Op 27 mei vindt de eerste ronde plaats van de Colombiaanse presidentsverkiezingen. Vijf vragen over dit sleutelmoment voor het vredesproces.

1.    Wie zijn de hoofdrolspelers in de verkiezingsstrijd?

Recente peilingen voorspellen een duel tussen Iván Duque en Gustavo Petro. Zij vertegenwoordigen twee uitersten van het politieke landschap. Beide kandidaten zouden rechtstreeks tegenover elkaar komen te staan in een tweede ronde op 17 juni. De tegenstelling tussen Duque en Petro zegt veel over de diepe verdeeldheid in de Colombiaanse samenleving rond thema’s als vrede en het economisch model.

De tegenstelling tussen Duque en Petro zegt veel over de diepe verdeeldheid in de Colombiaanse samenleving rond thema’s als vrede en het economisch model.

Duque, advocaat en ex-senator, is kandidaat voor Centro Democrático, de partij van de voormalige uiterst-rechtse president Uribe. Iván Duque kan rekenen op de steun van de bedrijfswereld en grootgrondbezitters. Hij belooft onder meer strenge bestrijding van corruptie en criminaliteit. Net als Uribe is hij een fel tegenstander van het vredesakkoord met de Farc (hij pleit voor een harde militaire aanpak).

Gustavo Petro, voormalig burgemeester van Bogotá, komt op voor de linkse beweging Colombia Humana. Petro verdedigt het vredesakkoord en krijgt de steun van verschillende sociale organisaties. Hij wil inzetten op een economische omslag: Colombia moet volgens hem de afhankelijkheid van grondstoffen zoals olie en steenkool afbouwen en volop kiezen voor de landbouw en steun aan boerencoöperaties.

Derde in de peilingen is momenteel Sergio Fajardo, ex-burgemeester van Medellín en kandidaat voor een alliantie van de Groenen met twee andere progressieve partijen. Hij stelt zich op als de man van het centrum. Net als Petro profileert Fajardo zich als een voorstander van het vredesakkoord en van een meer gediversifieerde economie. De huidige liberale president, Juan Manuel Santos, kan zich na twee ambtstermijnen niet meer kandidaat stellen.
 

2.    Maakt de Farc een kans als politieke partij?

Zoals afgesproken in het vredesakkoord werd de Farc na haar ontwapening een politieke partij. Maar zij trok zich eerder al terug uit de verkiezingsstrijd vanwege gezondheidsproblemen van leider Rodrigo Lodoño (die aanvankelijk zou opkomen als presidentskandidaat). Vertegenwoordigers van de Farc maken zich ook zorgen om hun veiligheid, en niet onterecht: sinds het vredesakkoord werden al meer dan 50 ex-rebellen vermoord. 

Bij de brede bevolking is de steun voor de Farc als partij miniem. Tijdens de parlementsverkiezingen in maart dit jaar behaalde de Farc slechts 0,5 procent van de stemmen. De nieuwe partij krijgt zoals bepaald in het vredesakkoord wel automatisch vijf vertegenwoordigers in het Huis van Afgevaardigden, en vijf in de Senaat.
 

3.    Waar staat het vredesproces vandaag?

Ondanks verwezenlijkingen zoals de ontwapening van de Farc en de oprichting van een oorlogstribunaal en een waarheidscommissie, worstelt de implementatie van het akkoord nog steeds met belangrijke obstakels. Ten eerste krijgt de overheid geen controle over gebieden die voordien door de Farc gecontroleerd werden. Andere gewapende groepen zoals drugsbendes en paramilitairen vullen op veel plaatsen het machtsvacuüm in. Illegale economische activiteiten zoals de cocateelt voor drugsproductie en de illegale goudmijnbouw breiden uit. Van de beloofde re-integratie van voormalige Farc-rebellen komt voorlopig weinig in huis. Zij eisen landbouwgrond en ondersteuning om eigen economische projecten te kunnen opstarten.

Belangrijke wetshervormingen raken niet door het Congres omdat deze indruisen tegen de belangen van de machtige economische klasse.

Ten tweede blijft het vredesproces de inzet van politieke spelletjes. Belangrijke wetshervormingen, zoals inzake rurale ontwikkeling en landhervorming, garanties voor het recht op sociaal protest en het onderzoek naar mensenrechtenschendingen door paramilitairen, raken niet door het Congres vanwege sabotage door vooral Centro Democrático (de partij van Uribe en Duque). Dergelijke hervormingen druisen immers in tegen de belangen van de machtige economische klasse die de partij vertegenwoordigt.

Tot slot is er de corruptie. Noorwegen, Zwitserland en Zweden uitten recent nog hun bezorgdheid over het gebrek aan transparantie bij het beheer van één van de fondsen voor vredesopbouw (het ‘Duurzaam Colombia’-fonds), waaraan de Europese landen 200 miljoen dollar bijdragen. Dit fonds moet boeren bijvoorbeeld helpen met economische alternatieven voor de cocateelt, maar op het terrein is er weinig gerealiseerd. De directeur van het Vredesfonds moest opstappen, een officieel onderzoek naar mogelijke corruptiefeiten is lopende. Daarnaast is momenteel ook een onderzoek bezig naar betrokkenheid  van de campagnemanager van huidig president Santos bij het internationale corruptieschandaal rond de Braziliaanse bouwgigant Odebrecht.

Ondertussen werd ook één van de Farc-kopstukken en een spilfiguur in de vredesonderhandelingen, Jesús Santrich, gearresteerd op vraag van de Verenigde Staten. Hij zou betrokken zijn bij cocaïnehandel. Volgens de Farc gaat het om ongegronde beschuldigingen met als doel het vredesproces onderuit te halen. Vast staat dat de verschillende schandalen het vredesprocesoces verder in diskrediet hebben gebracht.
 

4.    Wat zijn de prioriteiten voor partnerorganisaties van Broederlijk Delen?

Het vredesakkoord beloofde de structurele oorzaken van het gewapend conflict aan te pakken: de historische uitsluiting van het platteland en de enorme ongelijkheid op vlak van grondbezit. Terwijl veel Colombianen, vooral in de grote steden, niet wakker liggen van het vredesakkoord (of er net fel tegen gekant zijn, omdat het te soft zou zijn voor de Farc), blijven gemeenschappen en sociale organisaties op het platteland het akkoord verdedigen als een historische stap. 

Maar ze verwachten nu concrete actie: enerzijds eisen ze dat de volgende regering de nodige wettelijke hervormingen doorvoert om het vredesakkoord te verankeren. Anderzijds vragen ze ook dringend concrete inspanningen van de overheid om hun dagelijkse levenssituatie te verbeteren. En ze willen inspraak in het ontwikkelingsmodel van hun gemeenschappen.

Veiligheid is één van de voornaamste bezorgdheden. Het geweld tegen mensenrechten- en milieuactivisten neemt toe sinds het akkoord met de Farc.

Veiligheid is één van de voornaamste bezorgdheden. Het geweld tegen mensenrechten- en milieuactivisten, waaronder veel leiders van inheemse, boeren- en Afro-Colombiaanse gemeenschappen die opkomen voor landrechten, neemt toe sinds het akkoord met de Farc. In 2017 werden 121 mensenrechtenverdedigers vermoord, tegenover 60 in 2016. Het overgrote deel van de aanvallen en moorden blijft straffeloos. Het departement Cauca, waar Broederlijk Delen verschillende organisaties steunt, wordt het zwaarst getroffen.
 

5.    Hoe moet het verder na de verkiezingen?

De parlementsverkiezingen van maart gaven de rechtse partijen – critici van het vredesakkoord – wind in de zeilen. Ivan Duque zei eerder in interviews al dat hij, als hij het haalt, het akkoord niet volledig zal terugschroeven. Wel wil hij onderdelen zoals de overgangsjustitie aanpassen en strengere straffen invoeren voor ex-rebellen. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat Farc-leden het vertrouwen verliezen en zich aansluiten bij dissidente groepen, met het risico op nieuw geweld. Verwacht wordt dat Duque ook andere cruciale onderdelen van het akkoord zal afblokken of terugschroeven. Ongeacht de uitslag is een samenwerking tussen alle progressieve partijen in het Congres noodzakelijk om het akkoord zoveel mogelijk overeind te houden. 

Verschillende internationale instellingen, waaronder de Verenigde Naties, drukten al hun bezorgdheid uit over de trage vooruitgang van het vredesproces en over de humanitaire situatie in Colombia. Op dit sleutelmoment is het cruciaal dat de Europese Unie en België bij de volgende Colombiaanse regering blijven aandringen op de implementatie van het akkoord.

De verwezenlijkingen van het akkoord moeten gerespecteerd worden. Wetshervormingen zoals de landhervorming moeten prioriteit krijgen. De overheid moet mensenrechten- en milieuactivisten beschermen en ervoor zorgen dat aanvallen en moorden niet straffeloos blijven. Ook met de kleinere rebellengroep ELN moeten de inspanningen hervat worden om tot een akkoord te komen. Internationale betrokkenheid bij de situatie in Colombia blijft van fundamenteel belang om duurzame vrede mogelijk te maken.