04 december 2019 - Recht op voedsel - Suzy Serneels

Suzy Serneels, onze beleidsmedewerker Recht op Voedsel, brengt verslag uit van de jaarlijkse plenaire vergadering van het Wereldvoedselcomité van de Verenigde Naties.

Verzamelen geblazen

Wat is het CFS?

Het CFS (Committee on World Food Security) of het Comité voor Wereldvoedselzekerheid heeft als doel het recht op voldoende voedsel voor iedereen te bevorderen. Het werd opgericht in 1974 als een intergouvernementeel comité, onder auspiciën van de FAO, om toezicht te houden op de verbintenissen die werden aangegaan tijdens de eerste Wereldvoedselconferentie in 1974 en later de Wereldvoedseltop in 1996.

Van 14 tot 18 oktober verzamelden overheidsfunctionarissen, privésector, onderzoekers en vertegenwoordigers van de civiele maatschappij in Rome voor de jaarlijkse plenaire vergadering van het Wereldvoedselcomité van de Verenigde Naties (CFS). De plenaire vergaderingen volgden meestal eenzelfde stramien: eerst een presentatie van een rapport of een update van een al langer lopend proces, gevolgd door tussenkomsten van de verschillende delegaties in de zaal. Er werd een strikte tijdslimiet gehanteerd: 2 minuten spreektijd  voor een land, 3 minuten voor een spreker die een regio of belangengroep vertegenwoordigde. De strakke regie zorgde ervoor dat de debatten niet uit de hand liepen en het tijdsschema min of meer werd gerespecteerd, zodat het mogelijk was voor de deelnemers om ook deel te nemen aan de talrijke randevenementen die werden georganiseerd voor, tussen en na het officiële programma.

Omdat die randevenementen vaak interessanter waren dan de plenaire vergadering, werden het lange dagen voor onze vertegenwoordiging lange dagen. Maar wel met uitzicht over het Circus Maximus en het Forum Romanum wanneer er tijd was voor een snelle lunch.

Voorbereiding door de civiele maatschappij

Het 5 daagse evenement werd vooraf gegaan door een weekendforum  van de civiele maatschappij organisaties (CSM).

Wat is de CSM?

Het ‘Civil Society and Indigenous Peoples’ Mechanism (CSM) for relations with the United Nations Committee on World Food Seurity (CFS)’ is mondvol. Het is een internationale ruimte voor civiele maatschappij organisaties (CMO) die werken aan het uitbannen van voedselonzekerheid en ondervoeding. De CSM is een inclusieve, open ruimte waarin elke CMO die werkt rond voedselzekerheid en voeding kan deelnemen.

Dit begon op zaterdag met een publiek panel en debat en eindigde met het afwerken van de standpunten die de CSM al voorbereidde  over de verschillende onderwerpen van de plenaire vergadering van het CFS.  De civiele maatschappij voelt duidelijk de krimpende ruimte voor hun werk en politieke standpunten. De lidstaten spelen het hard binnen CFS en beletten om sommige onderwerpen ter sprake te brengen. Bovendien laat de macht van de grote bedrijven zich voelen in de multi-stakeholder platforms die een steeds belangrijkere rol beginnen te spelen. Daarnaast werd luidop de vraag gesteld naar de relevantie van CFS. Dreigt die niet voorbij gestoken te worden door andere dynamieken zoals de Sustainable Development Goals? Nochtans heeft CFS een belangrijke rol te spelen in het behalen van SDG 1 & 2 (armoede en honger de wereld uithelpen) en zijn er tal van linken te maken met andere SDG’s.

Agroecologie op de agenda

Voor mij was de discussie over het HLPE rapport over 'agroecologie en andere innovatieve benaderingen voor duurzame landbouw- en voedselsystemen die voedselzekerheid en voeding verbeteren' veruit de meest interessante. Het rapport is het resultaat van twee jaar werk door een team van experten, waarbij ook de civiele maatschappij uitgebreide feedback kon geven. Zij waren al enkele jaren vragende partij om beleidsaanbevelingen ter bevordering van agro-ecologie te bespreken op de jaarlijkse samenkomsten in Rome.

Het rapport is duidelijk: agro-ecologie is de enige manier om alle structurele veranderingen die nodig zijn in ons voedselsysteem op een systematische en geïntegreerde manier aan te pakken. Het rapport legt ook nadruk op het belang van overheidsbeleid en beleidscoherentie om de nodige systeemverandering te verwezenlijken en wijst op het belang om de ecologische voetafdruk van productiesystemen als maatstaf te nemen en niet alleen het efficiënt gebruik van hulpbronnen omdat efficiënte systemen toch een grote ecologische voetafdruk kunnen hebben. Het concept ‘agency’ wordt naar voor geschoven. Dit betekent dat mensen, individuen of gemeenschappen, altijd in staat moeten zijn om hun gewenste voedselsysteem en voeding te kiezen en vorm te geven.

Het rapport heeft vanzelfsprekend ook enkele tekortkomingen, maar de groep is het erover eens dat het een goed vertrekpunt vormt voor de debatten van het komende jaar.

Achter op schema om de duurzame ontwikkelingsdoelen te realiseren tegen 2030

De plenaire vergadering van het CFS startte op maandag met de bespreking van het jongste rapport van het Wereldvoedselagentschap over de stand van voedselzekerheid in de wereld. Met weinig reden tot optimisme. De honger en ondervoeding in de wereld nemen toe. Sinds 2015 is het aantal mensen zonder toegang tot voldoende, voedzaam voedsel toegenomen. Meer dan 820 miljoen mensen - dat is een op de negen op aarde - hadden in 2018 te maken met ernstige voedselonzekerheid. Daarnaast zijn 2 miljard mensen voedselonzeker of hebben een tekort aan micro-nutriënten en lijden nog eens 2 miljard mensen aan overgewicht en obesitas door ongezonde voeding . Tegelijkertijd regent het rapporten over de ernst van klimaatopwarming, verlies aan biodiversiteit etc. Telkens wordt het industriële voedselsysteem erkend als een van de belangrijkste oorzaken van de vele crisissen waar de mensheid mee te maken heeft.

© Suzy Serneels

Alle sprekers zijn het eens over de ernst van de situatie. Iedereen wijst ook op de noodzaak om voedselsystemen grondig te veranderen, maar niet iedereen stelt dezelfde oplossing voor.

In haar lezing over de  vooruitgang van de realisatie van SDG2 (geen honger) brak Hilal Elver, speciaal rapporteur van de Verenigde Naties voor het Recht op Voedsel (opvolgster van Olivier de Schutter), een lans voor het respecteren en meer centraal zetten van de mensenrechten en socio-economische rechtenbij het uitrollen van de SDG. Ze hekelde het feit dat het recht op voedsel niet expliciet erkend wordt in de SDG, terwijl SDG’s en mensenrechten sterk gelinkt zijn en mekaar kunnen versterken.  Ze herinnerde de aanwezige overheden aan hun plicht om het recht op voedsel te realiseren en dat beloften gedaan in het kader van SDG deze verplichting versterkt en aanvult, niet vervangt! Daarnaast pleitte ze voor meer actie om ongelijkheid te verminderen, en jongeren, de leiders van morgen, te respecteren. Zij herinneren ons aan de fundamentele principes van duurzame ontwikkeling, die alleen kan gebeuren met respect voor de volgende generaties.

Heel wat te vieren

Op 15 oktober vierden we de internationale dag van rurale vrouwen met een aan hen gewijde sessie, waarbij de sprekers, hoe kan het ook anders, allemaal vrouwen waren. Zij benadrukten de belangrijke rol die  vrouwen hebben in voedselzekerheid. Zij verbouwen een groot deel van ons voedsel en verrichten daar bovenop een hoop onbetaald en ondergewaardeerd werk in het huishouden en de zorg voor kinderen en gezin. Tegelijk zijn zij de eerste slachtoffers van ondervoeding en hebben ze minder rechten op en toegang tot hulpbronnen zoals land, water en zaden. Nochtans zijn ze belangrijke spelers die in staat zijn rurale gebieden te transformeren naar duurzame, meer gelijke gemeenschappen, als ze daar de kans toe krijgen.

De volgende dag, 16 oktober, werd Wereldvoedseldag gevierd en op 17 oktober werd het decennium van de familiale landbouw 2019-2028 officieel afgetrapt.

© Suzy Serneels

In de namiddag van 16 oktober stond de bespreking van het HLPE rapport over agroecologie en andere innovatieve benaderingen op de agenda. Het is een enorme prestatie van het maatschappelijk middenveld - onder leiding van kleinschalige voedselproducenten die al decennialang, zelfs eeuwenlang agro-ecologie beoefenen - dat regeringen instemmen met een jaar van onderhandelingen om beleidsaanbevelingen over agro-ecologie vast te leggen. Dit ondanks de enorme tegenstand van sommige regeringen die zware lobby van de agribusiness te verwerken kregen.

Tijdens de discussies namen heel wat landen het woord, met wisselend enthousiasme voor agro-ecologie. Sommige landen zijn uitgesproken positief, andere zien het eerder als één van vele mogelijke pistes en de VS en Australië  waren ronduit negatief in hun interventie. Niet toevallig twee landen met bijna uitsluitend grootschalige, industriële landbouw. 

Voor mij was het toen tijd om de vergadering te verlaten en de terugreis per trein aan te vatten. Later die week werd de opstart van het beleidsconvergentieproces door de leden goedgekeurd. Wordt vervolgd eind 2020.