waarom slagen boeren in ontwikkelingslanden er niet in voldoende te produceren?

Men zegt dat deze boeren aan overlevingslandbouw doen. Ze produceren namelijk net genoeg om te overleven, maar niet voldoende om er waardig van te leven. Vaak is er amper overheidssteun voor deze kleinschalige landbouwers.

Als die er wel is, gaat de steun naar gewassen die de overheid kan exporteren, zoals koffie, thee, tropisch fruit, cacao, katoen… Waarom? Omdat de verkoop daarvan harde valuta in de staatskas brengt.

Maar bij tegenvallende oogsten of lage prijzen op de mondiale voedselmarkt blijven boeren achter zonder geld en zonder eten.

Zetten de boeren dan beter in op voedsel dat ook bij ons wordt geproduceerd, zoals tomaten, uien, kippen en graan? Dan riskeren ze hun producten aan de straatstenen niet meer kwijt te raken, wanneer de markt overspoeld wordt door goedkopere, gesubsidieerde import van bij ons.

Zelfs als boeren prioriteit geven aan hun eigen voedselproductie kan er nog heel wat fout gaan. Ze hebben weinig grond, die met elke nieuwe generatie nog meer versnipperd raakt. Bovendien hebben ze die grond noodgedwongen nagenoeg uitgeput, waardoor de opbrengsten per hectare afnemen.

En dan is er nog de klimaatverandering, waardoor de regen alsmaar onvoorspelbaarder en grilliger wordt, droogte afwisselt met overstromingen en oogsten mislukken.

Wat zijn de gevolgen van honger en ondervoeding?

Wanneer kinderen jonger dan 5 jaar honger lijden of  ondervoed zijn, dragen ze de gevolgen daarvan de rest van hun leven mee. Hun hersenontwikkeling wordt belemmerd.

Daardoor zullen ze het minder goed doen op school en later op het werk. Ook zijn deze kinderen vatbaarder voor infectieziektes. 1 op 4 kinderen wereldwijd en 11 % van de wereldbevolking is ondervoed.

Ook voor volwassenen zijn honger en ondervoeding nefast. Ze hebben minder energie of worden vaak ziek. Dat beïnvloedt hun werk en zo houden ze de armoede- en hongercirkel in stand. Ze slagen er niet in te profiteren van de kansen op ontwikkeling en vooruitgang die zich aandienen.

Wat zijn de gevolgen van overvoeding?

Tussen 1980 en 2014 noteerde men een verdubbeling van het aantal mensen die lijden aan obesitas. Vandaag worstelen 600 miljoen of 13% van de volwassenen in de wereld met obesitas. De trend stijgt wereldwijd snel, ook in ontwikkelingslanden.

De belangrijkste redenen daarvoor? In de eerste plaats is verwerkt voedsel, rijk aan vet en suiker, alomtegenwoordig in onze winkels. Daarnaast kennen we nu een levensstijl waarin we alsmaar meer zitten. We werken niet langer op het veld, maar wel aan een bureau. 

De gevolgen van overgewicht en obesitas zijn enorm, zowel voor de betrokken mensen als voor de maatschappij. 

Ook obesitas zorgt ervoor dat mensen vaker ziek zijn. En dus ook afwezig op het werk. Ook zo wordt de cirkel van armoede in stand gehouden. Er is veel onderzoek dat aantoont dat overvoeding en ondervoeding twee symptomen van eenzelfde falend voedselsysteem zijn. Ongezond en energierijk voedsel is toegankelijker voor mensen in armoede.  

Waarom worden de fouten in het wereldwijde voedselsysteem dan niet gecorrigeerd?

Voedsel wordt op de foute plek geproduceerd of naar de foute plek getransporteerd. Niet naar waar er honger is, maar naar waar de meeste winst kan worden gemaakt: in het Westen of in opkomende landen. Dus wordt daar ook voedsel verspild.

Ook wordt eetbaar voedsel gebruikt als veevoeder. Of men gebruikt landbouwgrond niet om voedsel te kweken. Wel om gewassen te telen waarmee men veevoeder of biobrandstoffen kan maken. Dit is wraakroepend in een wereld waar zoveel mensen honger lijden.

Toch wordt er niet ingegrepen. De reden daarvoor is de machtsconcentratie in de landbouwvoedselindustrie. Drie megabedrijven zullen binnenkort 60% van de wereldwijde zaadhandel en 70% van de wereldmarkt in synthetische meststoffen en pesticiden in handen hebben.

Bij de handelaars in landbouwgrondstoffen en de voedselverwerkingsindustrie zien we eenzelfde plaatje. 10% van de bedrijven controleert namelijk 90% van de markt. Deze bedrijven krijgen zo heel veel macht en invloed, niet alleen over de boer, de supermarkt en de klant, maar ook over politici.

Zij bepalen de regels van het spel, vaak via sterk georganiseerde lobbygroepen. De inzet van hun spel? Winst maken, niet de wereldbevolking voeden.

Hoe honger en ondervoeding echt de wereld uitbannen?

Door vandaag maatregelen te nemen voor een overgang naar een geheel ander landbouw- en voedselsysteem:

Overheden in ontwikkelingslanden én buitenlandse donoren moeten investeren in rurale ontwikkeling en in de kleinschalige landbouw. Gezond en gevarieerd voedsel moet in de eerste plaats geproduceerd worden door wie het nodig heeft, daar waar het nodig is.

Beleidsmakers moeten steun verlenen aan innovatieve landbouw- en voedselsystemen. Systemen die de productiviteit verhogen zonder daarbij de natuurlijke hulpbronnen te ondermijnen. Dan denken we aan biologische landbouw, agro-ecologie en agroforesterie.

De gangbare, grootschalige en geïndustrialiseerde landbouw pleegt immers massaal roofbouw op niet onuitputtelijke natuurlijke rijkdommen. En die vormen net de basis van elk gezond landbouwsysteem: vruchtbare grond, water, biodiversiteit. Zo zullen we niet in staat blijven om de groeiende wereldbevolking te voeden.  

Beleidsmakers wereldwijd moeten tenslotte de politieke moed hebben om de belangen van de monopoliehouders in de agrovoedselindustrie ondergeschikt te maken aan het recht van elke wereldburger op gezond, gevarieerd en voldoende voedsel.