Op 10 december is het 70 jaar geleden dat de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens werd aangenomen. Voor Broederlijk Delen blijven de mensenrechten een rode draad doorheen ons werk. In onze partnerlanden, maar ook in België.

Ieder mens heeft rechten, inherent aan het 'mens-zijn'. De meeste Staten en regeringen hebben er zich door de ondertekening en ratificering van internationale verdragen en verklaringen expliciet toe verbonden om een aantal rechten te respecteren, te beschermen, te verwezenlijken. Die verdragen bevinden zich op het niveau van de Verenigde Naties (VN), maar er bestaan ook subregionale mensenrechtensystemen in elk continent.

De kerninstrumenten van internationale mensenrechtenwetgeving zijn de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten en het Internationaal Verdrag inzake Sociale, Economische en Culturele Rechten. Ook de meeste nationale Grondwetten bevatten een hoofdstuk over mensenrechten.

Rechtenbenadering

In haar visie op ontwikkelingssamenwerking vertrekt Broederlijk Delen vanuit een rechtenbenadering. Dit betekent dat ontwikkeling voor ons een zaak is van mensenrechten. Armoede in al zijn dimensies is in onze ogen het gevolg van schendingen van internationaal erkende mensenrechten. Het is een kwestie van onrecht dat wordt aangedaan aan de zwakste groepen van de samenleving.

De rechtenbenadering is een methode om op zoek te gaan naar discriminerende praktijken en ongelijke machtsverdeling die ontwikkeling afremmen of verhinderen, en die te veranderen. Denk maar aan schendingen van het recht op voedsel, het recht op inspraak rond ontwikkelingsplannen met betrekking tot land en natuurlijke rijkdommen, of het recht op vrijheid van vereniging.

Effectieve en duurzame sociale verandering vereist een mondige civiele maatschappij, en een sterke overheid. Broederlijk Delen en partnerorganisaties werken hoofdzakelijk van onderuit, door de capaciteiten van de zwakste en meest gemarginaliseerde groepen in de samenleving te versterken om als rechtenhouders hun rechten te claimen bij de plichtsdragers (in de eerste plaats staten, maar er is bijvoorbeeld ook steeds meer debat over de rol van bedrijven als plichtsdragers).

Niet alleen in onze programma’s in Afrika, Latijns-Amerika, en Israël en Palestina vertrekken we vanuit een rechtenbenadering. Ook in ons politiek werk vormen mensenrechten de leidraad. De verwezenlijking van de rechten van onze doelgroepen in de partnerlanden is het uiteindelijke doel. Daarom klagen we schendingen aan, eisen we dat internationale regels worden nageleefd, en pleiten we waar nodig voor nieuwe instrumenten – zoals een bindend VN-verdrag inzake Bedrijven & Mensenrechten. We wijzen niet alleen overheden in 'het Zuiden' op hun verantwoordelijkheden, maar ook België, de Europese Unie en de Verenigde Naties.

Mensenrechten wereldwijd onder vuur

Vandaag zien we een zorgwekkende tendens wereldwijd waarbij het internationale mensenrechtenkader steeds meer openlijk in vraag wordt gesteld, verdedigers van mensenrechten worden gecriminaliseerd en vermoord en er steeds minder bewegingsruimte is voor de civiele maatschappij of het nu gaat om Latijns-Amerika, het Midden-Oosten of Centraal-Afrika.

Meer dan ooit is het daarom cruciaal om met onze partnerorganisaties samen te werken rond gerichte strategieën ter verdediging van de rechten van de meest kwetsbaren en de bescherming van mensenrechtenverdedigers. Ook na 70 jaar blijft de inspirerende en normatieve kracht van het mensenrechtenkader overeind. Maar de plichtsdragers hieraan herinneren, is een permanente opdracht.

Deze tekst is gebaseerd op nota's van Thomas Craenen, Brigitte Herremans en Wies Willems.