Van 15 tot 19 oktober vindt bij de Verenigde Naties in Genève de vierde onderhandelingsronde plaats over een internationaal verdrag rond bedrijven en mensenrechten. Het is hoog tijd dat de Europese Unie en België zich hiervoor actief inzetten.

Mijnbouwprojecten die waterbronnen vervuilen en omwonenden ziek maken, stuwdammen en palmolieplantages die boeren met geweld van hun gronden verdrijven: overal ter wereld zijn bedrijven betrokken bij schendingen van mensenrechten. De ontginning van natuurlijke rijkdommen is een van de meest problematische sectoren. Wereldwijd worden verdedigers van mensenrechten en milieu bovendien gecriminaliseerd, bedreigd, aangevallen en vermoord.

De ongelijke machtsbalans is stuitend: terwijl de belangen van bedrijven verankerd zijn in tal van handels- en investeringsverdragen, blijven mensen en milieu onbeschermd. Overheden en bedrijven negeren het recht van burgers en gemeenschappen op voorafgaande inspraak rond economische projecten. In het geval van schendingen van hun rechten hebben slachtoffers geen effectieve toegang tot rechtspraak en remediëring. Nationale wetgeving, als ze al bestaat, wordt al te vaak met de voeten getreden. En op internationaal niveau bestaat er geen eenduidig kader om multinationale bedrijven te reguleren. Het resultaat is wijdverspreide straffeloosheid.

Van vrijwillig naar afdwingbaar

Gelukkig neemt de politieke belangstelling voor de problematiek toe. In 2011 zetten de Verenigde Naties een belangrijke stap met de goedkeuring van de VN-Richtsnoeren rond Bedrijven en Mensenrechten. Die bestaan uit drie grote pijlers:

  1. Overheden moeten burgers beschermen tegen mogelijke schendingen van mensenrechten door bedrijven;
  2. Bedrijven moeten toezien op het respect voor mensenrechten in het geheel van hun activiteiten en hun hele toeleveringsketen (het principe van zorgplicht of due diligence);
  3. Slachtoffers moeten toegang hebben tot remediëring.

Op basis van deze Richtsnoeren stelden tal van landen Nationale Actieplannen rond Bedrijven en Mensenrechten op (ook België deed dat). Maar harde maatregelen zijn er vandaag niet. Het blijft bij vrijwillige engagementen van overheden en bedrijven. Die zijn vaak waardevol, maar ontoereikend om de nodige omslag te verwezenlijken naar een economie die respect voor mensenrechten en milieu centraal stelt.

Hoog tijd om een stap te zetten richting een internationaal wettelijk bindend kader: staten moeten bedrijven ter verantwoording kunnen roepen en sanctioneren wanneer nodig.

Het is vandaag dan ook hoog tijd om een stap verder te zetten, richting een internationaal wettelijk bindend kader: staten moeten bedrijven ter verantwoording kunnen roepen en sanctioneren wanneer nodig. Op initiatief van Ecuador en Zuid-Afrika startten in 2014 onderhandelingen over een bindend VN-verdrag. Dit jaar ligt (na drie onderhandelingsrondes) voor het eerst een concrete ontwerptekst op tafel. Daarin staan onder meer bepalingen om de zorgplicht of due diligence door bedrijven wettelijk verplicht te maken, maatregelen om toegang tot rechtspraak en remediëring voor slachtoffers te vergemakkelijken, en voorstellen om internationale samenwerking tussen staten te bevorderen.

België, voortrekker op vlak van mensenrechten?

De oproep tot een internationaal afdwingbaar verdrag wordt gesteund door een brede coalitie van sociale bewegingen, ngo’s, academici, en ook door het Europees Parlement. Ondanks dit grote draagvlak blijven de Europese Unie (EU) en België een aarzelende houding aannemen ten aanzien van het verdrag. Het is tot nu toe zelfs onduidelijk of de EU wel zal deelnemen aan de vierde onderhandelingssessie. De stap van tandeloze, vrijwillige principes naar afdwingbare wetgeving blijkt voor de EU, onder invloed van de machtige Europese bedrijfslobby, moeilijk te slikken.

België kan een belangrijke rol spel in dit proces, door bij de EU aan te dringen op een constructieve positie in de onderhandelingen rond een bindend verdrag. Ons land zetelt bovendien nog tot eind 2018 in de VN-Mensenrechtenraad en profileert zich graag als voortrekker van de mensenrechten op internationaal niveau. België benoemt onder meer de bescherming van mensenrechtenverdedigers en de strijd tegen straffeloosheid als prioriteiten van het buitenlands beleid. Maar stellen onze politici mensenrechten ook boven economische belangen? Van 15 tot 19 oktober hebben ze een unieke kans om dat te bewijzen.