El Pilón lijkt een rustig, slapend dorpje in Cauca, Colombia. Niets is minder waar. De streek van El Pilón is rijk aan grondstoffen en water.

Het dorp is bovendien strategisch gelegen aan de Panamericana (de centrale verbindingsweg die Noord- en Latijns-Amerika doorkruist). Deze rijkdom komt de bevolking toe, maar al jaren vullen (inter)nationale bedrijven hun zakken met het ontginnen van de streek. De inwoners blijven achter zonder grond om te bewerken en met de schadelijke gevolgen van de ontginningen.

Het bedrijf dat opereert in El Pilón, graaft materiaal op uit de rivier. Elke vijf à tien minuten vertrekt er een volgeladen vrachtwagen. Tijdens ons bezoek zijn er echter geen graafmachines aan de oevers te zien. Onze komst is blijkbaar aangekondigd en het bedrijf heeft zijn voorzorgen genomen.

Enkele leden van de gemeenschapsraad nemen ons mee naar de rivier om met eigen ogen te zien wat het bedrijf aanricht. Van de rivier blijft niet veel meer over. Het water reikte vroeger tot aan de landbouwvelden. Nu zijn er nog slechts 3 stroompjes over. We rijden met de moto door de bedding. Het lijkt meer een woestijn. De bestuurder voegt er ironisch aan toe dat het precies de ‘Panamericana’ is.

Het bedrijf verandert de loop van de rivier naar hoe het hen uitkomt. Dit heeft schadelijke gevolgen voor de fauna en flora in en rond de rivier. Land overstroomt waardoor het onvruchtbaar wordt. Vissen moeten leven in steeds minder water.

Vernieling zonder vergoeding

In 2007 is het bedrijf begonnen met het uitgraven van de rivier. Het materiaal dat ze uit de rivier halen, verkopen ze door aan bedrijven die goud ontginnen. Het riviermateriaal wordt gebruikt in het proces om goud te winnen. Het is een erg winstgevende handel.

Bij aanvang van de werken waarschuwde het bedrijf dat in de winter enkele stukken landbouwgrond zouden overstromen door een omleiding van de rivier. Dit was niet gelogen. Verschillende percelen van boeren werden vernietigd. Vijfenzestig personen zijn slachtoffer. Het bedrijf zou de schade vergoeden.

De gemeenschap overlegde en diende een klacht in. Jaren later is er nog geen oplossing.

Sommige mensen moesten vertrekken. Hun grond is niet langer vruchtbaar. Ze hebben niets om van te leven.

Het water dat overblijft, is vervuild door de graafmachines en de mijnbouw die zich verder stroomopwaarts bevindt. Dit water gebruiken de mensen in hun huis en op het land. Er zijn geen andere watervoorzieningen. De bevolking kampt bijgevolg met gezondheidsproblemen (vooral darmklachten).

Een haciënda, een landgoed met grote oppervlakten landbouwgrond, wordt verhuurd aan het ontginningsbedrijf. Het gaat om 1600 hectare die niet langer meer gebruikt kunnen worden voor landbouw. Hetzelfde is aan het gebeuren voor een andere haciënda. Hierdoor komt de voedselbevoorrading in het gedrang.

Extractivisme in opmars

El Pilón is niet het enige dorp dat te maken heeft met het ‘extractivisme’. Het ontginningsbedrijf is ook niet het enige bedrijf actief in de omgeving. Multinationals maken plannen voor de aanleg van een megastuwdam in de streek. Bedrijven doen seismisch onderzoek ter voorbereiding van het ontginnen van petroleum.

De mijnbouw in de omgeving vervuilt drie rivieren. Het water bevat kwik, het niveau daalt waardoor er weinig of enkel kleine vissen leven in het water. Ook El Pilón ligt onder concessie. Dit betekent dat de overheid toestemming geeft aan mijnbouwbedrijven om de grond te ontginnen.

De gemeenschapsraad van El Pilón wil niet langer toekijken op de vernietiging van hun leefgebied. De leden riepen de hulp in van ‘Justicia y Paz’, een organisatie die samenwerkt met Broederlijk Delen. Ze verzonden documenten naar verschillende overheidsdiensten om de situatie aan te klagen.

Sommige instanties hebben reeds gereageerd maar de antwoorden zijn verontrustend. De overheid ontkent het bestaan van de ‘gemeenschapraad’, ook al werd hij jaren geleden opgericht. Sterker nog, ze ontkennen het bestaan van een Afro-gemeenschap in El Pilón. Nochtans is de meerderheid van de bevolking in El Pilón Afro-Colombiaan. Als etnische minderheid, hebben Afro-Colombianen speciale rechten.

De regering weigert op deze manier de rechten te erkennen die de mensen hebben als Afro-gemeenschap.

De gemeenschap moet bewijzen verzamelen om hun bestaan aan te tonen. De Afro-gemeenschap bestaat al lang. Het werk van ‘Justicia y Paz’ houdt in dat de bewoners bewust worden van hun eeuwenlange collectieve verleden op deze plaats. Daarnaast is het belangrijk dat de mensen in interviews de situatie uitleggen en vertellen welke rechten geschonden worden. Er zijn bewijzen nodig van de schade die het bedrijf aanricht.

Een uitdaging voor de mensen van El Pilón is streven naar een gemeenschap die sterk samenhangt en zich bewust is van zijn wortels. Op die manier staan ze sterker om hun rechten op te eisen en antwoord te bieden aan bedreigingen van het leefgebied.