16 augustus 2013 - Inspraak en vrede - Congo - Nadia Nsayi

Deze week bezoekt minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders de Democratische Republiek Congo. Een half jaar na de ondertekening van een 'historisch' vredesakkoord voor Oost-Congo, kan Reynders de ogen niet meer sluiten voor het gebrek aan vooruitgang in het belangrijkste partnerland van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

Al meer dan vijftien jaar wordt de bevolking in het oosten van Congo geterroriseerd door gewapende conflicten. De oorlog met de Mouvement du 23 mars (M23), gesteund door buurlanden Oeganda en Rwanda, is hier het meest recente voorbeeld van. Sindsdien kwamen er verschillende vredesinitiatieven. Het kaderakkoord voor vrede, veiligheid en samenwerking is daarvan het belangrijkste. Op initiatief van de Verenigde Naties hebben elf Afrikaanse staten dit akkoord op 24 februari 2013 ondertekend. Het bevat verbintenissen van Congo, Afrikaanse landen (waaronder Rwanda, Oeganda, Tanzania en Zuid-Afrika) en van de internationale gemeenschap (waaronder de VN)  om vrede in Congo te realiseren.

Intenties

De VN en sommige Afrikaanse ondertekenaars probeerden alvast hun goede intenties te tonen. In maart benoemde de VN de Ierse ex-president Mary Robinson tot speciale gezant voor de regio van de Grote Meren. Zij moet de uitvoering van het vredesakkoord mee begeleiden. Om het vertrouwen van de Congolese bevolking te winnen, is het belangrijk dat Robinson tegen eind dit jaar succes boekt. Ter aanvulling van het kaderakkoord werd VN-resolutie 2098 goedgekeurd.

Dat betekende groen licht voor de oprichting van een interventiebrigade binnen de vredesmissie MONUSCO. Zuid-Afrika en Tanzania leveren het grootste deel van de 3.000 manschappen. De bevolking in Oost-Congo wacht ongeduldig op de ontwapening van de rebellenbewegingen, waaronder M23, door deze brigade en het Congolese leger.

Verder heeft onruststoker Rwanda meegewerkt aan de uitlevering van zijn bondgenoot Bosco Ntaganda aan het Internationaal Strafhof in Den Haag. Kigali werd vorig jaar gesanctioneerd door belangrijke donoren, waaronder België. Daardoor kan het niet meer probleemloos rebellen steunen in Congo. Een recent gelekt VN-rapport zegt dat de steun van Kigali aan M23 echter voortduurt, weliswaar beperkter.

Kabila's maatregelen

Het kaderakkoord roept Congo op om belangrijke interne hervormingen door te voeren, maar we stellen vast dat de eerste beleidsmaatregelen van president Kabila weinig vertrouwen wekken. Een paar voorbeelden.

  • In mei richtte Kabila een nationaal mechanisme op voor de opvolging van de uitvoering van het akkoord. Dat mechanisme ligt volledig in handen van de intern verzwakte president en zijn regering. De betrokkenheid van het parlement, de politieke oppositie en het middenveld is zeer beperkt.
  • In juni werd de nieuwe nationale kiescommissie geïnstalleerd. Ondanks de intrede van het middenveld blijft de commissie zeer gepolitiseerd. Bovendien zit de katholieke priester Malu Malu, deze commissie voor. Malu Malu heeft veel van zijn geloofwaardigheid verloren door in opdracht van Kabila politieke functies uit te oefenen. - De grootste oppositiepartijen weigeren om deel te nemen aan het aangekondigde nationale overleg voor deze maand. Kabila houdt geen rekening met hun vraag naar een echte politieke dialoog over het globale beleid, gesteund door VN-gezant Robinson en met een neutrale Afrikaanse bemiddeling.
  • De recent genomen maatregelen in het leger zijn onvoldoende om zelfs maar te spreken van het begin van een grondige legerhervorming.
  • Ten slotte vertalen de goed ogende macro-economische cijfers zich amper in een betere sociale leefomgeving voor de zeer grote meerderheid van de bevolking.

Sluimerende politieke crisis

In 2016 loopt het grondwettelijk mandaat van president Joseph Kabila af. Normaal gezien mag hij zich niet meer kandidaat stellen voor een derde termijn. Toch zijn er sterke signalen die doen vermoeden dat zijn entourage hem graag aan de macht zou houden na 2016. Belangrijke middenveldorganisaties, oppositiepartijen en zelfs coalitiepartners kanten zich nu al tegen een herziening van de grondwet.

De fel gecontesteerde parlementaire en presidentsverkiezingen van 2011 en het uitstel van provinciale en lokale verkiezingen liggen aan de basis van een sluimerende politieke crisis. Die wordt nog versterkt door de afwezigheid van een daadkrachtig beleid om de veiligheidssituatie en de politieke, sociale en economische problemen aan te pakken. Indien Kabila zich op een ongrondwettelijke manier vastklampt aan de macht, riskeert de crisis te escaleren, met alle gevolgen van dien voor de kwetsbare vrede en de prille democratie in Congo.

In eigen boezem kijken

Een half jaar na de ondertekening van het kaderakkoord is het belangrijk dat minister Reynders een stand van zaken opmaakt. Tijdens zijn bezoek moet hij uiteraard bovenvermelde initiatieven en maatregelen erkennen, maar hij kan zijn ogen niet meer sluiten voor het gebrek aan vooruitgang in Congo, het belangrijkste partnerland van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

Het kaderakkoord kan een bijdrage leveren aan het vredesproces, op voorwaarde dat alle ondertekenaars hun verbintenissen nakomen. Precies hier wringt echter het schoentje. Reynders moet bij de Congolese autoriteiten aandringen op een daadkrachtig politiek beleid dat het vredesakkoord respecteert. Maar de minister moet ook in eigen boezem kijken. Hij mag zich niet meer verstoppen achter de Europese Unie en de VN. De Belgische regering heeft nood aan een eigen strategische beleidsnota om de uitvoering van het kaderakkoord concreet te ondersteunen.

Minister Reynders noemde de ondertekening van het vredesakkoord een historisch moment. Dat akkoord wordt pas echt historisch wanneer de ondertekenaars en de betrokken landen, waaronder België, er samen in slagen om weer vrede te installeren in Congo.

Deze tekst verscheen als opiniestuk op demorgen.be op 12/08/13