14 november 2016

Vandaag bestaat Broederlijk Delen 55 jaar. Meer dan 5 decennia van strijd tegen armoede en onrecht, wereldwijd. 50 jaar bouwen aan een brede solidariteitsbeweging in Vlaanderen. Tussen 1961 en 2016 is de wereld sterk veranderd. Die gewijzigde situatie daagt ons uit om kritisch terug te blikken en te bepalen hoe we in de toekomst effectief kunnen blijven strijden tegen onrecht en bijdragen aan duurzame ontwikkeling.

Hoe het allemaal begon 

Broederlijk Delen ontstond als een noodhulpactie. In de vastenperiode van 1961 riepen de Belgische bisschoppen de gelovigen op tot solidariteit met de noodlijdende bevolking in Congo. Na de onafhankelijkheid was in de Kasai een hongersnood uitgebroken. De kerkgangers werden uitgenodigd om hun vasten op een geëngageerde manier te beleven. Wat men uitspaarde door soberheid, kon men “broederlijk delen” met de noodlijdende bevolking in onze vroegere kolonie. De respons op de oproep was groot. 

Een nieuwsoortige vastenbeleving kreeg gestalte. Het klassieke trio “vasten als tijd van gebed, tijd van boete en tijd van werken van barmhartigheid” werd vervangen door een nieuw trio “tijd van bezinning, tijd van bekering en tijd van solidariteit”. De band tussen solidariteit en versobering die toen werd gelegd, heeft Broederlijk Delen nooit meer losgelaten.

Ook vandaag nog is de christelijke spiritualiteit het zingevingsmodel van waaruit onze werking vertrekt. De grondtoon van de spiritualiteit van Broederlijk Delen bleef steeds dezelfde: vanuit het Bijbelse visioen reflecteren op wat in de wereld gebeurt, persoonlijke ommekeer (wat moet ik in mijn leven veranderen) én concrete solidariteit met de armsten in de wereld. Solidariteit die niet alleen leidt tot persoonlijk engagement maar die ook structureel maatschappelijk vertaald moet worden om tot duurzame verandering te leiden.  

Rechtvaardigheid en duurzaamheid doorheen de jaren… 

De verontwaardiging over ongelijkheid en armoede in de wereld is de drijfveer voor vele vrijwilligers om zich te engageren voor een ontwikkelingsorganisatie als Broederlijk Delen. Het is omdat mensen zich persoonlijk geraakt voelen dat ze in beweging komen. Met iedere vastencampagne confronteren we mensen met wereldproblemen, maken we analyses, vragen we om solidair te zijn met arme bevolkingsgroepen in de ontwikkelingslanden en nodigen we mensen uit om stil te staan bij hun eigen manier van leven.

Reeds 55 jaar bouwen we zo aan een wereldwijd web van solidariteit. Op het terrein ondersteunen we initiatieven van de lokale bevolking. We werken met het talent dat ter plaatse aanwezig is en met respect voor de lokale cultuur. De kerngedachte dat de wereld rechtvaardiger wordt als we steeds opnieuw delen en herverdelen, behoort tot het DNA van de organisatie.

Langetermijnresultaten die leiden tot duurzame veranderingen in het leven van de plaatselijke bevolking waren steeds het doel. Die kernidee van Broederlijk Delen werd doorheen de jaren verrijkt met nieuwe inzichten. Een greep uit de campagneslogans getuigen van die geschiedenis:

  • 1961: “broodnodig 40 dagen broederlijk delen”
  • 1971: “her-verdelen brood-arbeid-eigendombeleid-waardering-kennis-kultuur-macht”
  • 1974: “evenwaardigheid eist rechtvaardigheid”
  • 1980: “ommekeer ommekaar”
  • 1982: “wentel de crisis niet af op de derde wereld”
  • 1987: “de aarde behoort aan allen”…

In 1989 voerde Broederlijk Delen een opgemerkte campagne onder de provocerende slogan “Ontwikkeling tegen welke prijs?” het affichebeeld - een Indiaanse vrouw met kind tegen de achtergrond van een vernield tropisch regenwoud - werd een klassieker. De petitie-actie voor behoud van het tropisch regenwoud verzamelde meer dan 600.000 handtekeningen. Een ongezien succes in Vlaanderen. Milieu werd een nieuwe topic.

In 2002 focuste de vastencampagne “Wij op grote voet. Wie draagt de gevolgen?” helemaal op de ecologische draagkracht van de aarde en op de verantwoordelijkheid van het Noorden tegenover het Zuiden. Ze nodigde mensen uit om ook hun ecologische voetafdruk effectief te berekenen en bood concrete pistes om deze te verkleinen met duurzame consumptie- en productiepatronen. Alsmaar meer plaatste Broederlijk Delen de ecologische component van het begrip ‘duurzaamheid’ centraal. Ondertussen zit ecologische duurzaamheid ingebakken in onze visie, beleid, strategie en praktijk.

Het einde van een tijdperk? 

Tussen 1961 en 2016 is de wereld sterk veranderd. Des te belangrijker is het om de tekenen des tijds goed te interpreteren. Dit doen we door zorgvuldig kijken naar wat er in de wereld gebeurt, de verhalen van concrete mensen te beluisteren en dit steeds in het perspectief van Bijbelse waarden te plaatsen.   
 
In onze wereld is de klassieke invulling van ‘ontwikkeling’ en ‘vooruitgang’ vaak synoniem voor meer materiële welstand. In de voorbije decennia creëerde dit groeimodel meer welvaart voor veel mensen. Maar nu botsen we op de grenzen van dit model. Ook de ontwikkelingssamenwerking staat onder druk. Mensen worden kritischer over het nut ervan. Het lijkt immers alsmaar slechter te gaan met onze wereld. Ondanks ruim 50 jaar ontwikkelingssamenwerking lijden nog steeds 800 miljoen mensen honger. De meerderheid onder hen zijn boeren. En dat in een wereld waar we genoeg voedsel voor iedereen kunnen produceren.

Ook het Noord-Zuid verhaal klopt niet meer. De armoedekloof loopt niet langer tussen het Noorden en het Zuiden. In het Zuiden leven er nu groepen mensen die veel rijker zijn dan we ons in het Westen kunnen voorstellen, terwijl ook in onze eigen maatschappij steeds meer mensen uit de boot vallen. Hoewel de armoede wereldwijd algemeen daalt, stijgt de ongelijkheid: 1 % van de wereldbevolking beschikt over 50% van de rijkdommen en de rijkste 85 personen bezitten evenveel als de armste helft van de wereldbevolking (3.5 miljard mensen). Financiële crisissen en oorlogen doen de ongelijkheid nog toenemen.

Aan dit rijtje “systeemcrisissen” wordt sinds enkele jaren nog een ecologische crisis toegevoegd. Het zijn de armsten in het Zuiden die het eerst de rekening gepresenteerd krijgen: droogte, stormen, woestijnvorming en overstromingen bedreigen hun woongebieden, gewassen en economie. Ondertussen voelen we de klimaatverandering zowat overal. Wetenschappers zijn het erover eens dat de mens de grootste oorzaak is van de opwarming van de aarde en dus verantwoordelijk voor de klimaatverandering. De COP21 in Parijs heeft een klimaatakkoord voortgebracht, maar dat moet nu dringend in de praktijk omgezet worden. Veel meer dan de andere problemen dwingt de klimaatverandering de mens ertoe het radicaal over een andere boeg te gooien. Zoals de encycliek Laudato Si stelt, moeten we zorg dragen voor ons gemeenschappelijk huis.  Kortom:

Het gangbare ontwikkelingsdenken houdt onvoldoende of geen rekening met de draagkracht van onze aarde en schaadt onze levensnoodzakelijke ecosystemen.

Het sluit ook grote groepen mensen uit de samenleving uit. Overal neemt de ongelijkheid tussen arm en rijk toe. Zo kunnen we niet meer verder.  

Nood aan een nieuw & duurzaam maatschappelijk project 

Onze wereld heeft nood aan een nieuw maatschappelijk project. We moeten op zoek naar een andere manier van leven. Dat vraagt om radicale keuzes, van ieder van ons maar ook van alle groepen, landen en de internationale gemeenschap. Kiezen we voor alsmaar meer, alsmaar groter? Of kiezen we voor een alternatieve, reële vooruitgang: met minder energie, maar meer warmte, meer solidariteit en minder ongelijkheid? De grond van deze keuze is een debat over waarden. Het gaat om een politiek en maatschappelijk debat, en een oproep om niet langer steeds dezelfde crisisrecepten uit de kast te halen. 
 
Dit nieuwe maatschappelijke project moet gaan over een ander landbouwsysteem waarin de agroecologie en de kleinschalige landbouw topprioriteit krijgen. Het gaat ook over herverdeling van rijkdom en natuurlijke hulpbronnen. Het gaat om hergebruik en recycling van grondstoffen. Het gaat om een broeikasvrije circulaire economie. Het gaat om het herdenken van de mens en zijn plaats in de natuur. De hamvraag luidt: hoe kunnen we goed leven met verschillende volkeren op één planeet met een beperkte draagkracht? 

Kiezen voor een totaal ander paradigma

We moeten zoeken naar een ‘goede’ manier van leven. We moeten radicaal  kiezen voor een samenleving die gebaseerd is op gemeenschap, duurzaamheid  en solidariteit. Ook als we daarvoor onze comfortzone moeten verlaten, moeten we  durven kiezen voor een duurzame economie die rekening houdt met de draagkracht van onze aarde. Daarvoor moeten we de mentaliteit van ‘nooit genoeg’ ombuigen naar ‘goed genoeg’, of beter: “met genoeg (i.p.v. veel) is het ook goed leven”, zodat er ruimte blijft voor al wat leeft en bestaat op onze planeet, nu en in de toekomst. Respect voor de waardigheid van iedere mens en respect voor de planeet vormen hierbij de leidraad.

Het gaat om “méér mens, méér samenleving, méér zorg voor onze aarde”. Een leven met een kleinere voetafdruk is een positieve verandering, een groei in levenskwaliteit. Leven vanuit een "ethiek van het genoeg" heeft minder te maken met "verliezen" of "inbinden" dan met het scheppen van ruimte voor "het goede leven". Onze comfortzone verlaten is een grote opgave, maar is er een andere keuze?  


 
Wereldwijd maken groepen mensen gedurfde keuzes. Het appél van onze partners uit het Zuiden is dwingend. Zij dagen mij uit om naar mijn eigen leven, onze samenleving én ook naar onze organisatie Broederlijk Delen te kijken. Welke keuzes maak ik? Wat zijn de alternatieven voor dit eenzijdige groeimodel? Hoe zorgen we dat er niemand uit de boot valt? Hoe beperken we de voetafdruk van onze organisatie? … 
 
Met Broederlijk Delen maakten we de keuze om deze nieuwe manier van denken, deze paradigmashift, als uitgangspunt voor ons handelen te nemen. Om op die manier te bouwen aan een rechtvaardigere wereld met een duurzame toekomst voor iedereen, ook voor toekomstige generaties. Het “goede leven” als richtsnoer én uitdaging, om zo samen met anderen maatschappelijke verandering te realiseren in Europa, het Midden-Oosten, Azië, Afrika en Latijns-Amerika.  

Kiezen voor “het goede leven” is kiezen voor duurzaamheid 

Bij Broederlijk Delen zetten we ons in voor een waardig leven voor gemeenschappen op het platteland in Afrika, Latijns-Amerika en Israël/Palestina. We zien drie hefbomen om de aandacht voor duurzaamheid gestalte te geven in ons werk. Enkele concrete voorbeelden maken dit duidelijk. 

 

1. Structurele-maatschappelijke verandering, hier en ginder   

Eén op acht mensen heeft honger, ook op het platteland. Samen met lokale organisaties werken we aan oplossingen voor de huidige voedselcrisis. Met respect voor mens en milieu.

Onze partnerorganisaties, werken samen met de plaatselijke boerengemeenschappen. Ze kennen de noden en de plannen van deze boeren het beste. Samen met hen werken ze een aanpak uit op lange termijn. Steeds vaker worden boeren getroffen door de klimaatopwarming: overstromingen, watertekort, mislukte oogsten, hongersnood enz. Partnerorganisaties zoeken naar diverse vormen van duurzaam grondbeheer. Op basis van hun ervaring en getuigenissen kiezen ze voor technieken uit de agroecologie en kleinschalige familiale landbouw. Zo gaan de boeren, hun families én het milieu erop vooruit.

Maar wat baat hun duurzaam beheer van de grond als hun overheden deze nadien overlaten aan niets ontziende mijnbouwbedrijven of aan de agro-industrie? De ‘good practices’ van de kleinschalige landbouw en de agro-ecologie moeten vertaald worden naar een duurzaam  landbouwbeleid. Daarvoor is politiek lobbywerk noodzakelijk. Terwijl onze partnerorganisaties zich steeds beter organiseren om dit bij hun nationale politici doen, oefenen onze beleidsmedewerkers in Brussel druk uit op Belgische politici om zo’n landbouwbeleid te ondersteunen. We zetten onze eisen kracht bij door bij het Vlaamse publiek campagne te voeren. En via ons internationale netwerk Cidse oefenen we invloed uit op de politiek van Europa, van de Verenigde Naties en van de Wereldbank.

Ook in Vlaanderen scharen we ons achter het pleidooi voor familiale landbouw. Daarom staan we mee aan de wieg van de nieuwe beweging voor agro-ecologie ‘Voedsel Anders’, trekken we mee aan de kar van de Klimaatcoalitie (en Climate Express) en volgen we de nieuwe Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) op.  

 

2. Zelf doen wat we zeggen   

Werken we zelf wel op een duurzame manier? Broederlijk Delen wil zijn verantwoordelijkheid nemen en streeft ernaar zijn ecologische voetafdruk te verkleinen.

Zo hebben we ons oude gebouw in Brussel duurzaam gerenoveerd, schakelden we over naar verwarming op gas en kozen voor 100% ‘groene’ elektriciteit. Sinds 2010 rapporteren we over zeven indicatoren met betrekking tot onze ecologische voetafdruk: papierverbruik, gasverbruik, elektriciteitsverbruik, waterverbruik, uitstoot van broeikasgassen en de verplaatsingen van ons personeel. Meten is weten, dus gebruiken we de vergelijking van jaarlijkse cijfers om, waar nodig, bij te sturen.

Er is een werkgroep ‘Groen beleid’ die allerlei initiatieven neemt om onze ecologische voetafdruk te verkleinen. In 2015 werd een heel mobiliteitsbeleid op punt gezet waarin naast het openbaar vervoer, ook het gebruik van de fiets en “auto delen” werden gestimuleerd. “Zelf ook doen wat we zeggen” is belangrijk om geloofwaardig te zijn naar vrijwilligers, schenkers en het bredere publiek toe . 

 

3. Uitnodigen tot een persoonlijke verandering van levensstijl

De laatste jaren koppelen we aan iedere vastencampagne opnieuw expliciet een uitnodiging om stil te staan bij onze ‘eigen manier van leven’. Via laagdrempelige handelingsmodellen rond één thema dagen we mensen uit om over hun eigen levensstijl te reflecteren en die via concrete tips te verduurzamen. Zo was de ‘foodtest’ in 2014 een leuke manier om mensen over hun eigen omgang met voedsel te doen nadenken en om voedselverspilling tegen te gaan. In 2015 hadden we ‘40 dagen droger’: twintig praktische tips toonden mensen de weg om hun waterverbruik te verminderen.

Voor de secundaire scholen werkten we het project SecondLife@School uit: leerlingen maken iets nieuws uit kapotte, oude of vergeten spullen. Zo leren ze duurzaam omgaan met grondstoffen. Ook buiten de campagne willen we het thema duurzame levensstijl  blijven promoten. Daarom doen we mee aan de internationale campagne “Change for the Planet, Care for the People” die via sociale media mensen concrete tips geeft rond duurzaam omgaan met voedsel, vervoer en energieverbruik. 

Tot slot 

Kiezen voor “het goede leven”, kiezen voor een paradigmashift, heeft gevolgen. Niet langer business as usual, maar zoeken naar alternatieven voor het eenzijdige groeimodel. Het is niet alleen een opdracht voor onze partners in het Zuiden, maar evenzeer eentje voor ons hier in Vlaanderen.

Met Broederlijk Delen gaan we die uitdaging aan. Vanuit de overtuiging dat dit de enige manier is om werk te maken van een wereld met toekomst voor iedereen, ook voor de volgende generaties. Vanuit de overtuiging dat we zo de kern van de vasten als “tijd van bezinning, tijd van ommekeer en tijd van solidariteit” opnieuw waar maken.  

 

Lieve Herijgers in Tijdschrift voor Geestelijk Leven