13 oktober 2016 - Haiti - Pieter Thys

Op maandag 3 oktober kwam orkaan Matthew in het zuidwesten van Haïti aan land en trok vervolgens tergend traag en met vernietigende kracht in noordelijke richting over het land. Het oog van de storm bevond zich op zo’n tweehonderd kilometer ten westen van de dichtbevolkte hoofdstad Port-au-Prince, die al bij al gespaard bleef van zware impact. In de meer rurale departementen in het zuidwesten, het zuiden en het noordwesten van het land liet orkaan Matthew echter een spoor van vernieling achter waarvan de gevolgen op lange termijn pas in de komende dagen en weken duidelijk zullen worden.

Een abces op een ontsteking

‘Pwoblèm yo pa janm fini’ (de problemen houden nooit op), hoorde je overal om je heen in de uren en dagen na de doortocht van orkaan Matthew. Velen omschreven de impact van orkaan Matthew als een ‘absè sou klou’ (een abces op een ontsteking). De uitdrukking verwijst naar de wijze waarop noodlottige gebeurtenissen zoals orkaan Matthew voor Haïti bestaande problemen verergeren en nieuwe problemen met zich meebrengen.

Het is ondertussen meer dan zes jaar geleden dat een krachtige aardbeving een groot deel van de infrastructuur van de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince en omliggende steden tot puin herleidde, 220.000 dodelijke slachtoffers maakte en ruim anderhalf miljoen mensen ontheemde. De ramp gaf aanleiding tot een grote internationale solidariteit en een engagement van de internationale gemeenschap om  samen met de Haïtiaanse overheid een beter Haïti op te bouwen. De wederopbouw verliep echter bijzonder moeizaam en er kwam gaandeweg veel kritiek op niet nagekomen beloftes en de onevenwichtige machtsrelaties tussen de internationale gemeenschap en de Haïtiaanse overheid en civiele samenleving. Het puin werd geruimd en er werd gebouwd, maar de wederopbouw bracht niet de inclusieve ontwikkeling waar de bevolking al zo lang voor vecht.

Veel van de structurele problemen waar Haïti mee kampt gaan ver terug in de tijd. Zo werd tijdens de Amerikaanse bezetting van 1915 tot 1934 alle macht in de hoofdstad Port-au-Prince geconcentreerd in functie van Amerikaanse politieke en economische belangen. Opeenvolgende regeringen lieten deze gecentraliseerde macht niet meer los, en tot op vandaag is basisdienstverlening en infrastructuur in de verder afgelegen departementen schaars en vaak zelfs volledig afwezig. De kleindschalige landbouw waar Haïtiaanse boerenfamilies traditioneel van leven leed dan weer zwaar onder neoliberale ingrepen zoals de opheffing van importtarieven op landbouwproducten, en een gebrek aan investering en omkadering in de landbouwsector. Haïti verloor in de afgelopen dertig jaar stelsematig haar voedselsoevereniteit en werd in toenemende mate afhankelijk van voedselimport. Een snelle bevolkingstoename zorgde enerzijds voor plattelandsvlucht en snelle, chaotische urbanisatie, en anderzijds voor grote druk op de schaarse vruchtbare gronden op het platteland.

De geografische departementen die zich op het pad van orkaan Matthew bevonden behoren tot de meest geïsoleerde en minst toegankelijke van het land, waar een belangrijk percentage van de voedselproductie van het land vandaan komt.

Trof de aardbeving van 2010 het land in zijn politieke en administratieve centrum, dan verwoestte Matthew een belangrijk deel van het economische en agrarische hart van het land.

Een trieste balans

Terwijl Matthew in zijn doortocht door de Caraïben aan kracht won, werden inspanningen geleverd door lokale overheden en organisaties uit de civiele samenleving om mensen in precaire situaties naar tijdelijke schuilplaatsen over te brengen. De kwetsbaarheid van de getrofferen regio’s en de kracht van de orkaan zorgden echter voor een bijzonder zware impact.

Volgens voorlopige cijfers van de Direction de Protection Civile lieten 378 mensen het leven en werden 115.000 mensen ondergebracht in tijdelijke onderkomens. Duizenden huizen werden vernield, en de infrastructuur voor de voorziening van basisdiensten zoals gezondheidszorg, water en electriciteit werden beschadigd. Het indirecte dodental van de orkaan zal in de komende weken en maanden vermoedelijk nog oplopen vanwege de aanwezigheid van cholera, een bacterie die zich via besmet water razendsnel verspreid. De cholera bacterie werd in het jaar 2010 in Haïti geïntroduceerd door VN blauwhelmen, een verantwoordelijkheid die de VN pas dit jaar aarzelend begon te erkennen…

Een zware klap voor de landbouw

De bevolking van de getroffen departementen leeft voornamelijk van landbouw, visvangst en kleine handel. Hoewel het vroeg is om schattingen te maken over de omvang van het verlies van oogsten, is het duidelijk dat de velden van de boerenfamilies erg veel schade opliepen. Volgens voorlopige schattingen van het ministerie van landbouw, zouden in het zwaarste getroffen departement Grande Anse alle oogsten die nog op de velden stonden en de helft van het vee verloren zijn gegaan. In de andere vijf getroffen departementen variëren de verliezen naargelang de nabijheid tothet oog van de storm, maar zijn telkens aanzienlijk. De storm sleepte ook veel vissersboten met zich mee en vernielde visnetten en ander vismateriaal.

Lessen van 12 januari

De komende weken en maanden zullen uitwijzen in welke mate internationale en nationale actoren lessen hebben getrokken uit wat er allemaal fout liep bij het beheer van de noodhulp en de wederopbouw na de aardbeving van 12 januari 2010. Zoals ook na de aardbeving het geval was, kregen de getroffen gezinnen in eerste instantie hulp en bijstand van mensen uit hun eigen gemeenschap, en daarna van vrienden en familie die vanuit minder getroffen gebieden hulp organiseerden.

Verschillende ministeries en overheidsinstellingen namen reeds het initatief om een evaluatie op te maken van de geleden schade, de dringendste noden in kaart te brengen, en te werken aan sectoriële plannen voor de wederopbouw.

De Haïtiaanse overheid en de lokale civiele samenleving vragen de internationale gemeenschap om solidareit terwijl het land het hoofd biedt aan deze noodtoestand. Hulp dient zo veel mogelijk te verlopen via lokale actoren die het terrein en de bevolking in de getroffen gebieden goed kennen, en hulpgoederen kunnen best lokaal aangekocht worden om verdere verzwakking van de lokale economie door geïmporteerde hulpgoederen te vermijden. Bovenal vragen Haïtiaanse actoren om een humanitaire hulp en wederopbouw die de waardigheid van getroffen Haïtianen respecteert en lokale capaciteiten versterkt in plaats van verzwakt…