De Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten sprak haar bezorgdheid uit over de aanhoudende criminalisering van het sociaal protest in Peru. Op die manier geeft ze een duidelijk signaal aan de Peruaanse overheid, die het verzet van lokale gemeenschappen tegen grote mijnbouw- en petroleumprojecten met buitenproportioneel geweld beantwoordt.

Op 31 oktober 2014 vond in Washington een algemene hoorzitting plaats van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten over de mensenrechtensituatie en het gebruik van de noodtoestand in Peru. FEDEPAZ, een Peruaanse ngo die juridische ondersteuning biedt aan inheemse gemeenschappen, kaartte er vier thema’s aan: de willekeurige inzet van politie en leger, het gebruik van het strafrecht om leiders van protesten te vervolgen, de systematische lastercampagnes tegen mensenrechtenactivisten en het gebrek aan toegang tot rechtspraak voor slachtoffers van criminalisering.

Criminalisering wettelijk verankerd

De Peruaanse overheid maakt de systematische criminalisering van sociaal protest mogelijk via de wetgeving. Decreet 1095 (2010) laat de interventie toe van gewapende troepen om “de interne orde te bewaren” bij sociale conflicten. Begin 2014 werd bovendien een wet bekrachtigd (Wet 30151) die de onschendbaarheid garandeert van personeel van het leger en politie, wanneer zij “in dienstverband en door gebruik van wapens of andere verdedigingsmiddelen verwondingen of de dood veroorzaken”.

Verschillende middenveldorganisaties in Peru, waaronder ook partnerorganisaties van Broederlijk Delen, vragen dat die wetten worden teruggeschroefd. De vertegenwoordigers van de Peruaanse staat ontkenden tijdens de hoorzitting in Washington dat ze het sociaal protest van inheemse gemeenschappen in het land met opzet zouden criminaliseren.

"Buitenproportioneel gebruik van geweld"

Volgens het oordeel van de Inter-Amerikaanse Commissie is er nochtans sprake van “buitenproportioneel gebruik van de inzet van gewapende troepen bij de binnenlandse ordehandhaving”. De Commissie drukte ook haar bezorgdheid uit over lopende aanklachten tegen verschillende mensenrechtenactivisten en leden van inheemse gemeenschappen die aan sociale protesten deelnamen, waarbij soms zelfs levenslange gevangenisstraffen geëist worden.

De uitspraken van de Inter-Amerikaanse Commissie hebben geen bindende juridische consequenties, maar doen de internationale druk op de Peruaanse overheid wel toenemen.