Een half jaar na mijn eerste bezoek aan El Pilón, een dorpje in Cauca, Colombia, dat getroffen wordt door een mijnbouwbedrijf, keer ik terug. Het bedrijf graaft materiaal op van de bodem van de rivier. Dit heeft schadelijke gevolgen voor de natuur en de bewoners van El Pilón.

Het eerste wat me opvalt, is dat alles uitgedroogd is. Bruine heuvels, stro waar groene grasvelden waren, bomen zonder bladeren met uitgedroogde vruchten… Het is al verschillende maanden zomer. Dit wil zeggen dat het niet of amper regent.

Aan de slag

Tijdens het huidige bezoek van ‘Justicia y Paz’, een organisatie die samenwerkt met Broederlijk Delen, brengen we enkele boerderijen in kaart. Het hele gebied is getroffen door de werken van het bedrijf. We doen gps-metingen. Samen met de boeren maken we een inventaris op van wat ze cultiveerden en wat er nu nog overblijft.

Het bedrijf verandert de loop van de rivier hoe het hen uitkomt

De boeren bezitten geen officieel eigendomsbewijs van hun grond. Veel boeren kwamen zo’n 40 jaar geleden toe in het gebied. Door jarenlang het terrein te cultiveren, bezitten ze de grond. Met de gegevens die ze met ‘Justicia y Paz’ verzamelen kunnen ze bij een notaris hun bezit officieel maken. Het is belangrijk dat de boeren een bewijs hebben van hun eigendom, anders kan het mijnbouwbedrijf de grond inpikken. Door het verzamelwerk dat de boeren verrichten met de mensen van ‘Justicia y Paz’, staan ze sterken tegenover het mijnbouwbedrijf.

De volgende dag doen we metingen in de rivier zelf. Door de graafwerken ontstaan putten, waar het water in blijft staan. Het bedrijf verandert de loop van de rivier hoe het hen uitkomt. De loop is zo’n 40 à 50 m verplaatst in de afgelopen maanden. De metingen zijn bedroevend. De rivier is nog slechts 2 tot 3 m diep. Er zit amper stroming in het water. De vochtigheid vlak naast de rivier is erg laag, het is er kurkdroog.

Een (landbouw)paradijs

Vroeger hingen de bomen vol mango’s, limoenen, avocado’s, mandarijnen, bananen, cacao… De boeren teelden papaja’s, aardappelen, yucca’s, maïs, pinda’s… ‘Het was een schoonheid. Als iemand honger leed, was dat omdat hij honger wilde lijden. Het eten lag voor het grijpen.’

Bij het horen van de verhalen van de boeren, leek het gebied wel een landbouwparadijs. De oogst was voor eigen gebruik, de rest werd verkocht. Er was ook een bloeiende ruilhandel tussen de boeren. Een traditie die samen met het water is verdwenen. Vanaf 2008 zagen de boeren hun opbrengsten systematisch verminderen.

Alle boerderijen worden getroffen door de uitgravingen van de rivier. De grond in en naast de rivier wordt omgewoeld waardoor het water dieper in de grond trekt en de bovenste laag aarde kurkdroog wordt. Vroeger was er water te vinden op 1 m diepte, nu zit het water op 3 à 3,5 m. Door de manipulatie van de rivier door het bedrijf, overstroomde het gebied eerst waardoor de vruchtbare bovenlaag werd meegesleurd. Daarna trok de rivier ver weg.

Wanneer het mijnbouwbedrijf materiaal verzet of steen vermaalt tot zand, komt er veel stof vrij. Dit stof valt op de gewassen en droogt de planten uit.

Wat er nog overblijft

Vóór de werken konden de boeren verder werken in de zomermaanden. Er was water en alles was groen.

De meeste boeren hebben nog een mangoboom of een veldje met watermeloenen dat ze houden met behulp van irrigatiekanalen. De rest is verdroogd. Sommigen hebben nog een beetje vee. Maar ook de koeien geven minder melk door het gebrek aan water.

Je vraagt je af waar de boeren nu van leven. Velen zijn vertrokken of werken ergens anders en sturen geld op naar hun familie. Wie overblijft, probeert aan de kost te komen door het zoeken van goud of het manueel opgraven van materiaal uit de rivier.

Als we een frisse duik nemen in de rivier, wordt pas echt duidelijk hoe weinig er overblijft. Vroeger was de rivier 20 keer groter. Jongeren sprongen van de brug in het water dat 5 à 6 meter diep was. Met mijn 1.64 m kan ik nog vanzelf staan in de meeste delen van de rivier.

Stappen vooruit

De gemeenschap is niet bij de pakken blijven zitten. Bij het nakijken van de documenten en vergunning van het mijnbouwbedrijf bleek dat ze aan de slag zijn met een milieuvergunning van 2009, die sinds oktober 2014 niet meer geldig is.

Vanuit de staat werd ontkend dat er een Afro-gemeenschap bestond in El Pilón

Het materiaal dat opgegraven wordt, gebruiken ze voor het aanleggen van wegen. Het bedrijf heeft enkel toestemming voor het asfalteren van één stuk weg. Ondertussen hebben ze graafwerken lopen voor 6 andere infrastructuurprojecten.

Twee leden van de gemeenschap hebben met ondersteuning van ‘Justicia y Paz’ een klacht ingediend bij de milieucommissie in Popayán, de hoofdstad van het departement.

Vanuit de staat werd ontkend dat er een Afro-gemeenschap bestond in El Pilón. Recent is een antropoloog op bezoek geweest vanuit de bevoegde overheidsdienst. Hij heeft bevestigd dat de Afro-gemeenschap bestaat en dat het bedrijf schade aanbrengt aan de omgeving.

Met de blik op de toekomst heeft ‘Justicia y Paz’ de gemeenschap uitgenodigd om hun casus voor te stellen op een audiëntie over mijnbouw, georganiseerd door Broederlijk Delen. Het opgraven van materiaal uit rivieren voor infrastructuur is een minder gekend probleem. Nochtans is het een erg lucratieve business. Het is zelfs winstgevender dan goudontginning. De gevolgen zijn echter desastreus en mogen niet onopgemerkt blijven.

Dit artikel verscheen eerder op MO*