Eind maart 2011 keerde Nadia Nsayi, medewerkster van Broederlijk Delen, terug van een boeiende missie in de regio van de Grote Meren. In deze bijdrage deelt ze haar ervaringen en geeft ze een update van de situatie in Burundi (na verkiezingen) en in de Democratische Republiek Congo (voor verkiezingen).

Op zondagavond, 13 maart 2011, landde ik in de Burundese hoofdstad, waar het steunpunt van Broederlijk Delen me verwelkomde. Na een paar dagen in Bujumbura, reisde ik verder naar de regio’s Uvira en Fizi (ten zuiden van Bukavu) in de provincie Zuid-Kivu. Tijdens mijn missie had ik ontmoetingen met vertegenwoordigers uit diverse sectoren (civiele maatschappij, lokale politiek, Belgische diplomatie, Verenigde Naties, Europese Unie, enz.) over de politieke en veiligheidssituatie in de regio van de Grote Meren.

Rol van Burundese oppositie

In Bujumbura was het verloop van het verkiezingsproces in 2010 één van de gespreksonderwerpen. Vorig jaar trok de Burundese bevolking naar de stembus voor de tweede democratische verkiezingen sinds het einde van de jarenlange burgeroorlog. Na de bekendmaking van de resultaten van de gemeenteraadsverkiezingen in mei, verliet de oppositie het verkiezingsproces en opende zo de weg voor een grote verkiezingsoverwinning voor de zittende president Pierre Nkurunziza. In tegenstelling tot de internationale gemeenschap, spreken de voornaamste oppositiepartijen over massale fraude door de partij van de president (CNDD-FDD).

Na de alles verwoestende burgeroorlog hebben de verkiezingen in Burundi geleid tot een politieke situatie die noch het democratiseringsproces, noch de pacificatie en de nationale verzoening ten goede komt. De onbegrijpelijke terugtrekking van de oppositie heeft tot gevolg dat dit post-conflict-land vandaag geen parlementaire oppositie heeft, waardoor meer dan 30% van de kiesgerechtigde bevolking niet vertegenwoordigd is in de wetgevende macht. Oppositiepartijen hebben zich verenigd in een alliantie en vragen een dialoog met de meerderheid. Sommige opposanten zijn het land uitgevlucht, uit schrik voor hun leven. Een vroegere rebellenleider zou zich met een aantal aanhangers in Zuid-Kivu bevinden, waar er contacten zijn met andere gewapende groepen.

Sommige analisten spreken van de ‘Rwandanisation’ van Burundi. In plaats van de ‘goede’ elementen van het buurland te kopiëren (zoals de economische groei en de strijd tegen corruptie), komt de meerderheidspartij in een slecht daglicht door grote corruptieschandalen en neemt ze de slechte gewoontes over van het regime in Kigali (bijvoorbeeld verkleining van democratische ruimte voor dissidenten). De civiele maatschappij waarschuwt voor het afdrijven naar een eenpartijstaat indien de niet parlementaire oppositie geen plaats of statuut krijgt in het huidige politieke landschap. Frustratie bij de oppositie kan tot nieuw geweld leiden. Daarom pleiten de civiele maatschappij en de internationale gemeenschap voor een nationale dialoog en een constructieve houding van de meerderheid en de oppositie.

Oprecht partnerschap met ‘société civile’

Op donderdagmorgen (17 maart) stak ik de grens met Congo over om de vormingssessie van Pax Christi Vlaanderen, in het kader van het nieuw project rond de re-integratie van ex-strijders, te begeleiden. De bijeenkomst vond plaats van 16 tot 19 maart in het centrum van de Xaverianen in Kavimvira, op 5 km van de stad Uvira. De sessie had tot doel de tien moderatoren uit de vijf lokaliteiten (Bujumbura, Uvira, Bukavu, Goma, Butembo) waar het project wordt uitgevoerd, voor te bereiden op hun vredestaak met ex-strijders en gemeenschapsleiders. Gedurende twee volle dagen kregen de deelnemers (moderatoren, coördinatoren, secretaris) vier intensieve, praktijkgerichte vormingen, gebracht door lokale experts.

De vormingssessie werd volledig gefinancierd door Pax Christi Vlaanderen met het budget van de Belgische Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken. Dit geslaagd initiatief is onder meer het resultaat van een uitstekende samenwerking met het team van Pax Christi Uvira en andere lokale partners. Ik heb veel bewondering voor deze mannen en vrouwen die, ondanks de harde realiteit waarin ze dagelijks leven, de moed en energie vinden om mee te bouwen aan vrede en verzoening in hun regio. Ik ben hen ontzettend dankbaar voor hun engagement.

De Kivu is een regio die ondanks de immense rijkdom en de paradijselijke schoonheid, verscheurd wordt door een humanitair drama. Meer dan ooit realiseer ik me dat de ‘société civile’ (civiele maatschappij), met de steun van buitenlandse ngo’s en donoren, de afwezige Congolese staat vervangt. Ik ben ervan overtuigd dat we voluit het engagement moeten aangaan om via een oprecht partnerschap met lokale organisaties hun strijd voor duurzame vrede te ondersteunen. Dit is onze taak als vredesbeweging actief in Oost-Congo in samenwerking met een sterke Noord-Zuid beweging zoals Broederlijk Delen.

« Priez pour nous à Fizi »

Na het afscheid van de deelnemers aan de sessie, vertrok ik zondagmorgen (20 maart) samen met de verantwoordelijke van Pax Christi Uvira naar Baraka, op 95 km van Uvira. Baraka is een stad in Fizi, één van de regio’s van de provincie Zuid-Kivu. Anders dan in Fizi centre (hoofdstad van de regio Fizi) zijn in Baraka meerdere internationale ngo’s aanwezig. De Verenigde Naties zijn er ook vertegenwoordigd met een militaire basis van Pakistaanse blauwhelmen en een kantoor van het vluchtelingencommissariaat. Naar schatting 50.000 Congolese vluchtelingen bevinden zich nog in buurland Tanzania. Hun terugkeer zorgt vaak voor lokale, familiale conflicten rond grond en bezittingen.

Maandagvoormiddag (21 maart) had ik een werkvergadering met een lokale ngo die werkt rond vrede, mensenrechten en goed bestuur. De coördinator is een bijzonder goed geïnformeerde contactpersoon van de VN-vredesmacht (MONUSCO). Hij gaf een interessante briefing over de veiligheidssituatie. De integratie van rebellengroepen in het nationale leger en de militaire operaties (sinds begin 2009) tegen de Hutu-rebellen in Zuid-Kivu hebben geen vrede en veiligheid gebracht voor de burgerbevolking. Integendeel. Bovendien heeft de militarisering van de regio een stijging van seksueel geweld tot gevolg.

In de namiddag bezocht ik Mevrouw Sange en haar medewerkers van de ‘Commission Territoriale pour la Lutte contre les Violences Sexuelles’ (CTLVS). De commissie is een gezamenlijk initiatief van de civiele maatschappij, MONUSCO en internationale ngo’s. Via maandelijkse rapportage probeert ze het seksueel geweld in de regio Fizi in kaart te brengen. Zoals vele andere (vrouwen)organisaties heeft de commissie ook te kampen met een gebrek aan middelen voor de opvang en omkadering van de slachtoffers. Het werk van de commissie, van Artsen Zonder Grenzen/Nederland en vele andere vrouwenorganisaties bewijst dat seksueel geweld, begaan door militairen van (vroegere) rebellengroeperingen én het nationale leger, een levende kanker blijft die de vrouw, haar gezin, de familie en de hele gemeenschap vernietigt. Ondanks de stemming van een wet in het parlement in 2006, maakt de Congolese regering geen middelen vrij ter bestrijding van seksueel geweld op het terrein. Bij het afscheid, fluisterde een medewerkster in mijn oor: “Merci beaucoup pour votre visite. Priez pour nous à Fizi”. Ontroerd en machteloos verliet ik het kantoor voor mijn volgende afspraak…

Dinsdag (22 maart) bezocht ik Fizi centre, op 30 km van Baraka. Dit jaar haalde de regio het nieuws in België. Begin januari werden er tientallen vrouwen en meisjes verkracht door leden van het regeringsleger. De militaire verantwoordelijken van deze gruwelijke daad kregen op een proces in Baraka gevangenisstraffen tussen 10 en 20 jaar. Maar in een land zonder beveiligde gevangenissen en waar omkoping schering en inslag is, is gerechtigheid geen garantie voor de slachtoffers. In een klimaat van straffeloosheid is het werk van mensenrechtenorganisaties in de juridische begeleiding van slachtoffers een extreem moeilijke strijd.

De kloof tussen de opinie van Congolese autoriteiten uit de meerderheid en die van de civiele maatschappij over de huidige veiligheidssituatie is zeer groot. Dit merk ik wanneer ik de administrateur van de regio ontmoet. In de lijn van de Congolese regering en het leger is hij vol lof over de resultaten van de militaire operaties. Hij rept met geen woord over de collaterale schade van die operaties en de nefaste impact die ze hebben op de veiligheid van de burgers. In plaats van te verwijzen naar de verantwoordelijkheid van het regeringsleger als eerste garant voor de bescherming van de bevolking, is hij ontzettend kritisch over de houding van MONUSCO en de meerwaarde van de vredesmacht.

Uvira: ‘Monique’ moet blijven, maar…

Bij mijn terugkeer in Uvira, word ik ontvangen door de Chef politiek van MONUSCO. Al meer dan 10 jaar kent Congo de grootste en duurste VN-vredesmissie wereldwijd. MONUC (de naam van de vredesmacht tot juli 2010) kreeg spottend de vrouwelijke bijnaam ‘Monique’. Ondanks een sterk mandaat, nemen de blauwhelmen vaak een inadequate houding aan in de bescherming van de burgers. In juni dit jaar loopt het mandaat van de vredesmacht af. Ze heeft tijdens dit verkiezingsproces zeker nog een rol te spelen op gebied van logistieke steun en veiligheid. Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen pleiten ervoor dat MONUC voorlopig nog in Congo blijft, maar op voorwaarde dat de bureaucratische VN-machine het mogelijk maakt dat de blauwhelmen beter communiceren met de lokale bevolking en proactief optreden op het terrein om hun kerntaak, de bescherming van burgers, beter te uit te voeren.

’s Avonds ontmoette ik de woordvoerder van de Banyamulenge (Congolese Tutsi’s) in Uvira. De man is afkomstig van de hoogvlaktes in Minembwe, een gebied dat de Banyamulenge al bewonen van voor de oprichting van Congo-Vrijstaat in de 19e eeuw. Zijn uitleg bevestigt de bestaande etnische spanningen tussen zijn en andere gemeenschappen in Zuid-Kivu. Ze worden door andere etnische groepen erg gewantrouwd door hun allianties met het huidige Rwandese regime en rebellenleiders die gesteund werden door Rwanda. Bovendien creëert de grote militaire aanwezigheid van ‘geïntegreerde’ rebellen van de Tutsi-gemeenschap en de hoge posities die ze in het nationale leger bezetten veel frustratie bij burgers en militairen van andere gemeenschappen.

Een vrij en veilig verkiezingsproces?

Volgens de Congolese grondwet moeten eind dit jaar presidents- en parlementsverkiezingen plaatsvinden. Niet enkel in de hoofdstad Kinshasa, maar ook in het Oosten en de rest van het land is de verkiezingskoorts voelbaar. Het enthousiasme rond verkiezingen is sterk verminderd in vergelijking met 2006. In Kivu is de bevolking ontgoocheld door het uitblijven van de beloofde terugkeer van vrede en de realisaties van de ‘Cinq chantiers’. Ze is niet geneigd te geloven dat nieuwe verkiezingen iets zullen verbeteren aan haar miserabele situatie. Bovendien vreest ze dat het verkiezingsproces nieuw geweld brengt. Wat als er geen vrije en transparante verkiezingen georganiseerd worden? Hoe zal de oppositie reageren? En wat zal de rol zijn van de internationale gemeenschap? Eén ding is zeker: het wordt een spannend verkiezingsjaar in Congo!

Op donderdagnamiddag keer ik terug naar Bujumbura. Ik bezoek het ‘Centre Jeunes Kamenge’ in de gelijknamige volkswijk. Het jongerencentrum, geleid door een Italiaanse Xaveriaan, telt vandaag meer dan 35.500 leden. Dagelijks kunnen jongeren er terecht voor allerlei sportieve en educatieve activiteiten. Ik sluit mijn verblijf in de regio af met deze positieve noot. Hoop doet leven, ook in Centraal-Afrika!