Dat de humanitaire toestand in Oost-Congo dankzij het legeroffensief van het Congolese leger en de VN almaar schrijnender wordt, is de laatste dagen intensief gedocumenteerd in de media.

We voegen hier nog een element aan toe: in de haast onbegrijpelijke kluwen van rebellenfracties, half geïntegreerd leger, en nieuwe politieke en militaire allianties, spelen ook grondstoffen een belangrijke rol.

Afwezige overheid

De verschillende rebellengroepen en hun internationale sponsors halen al jarenlang profijt uit de rijke Congolese ondergrond. Dat is mogelijk doordat de overheid volledig afwezig is in deze regio. Het gaat zelfs verder: in de gebieden waarover het nationale leger weer controle verwerft, maken de soldaten en bevelhebbers zich, bovenop de plunderingen en verkrachtingen, ook schuldig aan illegale exploitatie.

Op het terrein betekent dit dat er zowel tussen het leger en de rebellen als onderling bitter wordt gevochten om grondstofrijke gebieden. Zodra de rebellen zijn verdreven verschijnen de soldaten in de mijnsites. De afpersing van de plaatselijke bevolking, die door gebrek aan economische alternatieven noodgedwongen met hand en schop in de mijnen werkt, gaat gewoon door. In andere gevallen speelt het leger zelfs onder één hoedje met de rebellen, om zo de winst onderling te kunnen verdelen.

Pludering van natuurlijke rijkdommen

De lucratieve grondstoffenplundering op die schaal is slechts mogelijk zolang de Congolese regering de facto geen controle heeft over het gebied. Dit leidt tot een perverse situatie, waarbij alle strijdende partijen in feite economisch meer baat hebben bij het in stand houden van conflict en chaos, dan bij een scenario van vrede. Daarom moet elke strategie om het conflict te beëindigen deze economische motieven in de analyse opnemen.

Broederlijk Delen is van oordeel dat een duurzame oplossing alleen uitgewerkt kan worden met een alomvattende strategie waarin politieke onderhandelingen centraal staan.

Rol voor Belgische regering

België kan een rol spelen in het indammen van het economisch misbruik van het conflict, zowel aan de bron als bij de afnemers. Wat de mijnen zelf betreft: die moeten zo snel mogelijk weer onder controle komen van de civiele administratie.

De ontginning dient er geformaliseerd te worden. Daarom moet de Belgische regering er bij president Kabila op aandringen dat hij zijn vermeende nultolerantiebeleid onverbiddelijk toepast in gevallen waarbij soldaten verdacht worden van betrokkenheid bij grondstoffenexploitatie. België kan ook de Congolese regering helpen de capaciteit, aantallen en uitbetaling te verzekeren van de politiediensten en ambtenaren in Oost-Congo die verondersteld worden de mijnsector terug op de rails te krijgen.

Bedrijven hebben ook verantwoordelijkheid

Ook bij de afnemers van de grondstoffen is actie nodig. Belgische bedrijven zijn immers betrokken in de opkoop van mineralen zoals tinerts, coltan en wolframiet. Die belanden onder meer in de gsm’s, mp3-spelers en laptops van Belgische consumenten. Het is de verantwoordelijkheid van onze regering om Belgische bedrijven of individuen die met voorkennis conflictmineralen verhandelen te berechten.

Broederlijk Delen pleit ook voor een constructieve aanpak: een certificatiesysteem, zoals dat voor diamanten ook al bestaat, zou bedrijven toelaten om de herkomst van de mineralen na te gaan. Op die manier kunnen ze zorgen en aantonen dat ze enkel legale grondstoffen verhandelen. Zo leveren ze een positieve bijdrage leveren aan de economie en de ontwikkeling van het land. België heeft in het verleden een leidersrol gespeeld op dit punt en heeft nu de kans om een nieuw impuls te geven aan het ontwikkelen van zo’n certificatiesysteem.

De natuurlijke rijkdommen in de Kivustreek vormen misschien geen hoofdoorzaak van het conflict, maar houden het wel in stand. Daarom vormt de grondstoffenproblematiek een noodzakelijk element in het zoeken naar een duurzame oplossing.