De Canvasreeks 'Kinderen van de kolonie' is een goedgemaakte serie waarin kritisch gekeken wordt naar het koloniale verleden van België. En dat is nodig. Maar waar blijft de aandacht voor de Belgische rol in Congo na de kolonisatie? Want ook die was in bepaalde periodes zeker niet positief te noemen.

2010. De herdenking van de vijftigste onafhankelijkheidsverjaardag van Congo. De media, de openbare omroep voorop, brachten talrijke verhalen over 'de Congo.' Helaas al te vaak vanuit een blank perspectief. In het beste geval kregen Congolezen in Congo een stem. De Congolese diaspora in België werd zo goed als genegeerd. Ik voelde schaamte bij de neokoloniale sfeer waarin die herdenking plaatsvond. Een gemiste kans, dacht ik toen.

Dekolonisatiedebat

De zestigste verjaardag in 2020 zal gelukkig op een andere manier herdacht worden. Want ik zie hoogopgeleide jongeren van Afrikaanse afkomst een plaats veroveren in het maatschappelijk debat in Vlaanderen. Ze delen hun opinie over het koloniale verleden. Ze vertellen over erfenissen zoals ongelijkheid. Ze doen voorstellen om onderwijs, straatbeeld en musea te dekoloniseren. Hun stemmen maken het debat geloofwaardiger omdat zij ook legitieme sprekers zijn. Waarom zouden we dus hun constructieve betrokkenheid niet ernstig nemen?

Het dekolonisatiedebat mag niet beperkt blijven tot het Belgisch koloniaal beleid vóór de onafhankelijkheid in 1960.

Ik stel echter vast dat het dekolonisatiedebat zich vaak beperkt tot de impact van Congo-Vrijstaat (1885-1908) en Belgisch Congo (1908-1960). Nu lijkt het alsof België geen rol meer speelde in Congo na de onafhankelijkheid. Nochtans bleven Belgische regeringen zich om economische en geopolitieke redenen richten op de oud-kolonie. Het postkoloniale, en soms zelfs neokoloniale, beleid heeft in bepaalde periodes zeker een negatieve invloed gehad op de politieke, economische en sociale emancipatie van Congo en zijn bevolking.

Moord op Lumumba

De Belgische koloniale overheid vormde geen universitaire elite om het beheer van het land aan door te geven. Toch stond een generatie Congolese leiders op en dwong de onafhankelijkheid af. De nationale partij van Patrice Lumumba won de eerste verkiezingen. Hij werd premier van Congo. In zijn onafhankelijkheidstoespraak gaf hij een stem aan een volk dat 75 jaar in een onrechtvaardig systeem had geleefd. De bouw van scholen, ziekenhuizen en wegen bleek onvoldoende om het kolonialisme te blijven tolereren.


Kregen Lumumba en zijn regering een eerlijke kans om Congo te leiden? Nee. Direct na de onafhankelijkheid sloegen de zwarte soldaten aan het muiten omdat blanke officieren de baas bleven. Het geweld tegen Belgen brak uit. België viel op eigen houtje Congo binnen en steunde de afscheiding van Katanga, niet toevallig de rijke mijnprovincie waar Belgische bedrijven een groot economisch imperium opbouwden.

Dictator Mobutu

Lumumba groeide uit tot de grote vijand, zeker toen hij zich – in volle Koude Oorlog – tot de Sovjet Unie richtte nadat het Westen hem in de steek liet. België speelde een belangrijke rol in de politieke destabilisatie van Lumumba en later in zijn fysieke uitschakeling. De moord op het onafhankelijkheidsicoon opende de weg voor rebellenopstanden en wakkerde de machtstrijd verder aan. Middenin die chaos greep Mobutu de macht.

Mobutu bleef bijna drie decennia de trouwe bondgenoot van het Westen. Hij had nauwe banden met het koningshuis en toppolitici in België, ook al ontpopte hij zich tot een dictator. Uiteindelijk kwam het pas bij het einde van de Koude Oorlog tot een echte breuk met Mobutu. Plots had de Belgische regering aandacht voor democratie en mensenrechten in Congo. 32 jaar 'mobutisme' liet helaas een zware erfenis na.

Laat Congolezen kiezen

Ook in de meest recente Congolese verkiezingen speelde België een dubieuze rol. In 2006 voerde de vroegere minister van Buitenlandse Zaken en EU-commissaris Louis Michel een sterk pleidooi voor de huidige president Joseph Kabila. Zijn nauwe banden met het Congolese regime geven tot vandaag de indruk dat België Kabila mee aan de macht bracht. In 2011 won Kabila officieel van oppositieleider Etienne Tshisekedi, maar in werkelijkheid zijn er geen harde bewijzen. Samenwerken met de radicale opposant Tshisekedi was geen optie voor het Westen, ook niet voor België.

Indien België dan toch iets wil doen om de fouten uit het (post-)koloniale verleden goed te maken, dan kan het de wil van miljoenen Congolezen respecteren en hen de kans geven zelf betere leiders aan de macht te brengen.

Momenteel loopt er opnieuw een verkiezingscampagne in Congo. Het land staat voor een cruciale periode. Voor het eerst zal een zittende president de macht overdragen aan zijn verkozen opvolger, na de verkiezingen van 23 december. Onder zware druk heeft Kabila beslist om niet meer te kandideren. Hij probeert wel met een omstreden verkiezingsproces de macht in zijn entourage te houden.

De Belgische regering voert momenteel terecht een kritischer beleid tegenover het corrupte en autoritaire Kabilaregime, zowel bilateraal als binnen de EU. Want indien België dan toch iets wil doen om de fouten uit het (post) koloniale verleden goed te maken, dan is het wel de wil van miljoenen Congolezen respecteren en hen de kans geven zelf betere leiders aan de macht te brengen.

Nadia Nsayi is beleidsmedewerker Congo bij Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen. Deze opinie verscheen op Knack.be op 26 november 2018.