19 augustus 2016 - Inspraak en vrede - Gender - Peru - Hannes Knapen

In Peru heerst een sterke machocultuur, wat zich in veel gevallen uit in fysiek, seksueel en psychologisch geweld tegen vrouwen en de LBGT-gemeenschap.

Drie weken geleden werd Adriano tot één jaar voorwaardelijke celstraf veroordeeld. Vorig jaar werd hij gefilmd door de veiligheidscamera van een hotel terwijl hij poedelnaakt Cindy achtervolgde. Zij was seconden eerder uit hun hotelkamer ontsnapt. Cindy probeerde zich achter de receptie in de lobby te verstoppen, waar Adriano haar met haar haar wegsleurde.

De camerabeelden verspreidden zich als een lopend vuurtje op de sociale media in Peru, met telkens dezelfde verontwaardiging over de volgens velen te lichte straf voor Adriano. Ook de nationale media sprongen op het verhaal, en al snel had heel Peru het fragment gezien.

Ni una menos

Drie dagen voor de veroordeling van Adriano haalde nog een andere rechtszaak de nationale media. De bekende zanger Ronny García, die vier jaar geleden zijn vriendin Lady Guillen zwaar toetakelde werd veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf en een geldboete. Een foto van een bont en blauw geslagen Lady uit 2012 circuleerde samen met het filmpje van Cindy op de sociale media. De twee vrouwen werden op slag de nieuwe symbolen van de nationale beweging ‘’Ni Una Menos”. Deze beweging ontstond in Argentinië, en won de voorbije drie weken heel wat aanhangers in Peru.

De publieke verontwaardiging komt door herkenning. Van heel Latijns Amerika stond Peru vorig jaar op de eerste plaats op het vlak van geweldpleging tegen vrouwen. Het nationaal bureau voor de statistiek leert dat 32 procent van de vrouwen tussen de 15 en 49 ooit slachtoffer zijn geweest van fysiek of seksueel geweld. Zeven op de tien wanneer je psychologisch geweld erbij rekent. Daar bovenop zijn er sinds 2009 gevallen van 728 feminicide opgetekend, waarbij in negentig procent van de gevallen de dader de echtgenoot of een familielid van het slachtoffer was.

“Alsof ze achter een winkelraam staan”

Een week na de rechtszaken tegen Lady en Cindy gooide Juan Luis Cipriani, de huidige aartsbisschop van Lima, olie op het vuur. Tijdens een televisieprogramma verkondigde hij dat “vrouwen zich veel te vaak uitstallen alsof ze achter een winkelraam staan, en zo mannen provoceren”. Uiteraard kwam er snel een reactie van “Ni una Menos”.

Wanneer een mishandelde vrouw naar de politie of de rechtbank stapt heeft ze al geluk dat haar zaak serieus wordt genomen.

 

Bisschop Cipriani staat bekend om zijn uiterst conservatieve standpunten. Gelukkig nemen heel wat andere kerkfiguren de strijd voor vrouwenrechten wel au serieux.

Maar al deze heisa wakkerde het debat in Peru aan, en het blijft niet beperkt tot televisieprogramma’s. Zo volgde ik een gesprek tussen twee groenteverkoopsters op de markt in Abancay. Ze hadden het over de uitspraken van Cipriani. “Toch heeft hij ergens een punt, als je ziet hoe die jonge vrouwen op straat durven komen. Hun rokjes komen tot hier!”. Hoog op haar dijen trekt de vrouw een streep ter verduidelijking. “Mannen blijven mannen” zucht ze. Haar buurvrouw dient haar van antwoord: “Met zo’n rokjes zou ik ook nooit buiten komen, maar daarmee kan je toch geen verkrachtingen goedpraten!”.

De twee verkoopsters verzekerden me dat ze 13 augustus zouden meestappen. Het gaat hen vooral over de straffeloosheid. “Zoals de zaak van dat meisje van Ayacucho (Cindy) ken ik er tientallen. Wanneer een mishandelde vrouw naar de politie of de rechtbank stapt heeft ze al geluk dat haar zaak serieus wordt genomen. En als ze dan toch de rechtszaak wint komt de dader er meestal heel licht vanaf, en is de schadevergoeding vaak niet veel hoger dan 100 soles (27 euro).” Op zaterdag bleven niet enkel hun standjes gesloten. Twee van de belangrijkste markten in Abancay sloten op zaterdag de deuren zodat alle verkopers en verkoopsters konden meestappen in de mars.

De link met de mijnen

Het Programa Democracia y Transformación Global (PDTG) is nauw verbonden met de feministische beweging, en ook nu weer actief binnen #NiUnaMenos. PDTG, een partner van Broederlijk Delen, is een organisatie die via onderzoek en vorming sociaal en politiek engagement wil aanmoedigen. Ze hebben voornamelijk aandacht voor thema’s als democratie, gendergelijkheid en interculturaliteit, waarbij ze nauw samenwerken met basisorganisaties van vrouwen en boerengemeenschappen.

Het werk van het PDTG laat zien dat het geweld tegen vrouwen ook terugkomt in de context van het platteland en de sociale conflicten rond mijnbouw. Vrouwen worden doorgaans niet betrokken bij de onderhandelingen over hun territorium en krijgen weinig economische voordelen van de mijnbouw.

Tegelijkertijd moeten juist zij de negatieve gevolgen dragen: ze krijgen dubbel werk, omdat de mannen in de mijn gaan werken, moeten voor zieke dieren en kinderen zorgen ten gevolge van waterverontreiniging, en er zijn aanwijzingen dat fysiek en seksueel geweld toeneemt in de extractieve context. Hierdoor zijn vrouwen vaak de eersten die zich organiseren tegen de mijnbouw, of om aandacht te vragen voor de gezondheidsschade die de activiteit oplevert.

Diepgaande maatschappelijke verandering is nodig, die een einde maakt aan de patriarchale structuur en cultuur, en vrouwen gelijke stem en rechten geeft in alle dimensies van de maatschappij.

Het PDTG stelt daarom dat er veel meer op het spel staat dan enkel betere wetten tegen het geweld tegen vrouwen of eenmalige diepe verontwaardiging: diepgaande maatschappelijke verandering is nodig, die een einde maakt aan de patriarchale structuur en cultuur, en vrouwen gelijke stem en rechten geeft in alle dimensies van de maatschappij.

PDTG is niet de enige partner van Broederlijk Delen in Peru die zich inzet tegen vrouwengeweld.

Binnen het programma van Broederlijk Delen, staan de rechten van vrouwen centraal. Verschillende partners proberen grotere politieke aandacht op lokaal niveau te krijgen voor het geweld tegen vrouwen, en ondersteunen vrouwenorganisaties en vrouwelijke volksvertegenwoordigsters.

Zo garanderen ze dat er op alle niveaus van de samenleving, van de jongsten tot de oudsten, van grootsteden als Lima tot de kleinste gemeenschappen hoog in de Andes en het regenwoud, wordt gewerkt aan een sterkere en meer gelijke maatschappij.

Wat na de mars?

De grote weerklank van #NiUnaMenos kan een stap in de goede richting zijn. Meer dan bij andere protesten is er grote steun binnen de politiek en zelfs het bedrijfsleven. Drie dagen voor de protestmars voerde Movistar, één van de grootste telecombedrijven van Peru, onverwachts mee campagne. Op het beginscherm van elke GSM met een Movistar-simkaart, was de hashtag #NiUnaMenos te zien. Radicalere organisaties binnen de beweging zijn sceptisch, en waarschuwen voor depolitisering van het thema.

Ni Una Menos - Abancay

De opkomst van de protestmars mag uitzonderlijk genoemd worden. In Lima alleen al kwamen er naar schatting honderdvijftig tot tweehonderdduizend mensen op straat. En de andere steden in Peru moesten niet onderdoen. In Abancay lopen de schattingen op van 1500 tot 2500 deelnemers. Peanuts als je het vergelijkt met Lima, maar ongezien voor Abancay, waar ze me verzekerden dat ze in de afgelopen honderd jaar nooit zo veel volk op de been hebben gezien. Het komt er nu op neer om deze drive om te zetten in een duurzaam proces richting meer gelijkheid en rechtvaardigheid.