PetroPeru, een Peruaans oliebedrijf in handen van de overheid, heeft op 9 juni 2016 officieel haar verontschuldigingen aangeboden aan de inheemse gemeenschappen van Kukama, Chiriaco en Morona.

Dit gebeurdetijdens een zitting van de Interamerikaanse Mensenrechten Commissie (CIDH). De inwoners van de gemeenschappen hebben hier 2 jaar op gewacht. Hiermee is niet alles opgelost, maar het is alvast een stap in de goede richting. Het Instituto de Defensa Legal (IDL), een partnerorganisatie van Broederlijk Delen in Peru, staat de gemeenschappen al jaren juridisch bij.

Ernstig ziek door vervuild water

Twee jaar geleden barstte één van de oliepijpen van PetroPeru in het Amazonewoud, vlakbij de inheemse gemeenschappen Kukama, Chiriaco en Morona. De barst in de oliepijp was het gevolg van jarenlang nalatig onderhoud door het oliebedrijf.

Al twee jaar lang ondervinden de inwoners van deze gemeenschappen de kwalijke gevolgen van het lek, waarbij het equivalent van meer dan drieduizend vaten in de rivier terecht kwam. Deze rivier is hun primaire waterbron, die ze onder andere gebruiken om te koken.

De vervuiling van het water zorgt voor veel problemen. De grond rondom de rivieren is sterk aangetast en de vissen sterven massaal. Dezelfde vis staat dagelijks op het menu bij de inwoners van de gemeenschappen. Door de vis te koken met vervuild water zijn al heel wat inwoners ernstig ziek geworden. Onderzoekers hebben bij velen een te hoge aanwezigheid van zware metalen in het bloed aangetroffen. Dit kan onder andere leiden tot kanker.

Tijdens de zitting legde Flor de María Parana uit hoe hartverscheurend het is om te weten dat het eten dat je elke dag voor je kinderen klaarmaakt hen ziek maakt. Ze hebben geen andere keuze, het vervuilde water is het enige dat ze hebben om mee te koken.

Officiële verontschuldigingen

PetroPeru heeft zich nu voor de eerste maal in twee jaar verontschuldigd bij de getroffen gemeenschappen. Dit deden zij op een zitting van het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten (CIDH), het orgaan van de Organisatie van de Amerikaanse Staten (OAS) dat mensenrechten in de regio promoot en beschermt.

Op deze zitting waren verschillende leiders en inwoners van de getroffen gemeenschappen aanwezig. Zij werden hier juridisch bijgestaan door IDL, een partnerorganisatie van Broederlijk Delen die zich inzet voor de bescherming van mensenrechten. Daarnaast waren er afgevaardigden van de Peruaanse staat en enkele hooggeplaatste medewerkers van PetroPeru.

Naast de officiële verontschuldigingen is de CIDH ingegaan op een uitnodiging van de Peruaanse Staat om als onafhankelijke partij de getroffen regio te bezoeken. Dit betekent dat de situatie officieel op de kaart staat bij de CIDH en ze er blijvend aandacht aan zullen besteden.

Geen woorden maar daden

Dit zijn twee stappen in de goede richting, maar er moeten nog heel wat spreekwoordelijke kilometers worden afgelegd. De verschillende gemeenschappen hebben op de zitting van de CIDH dan ook extra maatregelen op de agenda gezet. Zo vragen ze onder andere dat PetroPeru zijn verantwoordelijkheid neemt voor het onderhoud van de pijpleidingen.

In de afgelopen 3 jaar zijn er maar liefst twintig verschillende lekken vastgesteld bij hun pijpleidingen. Het probleem is structureel. Daarnaast eisen de gemeenschappen steun van PetroPeru om hun gebied terug leefbaar te maken. Ook vragen ze een compensatie voor de getroffen families en een ontwikkelingsbudget voor de gemeenschappen.

Een recent rapport van Global Witness zette Peru op de vierde plaats van de meest gevaarlijke landen voor mensen die strijden voor de bescherming van het milieu.

Er is ook dringend nood aan gespecialiseerde medische hulp. Tot nu toe was er enkel algemene medische hulp, maar die volstaat allesbehalve wanneer je te maken hebt met zware metalen in de bloedsomloop. Ook voedselpakketten en vers drinkwater voor alle getroffen gemeenschappen zijn nodig.

Tenslotte vragen ze om een eind te maken aan de bedreigingen aan het adres van Galo Vasquez, die zich inzet voor de bescherming van zijn grondgebied.

CIDH kampt met gebrek aan middelen

De CIDH is een van de belangrijkste organen dat zich bezig houdt met mensenrechten in Latijns-Amerika. Ze zitten echter met een acuut probleem. Veel lidstaten van de OAS hebben hun bijdrage aan de commissie zwaar teruggeschroefd. Het totale werkbudget van de CIDH is gedaald tot 8 miljoen euro per jaar. Dat is minder dan het Hof voor de Mensenrechten van de Afrikaanse Unie en nog geen tiende van het budget van de Europese raad voor Mensenrechten. De CIDH kan niet anders dan scherp snoeien in het aantal zittingen en veldbezoeken. Daarenboven zullen ze het vanaf eind juli met 40% minder medewerkers moeten doen.

Dit is een onrustwekkende situatie. Verschillende partnerorganisaties van Broederlijk Delen werken samen met de CIDH. Derechos Humanos Sin Fronteras trok enkele maanden geleden samen met Melchora naar de CIDH om de negatieve effecten van grootschalige mijnbouw nabij haar gemeenschap aan te klagen. Ook in bovenstaand verhaal speelt de CIDH één van de hoofdrollen. Als er niet snel verandering komt in de financiering, zal de instelling in de komende jaren steeds verder uitgehold worden. Een erg gevaarlijke situatie voor alle inwoners van Latijns-Amerika.