In Burundi zien we de kroniek van een aangekondigde crisis. Na twee weken van straatprotest en politiegeweld gleed het Centraal-Afrikaanse land verder af. Deze week deed een deel van het leger een poging tot staatsgreep. Na de mislukking van de coup is de crisis niet achter de rug.

Manifestatie in Bujumbura

De hoofdstad Bujumbura kende de jongste weken veel geweld, doden en gewonden. Meer dan 100.000 Burundezen vluchtten het land uit, richting buurlanden Tanzania, Rwanda en Congo. De directe aanleiding voor deze crisis: de ambitie van president Pierre Nkurunziza, die al tien jaar aan de macht is, om een derde mandaat te veroveren. Dit is in strijd met het vredesakkoord uit 2000 en de daarop geïnspireerde grondwet.

Hoewel Burundi door velen als een modelland werd beschouwd voor het oplossen van conflict en het delen van de macht, zagen we de jongste jaren een toenemende polarisatie tussen het regime en zijn criticasters: het middenveld, de pers en oppositiepartijen.

De wereld richt haar ogen nu op Burundi. De internationale verontwaardiging steeg terecht na de aankondiging van Nkurunziza's kandidatuur eind april. Ook in België veranderde de toon. Niet dat de verontwaardiging zo groot was, maar toch: Nkurunziza kreeg een duidelijk signaal. En dat is goed, maar veel te laat.

We hadden allemaal het draagvlak van de manifestaties onderschat. Ook de kloven binnen het leger en de gevolgen daarvan waren moeilijk in te schatten. Maar het risico op geweld was al maanden te voorspellen. Hoewel Burundi door velen als een modelland werd beschouwd voor het oplossen van conflict en het delen van de macht, zagen we de jongste jaren een toenemende polarisatie tussen het regime en zijn criticasters: het middenveld, de pers en oppositiepartijen. Niet langer langs etnische breuklijnen, maar zeker ook intens.

Die polarisatie rond het derde mandaat vormden, samen met de repressie, corruptie en armoede, voldoende voedingsbodem voor deze crisis. Ondanks het mooie internationale discours over conflictpreventie werd er veel te laat gehandeld. Ook België heeft te laat gezegd waar het op staat: dat een derde mandaat voor Nkurunziza de fragiele vrede en de prille democratie op de helling zou zetten.

Begin januari bezochten Didier Reynders (Buitenlandse Zaken) en Alexander De Croo (Ontwikkelingssamenwerking) Burundi. Reynders kreeg toen geen woord van kritiek over zijn lippen. Hij liet pas in zijn kaarten kijken toen Nkurunziza officieel presidentskandidaat werd. In een vage verklaring vroeg België eerlijke verkiezingen met het vredesakkoord als leidraad.

Op kritieke momenten - wanneer de stabiliteit op de helling staat - moet diplomatieke taal plaatsmaken voor een klare en duidelijke positie. Collega De Croo maakte wel gebruik van zijn hefbomen. Hij schortte de Belgische steun aan de Burundese politiehervorming en de verkiezingen op. Nu de staatsgreep achter de rug lijkt, kant België zich eindelijk tegen een kandidatuur van Nkurunziza.

Uiteraard moet de verandering uit Burundi zelf komen, maar België heeft als belangrijk donorland wel de verantwoordelijkheid om een politiek proces te ondersteunen dat sinds de vorige verkiezingen muurvast zit. Wanneer de Burundese bevolking een inspanning deed om haar fundamentele rechten en haar grondwet te beschermen, kwam er weinig steun vanuit de internationale gemeenschap, ook vanuit België.

Nu Burundi brandt, probeert België samen met andere internationale partners te blussen. In het land moet alles in het werk worden gesteld om verdere escalatie te voorkomen. Bescherming van mensenrechtenactivisten en journalisten is noodzakelijk. Coupplegers uit het leger moeten een correct proces krijgen. Het is prioritair dat de voltallige internationale gemeenschap duidelijk maakt dat ze geen mensenrechtenschendingen zal pikken.

Maar beter dan de brand te blussen, is alles in het werk stellen om de brand te voorkomen. In Congo en Rwanda zouden normaal gezien verkiezingen plaatsvinden in respectievelijk 2016 en 2017. Ook hier zijn de presidenten aan het einde van hun mandaat. In Congo en nog meer in Rwanda is er enorme druk op opposanten, activisten en journalisten. De regio blijft een broeihaard voor conflicten. Toch zien we dat de internationale gemeenschap veelal timide blijft, zeker in Rwanda. België kan hier het voortouw nemen.

Want hopelijk wordt er toch één les getrokken uit deze crisis. Duidelijke én tijdige signalen zijn noodzakelijk voor belangrijke Afrikaanse partners die alleen hun eigen hachje willen redden door tegen een grondwet in aan de macht te blijven. Een kritische houding als het over ontwikkelingsgeld gaat, hoort daar ook bij. En vooral: maak duidelijk dat er sancties volgen tegen leiders die de mensenrechten schaamteloos met de voeten treden. De gewone bevolking en activisten in Centraal-Afrika moeten weten dat de internationale gemeenschap - en dus ook België - echt voor hen in de bres springt wanneer zij in gevaar zijn.

Dit artikel verscheen als opiniestuk, geschreven door  Nadia Nsayi en Thijs Van Laer, in De Morgen.