16 oktober 2015 - Recht op voedsel - Jo Dalemans

Op 16 oktober is het wereldvoedseldag. Daarna hebben we er nog 15 te gaan. Tegen 2030 zal er geen honger meer zijn en zal iedereen, in het bijzonder armen en mensen in kwetsbare situaties, toegang hebben tot veilig, voedzaam en voldoende voedsel, gedurende het hele jaar.

Dit is alvast de bedoeling van de nieuwe duurzame ontwikkelingsdoelstelling nummer 2. Elk jaar dus een goeie 53 miljoen mensen minder die honger lijden, hoera!

De Millenniumdoelstelling rond honger (50% minder mensen met honger tegen 2015) werd niet gehaald. Of die nieuwe doelstelling binnen 15 jaar al dan niet gehaald zal worden, zal natuurlijk afhangen van de inspanningen die tussen vandaag en 2030 gedaan worden. Inspanningen door overheden in het Zuiden, maar ook inspanningen door overheden van rijke landen zoals België.

Enkel economische groei volstaat niet

Het nieuwe hongerrapport van de VN zet een aantal belangrijke punten op een rij die tot nadenken stemmen. Terwijl economische groei her en der als wondermiddel wordt gepropageerd om op alle vlakken vooruitgang te garanderen, onderlijnt het rapport dat dit niet zomaar opgaat.

Er is geen garantie dat de toegenomen middelen door economische groei ook gebruikt worden om voedselzekerheid te bevorderen. 

Landen met snel groeiende economieën hebben wel meer middelen, maar er is nergens de garantie dat die ook gebruikt worden om voedselzekerheid te bevorderen. Dit kan wel als er ingezet wordt op 'inclusieve groei'. Dit is groei die in de eerste plaats arme mensen en vrouwen toegang biedt tot middelen om er productief mee aan de slag te gaan.

Een tekend voorbeeld hiervan is een land als Namibië. Het land bleek immuun voor de wereldwijde economische crisis en noteert sinds 2010 economische groeicijfers boven de 5%. Tegelijkertijd kleurt Namibië donkerrood op de wereld honger map met meer dan 42% van de bevolking die ondervoed is. De economische groei heeft er niet geleid tot meer werkgelegenheid die nodig is om de ongelijke verdeling van inkomens en middelen aan te pakken, aldus de Wereldbank .

Het hongerrapport wijst ook op de noodzaak aan sociale bescherming in de strijd tegen honger. De uitbreiding van systemen van sociale bescherming in het Zuiden, droeg in grote mate bij aan de vooruitgang m.b.t. voedselzekerheid in de betreffende landen. Dit is zeker zo wanneer deze sociale bescherming wordt gekoppeld aan landbouwontwikkeling.

Opletten met handel

Internationale handel kan in vele gevallen bijdragen aan voedselzekerheid, maar het rapport wijst ook op de risico's die hieraan verbonden zijn.

Landen die zich sterk focussen op de internationale markt voor hun voedselvoorziening (42 van de 58 lage inkomenslanden zijn netto-voedsel importeur) lopen grote risico's. Ze ondermijnen dikwijls de ontwikkelingskansen van hun eigen voedselproducenten en maken zich heel kwetsbaar voor schokken op de internationale markt.

Een grotere afhankelijkheid van geïmporteerd voedsel, leidt bovendien tot de consumptie van goedkoper voedsel met veel calorieën maar weinig voedingsstoffen.

De veronderstelling dat handelsakkoorden en economische groei haast automatisch zouden uitmonden in meer welvaart en voedselzekerheid wordt hiermee nog eens onderuit gehaald. Zonder specifieke aandacht voor een voedselzekerheidsbeleid, geraken we er niet tegen 2030.