19 juni 2015 - Burkina Faso - Jo Dalemans

Op 23 mei werd er wereldwijd op verschillende plaatsen een mars tegen Monsanto gehouden. Ook in Burkina Faso vond er één  plaats. Verschillende van onze partnerorganisaties die rond duurzame landbouw werken, zoals Inades, Diobass, UGNN en CODDE, stapten mee op.

Ook in Burkina Faso worden GGO-gewassen (GGO = genetisch gewijzigd organisme) van Monsanto gebruikt. In 2008 werd Bt-katoen op grote schaal geïntroduceerd in het land. Bt-katoen is een genetisch gewijzigde vorm van katoen die zelf insecticide produceert.

De vele kleine boeren hadden geen keuze: er werd alleen GGO-zaad aangeboden. Dat kwam omdat 1 semi-overheidsonderneming enorm veel macht had in de hele katoenketen, van zaadproductie en -verdeling, kredietverlening en technische ondersteuning tot het transport. Vandaag is 70% van het katoen in het land genetisch gewijzigd.

Valse beloften

Hoera-verhalen over hogere opbrengsten en betere bescherming tegen insecten deden de ronde. Een sterke promotie voor de GGO-zaden. Maar boeren die Bt-katoen planten weten vandaag wel beter. De GGO-zaden leveren kortere katoenvezels op en lichtere pitten, waardoor de opbrengst en de kwaliteit lager zijn. De bescherming tegen insecten helpt maar tijdelijk. Bovendien kosten de zaden een veelvoud van het zaad dat voorheen werd gekocht.

Vandaag willen de Burkinabé mee beslissen over hun toekomst. Monsanto-katoen heeft daar geen plaats in.

Belangrijke actoren in de katoenketen (SOFITEX, SOCOMA en ook Monsanto) hebben intussen erkend dat de GGO-zaden de verwachtingen niet hebben ingelost. Het antwoord van Monsanto luidt: ‘we zullen nog betere zaden maken, die ook gebruikt kunnen worden in combinatie met glyfosaat’. Glyfosaat, een pesticide, is beter bekend onder de naam 'roundup'. Deze pesticide wordt in meer en meer landen verboden omdat het kankerverwekkend zou zijn.

Kiezen voor recht op voedsel

Burkinese organisaties willen dat boeren in de eerste plaats de keuze hebben welke zaden ze kopen en planten. Ze kiezen radicaal voor voedselsoevereiniteit. Dat betekent dat boeren de keuze hebben op welke manier ze hun landbouw- en voedingssysteem organiseren. Een keuze die ze niet hadden toen de GGO-katoenzaden hen werden opgedrongen. De GGO-zaden maakte hen ook afhankelijk van het bijhorende insecticide, door hetzelfde bedrijf geproduceerd.

Boeren zijn ongerust dat GGO-velden aanpalende velden zullen ‘besmetten’. Dat is in het bijzonder nadelig voor boeren die biologisch willen produceren. In de biolandbouw zijn GGO’s niet toegelaten.

In Burkina Faso speelt nog een ander element mee. Toen het GGO-katoen in 2008 werd geïntroduceerd, promootte de overheid het zaad. Dat gebeurde zonder landbouwers te consulteren of informeren. In oktober 2014 kwam er een einde aan het regime van president Compaoré en, zo hopen vele Burkinabé, ook aan de achterkamerpolitiek die alles boven de hoofden van de bevolking besliste. Vandaag willen ze mee beslissen over hun toekomst, Monsanto-katoen heeft daar geen plaats in.