Ongelijke verdeling van grond

Colombia kent door verschillende historische oorzaken een zeer ongelijk grondbezit: 1 procent van de eigenaars bezit ongeveer de helft van de landbouwgrond. Daarnaast is het platteland altijd gekenmerkt geweest door grote sociale en economische uitsluiting. Bijna de helft van de bevolking op het platteland leeft vandaag nog steeds in armoede.

Strijd voor gelijkheid

In de jaren 1950 ontstonden communistische rebellengroepen (waarvan FARC de grootste en bekendste is), met als doel een eerlijkere verdeling van het grondbezit en de politieke macht af te dwingen via de gewapende strijd. Aan de andere kant staan het leger en de ordediensten, die de rebellen bestrijden.

Daarnaast zijn er ook paramilitairen ('zelfverdedigingsmilities'). Zij werden oorspronkelijk door het leger opgericht om het 'vuile werk' op te knappen in de strijd tegen de rebellen. Vaak zijn paramilitairen verbonden aan grootgrondbezitters of andere economische machtshebbers. Er zijn ook banden tussen paramilitairen en de politieke elite.

Grond blijft voedingsbodem conflict

Deze verschillende partijen strijden nu al meer dan 50 jaar om de controle over het grondgebied. Ideologische motieven hebben zich in de loop van het conflict vermengd met economische belangen.

Zo hebben zowel de FARC als paramilitairen banden met drugshandel en illegale mijnbouw. Ook bepaalde grootgrondbezitters en bedrijven profiteerden rechtstreeks of onrechtstreeks van het conflict en konden veel grond bemachtigen.

Tussen 2000 en 2012, de periode van het militaire programma 'Plan Colombia' (financieel gesteund door de Verenigde Staten), werden de FARC sterk teruggedrongen.

Vandaag zouden er nog een 7000-tal actieve strijders zijn. Tussen 1958 en 2012 kwamen in de burgeroorlog minstens 220.000 mensen om het leven, waarvan 80 procent burgers. Ongeveer 6 miljoen Colombianen zijn binnen het land op de vlucht.

Wie zijn de schuldigen?

Alle partijen begingen oorlogsmisdaden. Paramilitairen zijn verantwoordelijk voor meer dan de helft van de moorden, en voor het grootste deel van de gevallen van gewelddadige grondtoe-eigening. In 2005 werden zij officieel gedemobiliseerd en kregen ze amnestie verleend, maar op het terrein blijven ze opereren.

De regering noemt de overblijvende paramilitaire groeperingen vandaag 'criminele bendes' en erkent ze niet als een officiële partij in het conflict.

De boeren in Colombia moeten zelf kunnen beslissen over hun grond. Enkel dan is vrede mogelijk.

Fanny en de grote landbouwbedrijven

Fanny in ColombiaFanny is boerin. Maar veel land heeft ze niet. Met amper één hectare moet haar gezin rondkomen. “Met wat we oogsten leven we niet. We overleven.” In Colombia is nochtans geen tekort aan grond. Hij is enkel erg ongelijk verdeeld. 

Lees het verhaal van Fanny.