10 november 2012 - Recht op voedsel - Jo Dalemans

Wie honger zegt, denkt al snel aan te weinig voedsel. Meer voedsel produceren lijkt dan een logische oplossing. De realiteit zit echter anders in elkaar.

Er wordt al genoeg voedsel geproduceerd op de hele wereld, en toch zijn er nog ongeveer 900 miljoen mensen met honger. Hoe dat kan? Deze mensen hebben honger omdat ze arm zijn.

Ze kunnen zelf niet voldoende produceren en hebben het geld niet om voedsel te kopen. Dat is eigenlijk geen nieuws. Het werd 40 jaar geleden ook al vastgesteld... We kunnen uiteraard meer voedsel produceren, maar dat zal weinig veranderen. Tenzij de mensen die vandaag honger hebben ook betrokken worden.

Het platteland heeft honger

3/4e van de mensen met honger woont op het platteland. Sommigen produceren een beetje voedsel op een klein stuk land. Anderen zijn landloos en kunnen in het beste geval iets verdienen door af en toe als seizoensarbeider te werken op de grond van andere boeren.

Als we een beleid voeren rond recht op voedsel, is het belangrijk om deze groep mensen te betrekken. Door de juiste investeringen en het juiste beleid kan hun familiale landbouw, waarbij de boeren vooral gewassen telen voor eigen gebruik, er sterk op vooruit gaan. Het gevolg? De boeren gaan meer produceren.

Dat betekent niet alleen dat er meer voedsel is voor hun families, maar ook dat ze (meer) voedsel kunnen verkopen op de markt. Hierdoor hebben de boeren een klein extra inkomen waarmee ze bijvoorbeeld het schoolgeld van hun kinderen kunnen betalen of voedsel kunnen kopen als ze zelf geen voorraad meer hebben. Ze hebben dus meer eten én de lokale economie wordt aangezwengeld. Twee vliegen in één klap!

Meer... en groter

Aan grootse plannen en goede bedoelingen rond landbouw is er de laatste jaren geen gebrek. Maar niet al die plannen zijn even verstandig. Zo worden grootschalige landbouw en hogere productie nog altijd opgevoerd als de oplossing om honger aan te pakken. Meer land in gebruik nemen dus, maar ook meer monoculturen (wat betekent dat er slechts 1 gewas wordt geteeld), meer biobrandstoffen, meer veevoeder, meer export, meer brandstofgebruik...

Als we echter kijken naar de lijst van kwalen waar de grootschalige landbouw mee geconfronteerd wordt, en waarvoor ze trouwens zelf verantwoordelijk is, dan zien we dat die steeds langer wordt: watervervuiling en -schaarste, klimaatverandering, het afbrokkelen van biodiversiteit, de dalende vruchtbaarheid van de grond, ontbossing... Het is dus een model dat niet zomaar gekopieerd mag worden.

Wie het kleine niet eert ..

Er zijn gelukkig alternatieven. Agro-ecologie is er daar een van. Deze methode vertrekt vanuit een ecologische invalshoek: voldoende produceren, en tegelijk de natuurlijke rijkdommen beschermen. Ze wil dus niet enkel de opbrengst van een plant optimaliseren, zoals bij grootschalige landbouw het geval is, maar het hele landbouwsysteem. Via agro-ecologie is het zelfs mogelijk om de productie in bepaalde gebieden in 10 jaar tijd te verdubbelen.

De negatieve gevolgen van grootschalige landbouw worden vermeden en miljoenen kleinschalige boeren kunnen hun productie verhogen. Dat lukt enkel onder 2 voorwaarden: enerzijds moeten lokale overheden, internationale organisaties en de internationale politiek investeren in zo"n landbouwmodel, en anderzijds moeten de lokale en regionale markten de tijd en ruimte krijgen om te groeien.

Recht op voedsel

Ook Broederlijk Delen investeert in kleine boeren en geeft hen zo een kans in hun strijd tegen de honger. Uiteindelijk is het toch de landbouwer die telt, eerder dan de landbouw.