22 oktober 2018 - Mensenrechten - Wies Willems

Van 15 tot 19 oktober vond de vierde onderhandelingsronde plaats over een bindend internationaal verdrag rond bedrijven en mensenrechten. Broederlijk Delen en CIDSE zijn blij met de geboekte vooruitgang. De bijdrage van België en de Europese Unie was evenwel teleurstellend.

Een constructief overleg

Vertegenwoordigers van 94 staten en meer dan 300 ngo’s en vakbonden namen deel aan de vierde sessie bij de VN-Mensenrechtenraad in Genève. Voor het eerst werd gediscussieerd over een concrete ontwerptekst. Er komt een vijfde ronde volgend jaar om die verder uit te werken.

 

Er liggen nu heel wat constructieve bijdragen op tafel over de reikwijdte van het verdrag, de toepassing ervan en de verfijning van juridische taal. Veel staten drukten hun steun uit voor het proces, net als prominente figuren binnen de Katholieke Kerk. Ook tal van academici en het Europees Parlement spraken zich al uit vóór strengere internationale regulering van bedrijfsactiviteiten.

De vierde sessie was dan ook een belangrijke stap voor talloze gemeenschappen, werknemers en overlevenden die al decennialang strijden om hun rechten te beschermen tegen schendingen en misbruiken door multinationals en andere ondernemingen. 

EU en België kijken kat uit de boom

Verschillende bisschoppen getuigden over de negatieve impact van multinationale ondernemingen. Zo verwees Mgr. Ramazzini uit Guatemala naar de enorme ongelijkheid op het vlak van toegang tot natuurlijke rijkdommen in de regio San Marcos. Hij benadrukte dat dergelijke rijkdommen gemeengoed zijn, die de menselijke waardigheid van alle Guatemalteken ten goede moeten komen.

 

De Europese Unie en België droegen echter weinig bij aan het proces. Hoewel ons land erkende dat er meer moet gebeuren om slachtoffers van schendingen toegang te bieden tot justitie, verwees de Belgische delegatie vooral naar reeds bestaande (niet-bindende) instrumenten. Frankrijk daarentegen leverde wel een constructieve bijdrage, met toelichting vanuit de ervaring met de Franse wet rond zorgplicht voor bedrijven (due diligence). Terwijl ook verschillende andere landen suggesties deden om de ontwerptekst te verbeteren, bleef de EU stil. 

Nu tal van staten, naast de Kerk en de civiele maatschappij, actief bijdragen aan het debat, kan de EU niet aan de zijlijn blijven staan. De EU én België moeten hun discours over de bescherming van mensenrechtenverdedigers waarmaken met een actief engagement in de aanloop naar de vijfde sessie.