09 september 2020 - Natuurlijke rijkdommen - Wies Willems

De Europese grondstoffenstrategie moet samengaan met bindende regels rond mensenrechten en milieu. Anders dreigt ze ten koste te gaan van landen in het Zuiden.

De Europese Commissie heeft haar nieuwe grondstoffenstrategie voor­gesteld (DS 4 september). Die moet een antwoord bieden op de toenemende vraag als gevolg van de energietransitie, de vergroening van de industrie en de digitalisering.

De Commissie ziet een toekomst weggelegd voor mijnbouw op het eigen­ grondgebied, van Portugal tot Finland. Op die manier wil de EU bijvoorbeeld voor het felbegeerde lithium minder afhankelijk worden van Zuid-Amerika. De coronacrisis heeft Europa doen inzien dat de internationale toeleverings­ketens kwetsbaarder zijn dan het dacht. Bovendien beschouwt de EU belangrijke grondstoffenleveranciers als China en Rusland niet meteen als de meest betrouwbare handelspartners.

Europa wil zelfvoorzienender worden. Een nobele doelstelling. Toch bevat de nieuwe strategie ook gemiste kansen. Zo merkte Karl Vrancken van het Vlaamse onderzoeksinstituut Vito­ in deze krant op dat het plan vooral blijft uitgaan van indust­riële groei, en dat er weinig gesproken wordt over minder consumeren. De 27 EU-landen plus het Verenigd Koninkrijk hebben nochtans een totale ecologische voetafdruk die meer dan dubbel zo groot is als de draagkracht van onze ecosystemen. Verschillende milieuorganisaties uiten dezelfde kritiek.

Als we het uitgangs­punt van groei niet in vraag stellen en zomaar nieuwe mijnen openen, wordt het onmogelijk om ons grondstoffen­verbruik binnen de perken te houden.

Als we het uitgangspunt van groei niet in vraag stellen en ondoordacht nieuwe (Europese) mijnen openen, wordt het onmogelijk om ons grondstoffenverbruik binnen de grenzen van de planeet te houden. Dat is per definitie al onrechtvaardig tegenover landen en bevolkingsgroepen die minder beslag leggen op natuurlijke hulpbronnen – en tegenover toekomstige generaties.

Ontbossing en landroof

Dat brengt ons bij een tweede punt: de handelsrelaties met zogenaamde ‘derde landen’. Europa zal voor bepaalde kritieke grondstoffen hoe dan ook afhankelijk blijven van voorraden buiten de EU. De nieuwe strategie erkent die realiteit. De prioriteit is: ‘goed gediversifieerde en onverstoorde toegang tot wereldmarkten voor grondstoffen’ en ‘onverstoorde handel en investeringen in grondstoffen te waarborgen op een manier die de commerciële belangen van de EU ondersteunt’. Harde economische diplomatie, dus.

Daarbij wordt verwezen naar de vrijhandelsovereenkomsten waarover de EU onderhandelt. Die moeten de toegang tot grondstoffen garanderen, maar die instrumenten boezemen weinig vertrouwen in. Denk aan het felomstreden handelsakkoord met de Mercosur-landen in Zuid-Amerika. Dat akkoord dreigt onder meer ontbossing, landroof en geweld tegen inheemse gemeenschappen in de regio te doen toenemen. Door eenzijdig te focussen op de toegang tot kostbare voorraden, dreigt de Commissie een koloniale exploitatielogica voort te zetten. Er dringt zich een fundamentele hervorming van het Europese handelsbeleid op. Bepalingen rond duurzame ontwikkeling moeten op gelijke voet komen te staan met handelsbepalingen. Bij inbreuken moeten sancties kunnen worden opgelegd.

Conflictmineralen

Daarnaast is er wetgeving nodig die maakt dat respect voor mensenrechten- en milieunormen, in de volledige ketens van grondstoffen, het nieuwe normaal wordt. Met louter vrijwillige inspanningen door bedrijven zullen we er niet raken. Toch vermeldt de Commissie slechts heel voorzichtig het belang van ‘verantwoorde toevoer’ en het feit dat de EU bijkomende wetgeving op dit vlak ‘overweegt’.

Europees commissaris Didier Reynders beloofde om in 2021 een zorgplicht rond milieu en mensenrechten op te leggen aan bedrijven in alle sectoren. Volgend jaar wordt ook een verordening rond conflictmineralen van kracht. EU-importeurs van vier soorten mineralen moeten vanaf dan hun ketens nauwgezet controleren en verantwoording afleggen.

Op zijn minst had de Commissie haar engagement voor een breder, ambitieus wetgevend kader, ook in deze grondstoffenstrategie, een veel centralere plaats kunnen geven. Want zonder bindende regels dreigt de Europese groene revolutie opnieuw ten koste te gaan van landen in het Zuiden. De volgende federale regering kan op dat vlak alvast een voortrekkersrol spelen binnen de EU, en Reynders mee aan zijn belofte houden.

(Dit opiniestuk verscheen in De Standaard op 9 september 2020)