23 maart 2020

Water een mensenrecht?

Wouter Vandenhole is professor en internationaal erkend expert in de mensenrechten én voorzitter van Broederlijk Delen. In het kader van Wereldwaterdag op 22 maart vroegen we zijn mening over het recht op water.

De essentie van de mensenrechten

Volgens Wouter kan je mensenrechten definiëren als normen die ontstaan vanuit de basiswaarde van menselijke waardigheid. Dat is de essentie. Om met deze normen te kunnen werken werd er een juridische vertaalslag aan gegeven, die al dan niet dicht bij die kernwaarden van de menselijke waardigheid blijft, maar waar we altijd naar moeten terugkeren. Bovenop die essentie van menselijke waardigheid kan je natuurlijk nog veel lagen leggen. Zo werd er lang gediscussieerd over het recht op water. Dat werd pas op 28 juli 2010 door de Algemene Vergadering van de VN als een mensenrecht erkend. Het is nog steeds omstreden.

Water als mensenrecht

Vanuit menselijke waardigheid is water heel duidelijk een mensenrecht. “Als we terugkoppelen naar die basiswaarden, kan je zeggen dat toegang tot water van een zekere kwaliteit essentieel is, puur voor het fysieke leven, op een soort overlevingsniveau. Maar daarnaast zie je dat water natuurlijk ook in termen van waardigheid en niet louter overleven een belangrijke functie heeft. Naar persoonlijke hygiëne, bijvoorbeeld, en naar een zeker levenscomfort. In dat opzicht heb je daar een aantal belangrijke voorwaarden die voldaan zijn om dat recht op water als een mensenrecht te erkennen vanuit die basiswaarden van de menselijke waardigheid”, aldus Wouter Vandenhole.