De laatste weken verschenen er verschillende oproepen in de media om ons voedselsysteem meer duurzaam en crisisbestendig te maken. Hoe dat moet, daarover lopen de meningen uiteen. Een grondig debat dringt zich op, dat is duidelijk. Daarbij moeten we de gezamenlijke doelstelling van duurzame voedselsystemen op mensenmaat, binnen de grenzen van de planeet voor ogen houden. Zoals bij veel debatten, leiden er meerdere wegen naar Rome. Laten we ze allemaal ontdekken.

Met de Covid-19 pandemie kwam de lockdown en gingen we massaal bloem, pasta en blikgroenten hamsteren. Met lege winkelrekken als gevolg. Voorlopig houdt het globale voedselsysteem stand en waren de lege winkelrekken voornamelijk te wijten aan de rekkenvullers die de koopwoede van de Belg niet meer konden volgen. Maar hoe langer de beperkende maatregelen om de pandemie te bestrijden wereldwijd worden aangehouden, hoe meer barsten er verschijnen in het globale landbouw- en voedselsysteem.

De Vlaamse landbouw, geroemd om zijn productiviteit, efficiëntie en exportgerichtheid – "wij produceren frieten voor de hele wereld" – wordt zwaar getroffen door de stokkende logistiek en het gebrek aan goedkope seizoenarbeiders uit Oost-Europa. Landbouwers die ecologisch produceren voor de korte keten kunnen dan weer de gestegen vraag amper bijhouden. Door de pandemie lijkt het of de Belg zijn gezondheid weer naar waarde schat en het belang van gezonde en eerlijke voeding (her)ontdekt.

In opiniestukken allerhande worden pertinente vragen gesteld over hoe het straks verder moet met ons voedselsysteem. Over het wat en hoe lopen de meningen nogal uiteen. Eerst en vooral moeten we de doelstelling helder krijgen en erover waken die niet te verwarren met strategieën om daar te komen. Pas dan kunnen we met z’n allen, - beleidsmakers, wetenschappers, middenveld, boeren en burgers – het debat ten gronde voeren. En het 'nieuwe normaal' na corona vormgeven.

De doelstelling is simpel. We moeten werk maken van landbouw- en voedselsystemen die voldoende, gezond en divers voedsel voor iedereen produceren, aan een betaalbare prijs. Voedsel telen met respect voor de natuur gaat perfect samen met het nodige herstel van onze bodems en ons landschap en met een verstandig waterbeheer. In zo'n voedselsysteem hebben boeren en burgers meer zeggenschap en krijgen boeren een eerlijke, kostendekkende prijs, waar ook ter wereld. Diversiteit en veerkracht zijn sleutelwoorden van een gezond voedsel- en landbouwsysteem. En dat is nodig, want de covid19 pandemie is niet het enige obstakel dat onze welvaart en ons welzijn in de weg staat. Denk maar aan de steeds duidelijker wordende klimaatverandering.

Tot zover het "simpele" deel, waarover de meesten onder ons het grotendeels eens zijn. Welke strategieën we best gebruiken om die doelstelling te bereiken, daarover gaat het echte debat. Als Voedsel Anders willen wij daar graag aan bijdragen.

Er bestaat niet één dominant voedselsysteem, maar een veelvoud aan systemen, die opereren op verschillende schalen en volgens eigen wetmatigheden. Deze systemen beïnvloeden elkaar, in positieve en negatieve zin. Onze beweging telt heel wat Noord-Zuid organisaties onder haar leden. Dagelijks zien zij op het terrein de impact van de internationale wedloop naar meer efficiëntie en productiviteit in de landbouw. Ze zien de effecten van de oneerlijke concurrentie van grootschalige landbouw met infrastructuur, kredietlijnen en overheidssubsidies op boeren die, in een andere wereld, moeten produceren zonder dat alles. Er is geen sprake van een 'gelijk speelveld' voor landbouwers op wereldvlak. Het is duidelijk dat producenten in ontwikkelingslanden altijd aan het kortste eind trekken. Onze lokale partners weten wat de gevolgen zijn als een Braziliaanse boer zijn land verliest aan een megabedrijf dat er vervolgens soja op kweekt waarmee een Vlaamse boer zijn varkens voedert. De veeboeren waarmee we samenwerken in West-Afrika kunnen haarfijn uitleggen hoe moeilijk het is te moeten concurreren met melkpoeder uit Europa (een restproduct van de boterproductie, aangevet met palmolie). Zij willen graag bijdragen aan duurzame, lokale voedselsystemen, maar worden buitenspel gezet door niet-duurzame praktijken elders in de wereld.

Ons netwerk bouwt ook op de uitgebreide ervaring van Vlaamse boeren die elke dag zoeken naar strategieën zoals agro-ecologie om de doelstelling van duurzame, lokale landbouw- en voedselsystemen waar te maken. Ze vermijden onnodige voedselkilometers. Ze innoveren voortdurend met landbouwmethoden in samenwerking met de natuur.  Ze experimenteren met nieuwe samenwerkingsvormen en  afzetkanalen en onderzoeken alternatieve kwaliteitssystemen. Ze botsen daarbij regelmatig op hiaten en tegenstellingen in de regelgeving in de landbouwsector die onvoldoende ruimte laat voor andere modellen. Ze krijgen het verwijt dat ze minder productief zijn en de wereld niet kunnen voeden, maar ze zijn weerbaarder in een veranderend klimaat en minder afhankelijk van grondstoffen die uitgeput geraken. Ze ontwikkelen zich tot specialisten in alternatieven, waarbij hun expertise ligt in diversiteit, sluiten van kringlopen en weerbaarheid.

Kortom, met onze lokale en internationale expertise kunnen we vanuit de praktijk een onderbouwde bijdrage leveren aan het voedseldebat. Met de status 'it’s complicated', zoals in elke boeiende relatie.