Het Europees Parlement stemde woensdag 20 mei 2015 in Strasbourg voor bindende en ruime wetgeving rond de import van conflictmineralen.

Dit betekent een belangrijke overwinning voor gemeenschappen wereldwijd die het slachtoffer zijn van mensenrechtenschendingen als gevolg van grondstoffenontginning. Broederlijk Delen en haar internationale netwerk CIDSE zijn blij met dit sterke signaal van het Europees Parlement aan de Europese Commissie en de lidstaten. Die drie partijen voeren nu verder gesprekken over de uitwerking van de wetgeving.

Vier mineralen

De wetgeving zal van toepassing zijn op vier mineralen: tin, tantalium, wolfraam en goud. Andere grondstoffen die verbonden zijn aan conflicten wereldwijd, zoals koper en steenkool, worden in de wet dus niet opgenomen, maar toch is dit een belangrijke stap in de regulering van de handel in conflictmineralen.

Hele keten draagt verantwoordelijkheid

Het Europees Parlement keurde versterkende amendementen goed en gaat daarmee een hele stap verder dan het ontwerpvoorstel van de parlementaire commissie Internationale Handel. Die commissie wilde de wetgeving enkel verplicht maken voor importeurs van ruwe grondstoffen (smelterijen en raffinaderijen, in totaal een 20-tal bedrijven). Maar het Europees Parlement vindt dat de hele keten verantwoordelijkheid moet dragen, dus ook importeurs van productonderdelen en eindproducten die de vier mineralen bevatten.

Informatieplicht

Alle Europese bedrijven die de vier mineralen importeren of verwerken in de productieketen, worden nu wettelijk verplicht om hun bevoorradingsketen te controleren en informatie te verstrekken over de stappen die ze nemen om de import van mineralen uit conflictgebieden te vermijden.

Het mechanisme dat bedrijven hiervoor verplicht zullen moeten toepassen, moet nog duidelijker gedefinieerd worden. Maar het Europees Parlement geeft alvast een duidelijk signaal: een vrijwillig systeem voor zelfcertificering door bedrijven (zoals de Europese Commissie aanvankelijk had voorgesteld) is onaanvaardbaar. De bal ligt nu in het kamp van de Europese lidstaten, die moeten tonen dat ze deze wetgeving steunen en actief willen meewerken aan de verdere uitwerking ervan.