De toenemende druk op natuurlijke rijkdommen, in combinatie met de steeds kleinere ruimte voor het middenveld en activisten, leidt tot een golf van criminalisering en geweld in Guatemala.

Toenemende conflicten

Tussen januari en augustus 2018 werden in Guatemala 18 mensenrechtenverdedigers vermoord, vooral leiders van boeren- en inheemse organisaties, en in het bijzonder leden van de boerenbeweging Codeca. In dertien zaken ging het om conflicten over grondkwesties. Vooral de maanden mei en juni van dit jaar waren zeer gewelddadig, met zeven moorden in een tijdspanne van amper vier weken. In de eerste helft van 2018 waren er volgens de mensenrechtenorganisatie Udefegua 135 incidenten van agressie tegen mensenrechtenverdedigers.

De bedreigingen en het geweld tegen mensenrechtenverdedigers heeft doorgaans te maken met de agro-industrie, mijnbouw- en energieprojecten, en in het bijzonder de bouw van waterkrachtcentrales.

Een groot deel van de bedreigingen en het geweld hebben te maken met de agro-industrie, mijnbouw- en energieprojecten, en in het bijzonder de bouw van waterkrachtcentrales. In heel wat regio’s van Guatemala worden die projecten ontwikkeld zonder voorafgaande en geïnformeerde raadpleging van inheemse gemeenschappen. Die consultatie is nochtans verplicht volgens internationale regelgeving.

De hydro-elektrische centrales voeden het nationale elektriciteitsnetwerk. Heel wat elektriciteit wordt bovendien geëxporteerd naar de buurlanden. Maar terwijl de winsten naar de bedrijven en een kleine elite vloeien, hebben heel wat dorpen op het platteland geen toegang tot elektriciteit. De bouw van de centrales bedreigt bovendien de toegang tot grond en water van lokale gemeenschappen.

De zaak Bernardo Caal

De criminalisering van sociale leiders via het gerecht is een strategie die steeds vaker wordt gebruikt. Een recent voorbeeld is de zaak tegen Bernardo Caal, een inheemse gemeenschapsleider uit het departement Alta Verapaz, die samen met zijn gemeenschap strijd voert tegen de bouw van de hydro-elektrische centrales Oxec en Oxec II. In januari 2018 werd Bernardo Caal gearresteerd, na een lastercampagne en verschillende gevallen van intimidatie, en in voorhechtenis genomen. Op 9 november werd hij uiteindelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar en vier maanden, zogenaamd voor "illegale aanhoudingen" en "diefstal met geweld."


De beschuldigingen houden verband met protesten in oktober 2015. Werknemers van een onderaannemer die de bouwwerken van de waterkrachtcentrale uitvoert, beweren dat ze werden vastgehouden en beroofd door lokale inwoners van de gemeenschap, onder leiding van Bernardo Caal. Die heeft de beschuldigingen altijd ontkend. Duidelijke bewijzen voor de aantijgingen zijn er niet.

De strafrechterlijke vervolging van inheemse leiders die hun grond en natuurlijke rijkdommen beschermen, is een strategie die steeds vaker wordt gebruikt.

De Speciale Rapporteur van de VN voor de Rechten van Inheemse Volkeren, Victoria Tauli-Corpuz, ontmoette Bernardo Caal eerder dit jaar in de gevangenis. Na afloop van haar officiële bezoek aan Guatemala sprak ze haar grote bezorgdheid uit over het misbruik van strafrechtelijke procedures tegen inheemsen die hun grond en natuurlijke rijkdommen beschermen. “Deze inheemse leiders worden opgesloten op basis van overdreven beschuldigingen en voor te lange tijd in voorhechtenis genomen. In de meerderheid van de conflicten is de onderliggende reden het onzekere grondbezit van inheemse gemeenschappen”, aldus de VN-Rapporteur. Ook een delegatie van Europarlementsleden die eind oktober 2018 het land bezocht, bracht de zaak van Bernardo Caal onder de aandacht. De internationale belangstelling voor de case kon zijn veroordeling tot meer dan 7 jaar  gevangenisstraf echter niet tegenhouden.

Gerechtigheid in San Pablo

In een andere zaak was er dan weer hoopvol nieuws. Eind oktober 2018 werd boerenleider Plutarco Irineo uit de gemeente San Pablo (departement San Marcos) vrijgesproken, na drie jaar gevangenschap in voorhechtenis. Elf gemeenschapsleiders uit San Pablo, waaronder Plutarco Irineo, werden in 2016 opgesloten vanwege hun verzet tegen de bouw van de hydro-elektrische centrale Hidro Salá. Verschillende onder hen klaagden ook de te hoge elektriciteitsprijzen aan. Plutarco Irineo was de laatste van de politiek gevangenen die nog niet vrijkwam.


Partnerorganisaties COPAE en Fundación Tierra Nuestra van Broederlijk Delen hebben de rechtszaak van de gecriminaliseerde leiders in San Pablo al die tijd van nabij opgevolgd en hun families ondersteund. De overwinning van de gemeenschap is dan ook mee te danken aan hun steun. Hoewel de situatie er momenteel kalm is, worden verschillende andere sociale leiders uit de gemeente nog altijd vervolgd en geïntimideerd.

De democratische ruimte voor het middenveld, activisten en onafhankelijke rechtspraak in Guatemala wordt steeds meer ingeperkt.

De case van Plutarco is een belangrijke opsteker voor gemeenschappen, ngo’s en sociale bewegingen in Guatemala. Want de democratische ruimte voor het middenveld, activisten en onafhankelijke rechtspraak in het land wordt steeds meer ingeperkt. In september belette  de regering zelfs het hoofd van de internationaal gelauwerde anti-corruptiecommissie van de Verenigde Naties (Cicig), Ivan Velásquez, het land terug binnen te reizen. Ondanks protest van onder meer de Europese Unie en de steun van VN-secretaris Guterres weigerde de regering terug te komen op dit besluit.

De fundamentele kwestie blijft de enorm ongelijke grondverdeling in het land. "De criminalisering van inheemse leiders die specifieke en wettelijke oplossingen voor landconflicten zoeken, zal de spanningen in de samenleving enkel doen nemen," waarschuwde de Speciale VN-Rapporteur voor de Inheemse Volkeren. "Het is noodzakelijk dat Guatemala deze structurele problemen identificeert, onder ogen ziet en naar oplossingen zoekt."