Zondag is het eindelijk zover. Na twee jaar uitstel mogen miljoenen Congolezen naar de stembus. Wat de verkiezingen historisch maakt is dat de zittende president Joseph Kabila - in overeenstemming met de grondwet - geen kandidaat is. Congo krijgt (misschien) voor het eerst in haar geschiedenis een machtswissel tussen een zittende en een nieuwe verkozen president.

De langverwachte verkiezingen zouden eerst op 23 december plaatsvinden maar werden  enkele dagen voor die datum met een week uitgesteld. Een zware brand in een opslagplaats van de nationale kiescommissie vernietigde cruciaal verkiezingsmateriaal. Veel Congolezen verdenken de huidige machthebbers van de brand, de regering beschuldigt de oppositie. We zullen het waarschijnlijk nooit weten. Wat wel vaststaat is dat de Congolezen nu wel genoeg hebben van het uitstelgedrag van kiescommissie. “Zondag gaan we stemmen, of we komen de straat op en vervangen de president zelf wel”, hoor je steeds meer in de Congolese hoofdstad Kinshasa. De houdbaarheidsdatum van president Kabila is al even verstreken. Hij mag dan wel politiek, militair én via een enorm netwerk aan bedrijven, vennootschappen en financiële constructies ook economisch de touwtjes in handen hebben, zijn legitimiteit is hij al lang kwijt.

Overwinning van het Congolese volk

Dat de verkiezingen zondag plaatsvinden zonder Kabila’s deelname is eerst en vooral een overwinning van het Congolese volk. Toen het in 2016 duidelijk werd dat Kabila zich zou vastklampen aan de macht en de verkiezingen zou uitstellen, zijn de Congolezen, vooral de jongere generatie, massaal op straat gekomen om verkiezingen en het vertrek van de president  te eisen via vreedzaam en geweldloos protest. De aanhoudende druk van oppositiepartijen, middenveldorganisaties en, niet onbelangrijk, de in Congo erg machtige katholieke kerk is waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom er zondag verkiezingen zullen plaatsvinden waarbij Kabila geen kandidaat is. 

Maar de Congolese bevolking betaalt een zware prijs: mensen werden bedreigd, gearresteerd, raakten gewond en lieten het leven door kogels van de ordediensten. Enkel en alleen omdat ze opkwamen voor hun recht om nieuwe leiders te kiezen. De laatste maanden en weken zagen we dat dat geweld alleen maar  toeneemt. De gewelddadige repressie van het vreedzame protest spoorde ook de internationale gemeenschap – waaronder België en de Europese Unie – aan om de druk op het regime in Kinshasa op te voeren.

De vreedzame strijd voor verandering is nog niet ten einde. Het kiesproces wordt overschaduwd door problemen. Zo zijn er sterke twijfels over de onafhankelijkheid van de kiescommissie, die verantwoordelijk is voor de organisatie van de verkiezingen, en het Grondwettelijk hof, dat eventuele geschillen moet beslechten.  Bij  een audit van de kiezerslijsten aan het licht dat er miljoenen ‘fictieve’ kiezers bestaan. Het gebruik van controversiële stemcomputers creëerde bovendien veel wantrouwen over potentiële fraude. We zagen hoe de commissie de kandidatuur van populaire oppositieleiders weigerde. Hoe oppositiekandidaten die toch mochten deelnemen met geweld te maken kregen. Hoe hen de toegang tot grote steden ontzegd werd en hoe hun campagnebijeenkomsten geannuleerd werden  om ‘veiligheidsredenen’. Eergisteren nog besliste de kiescommissie om de verkiezingen niet te laten doorgaan in Beni, Butembo en Yumbi,,waardoor 1,2 miljoen geregistreerde kiezers zondag niet kunnen gaan stemmen. Officieel wegens geweld en de ebola-crisis, maar voor velen is het niet toevallig dat net deze regio’s sterke oppositiebolwerken zijn. In deze context dreigen de verkiezingsresultaten (gewelddadig) gecontesteerd te worden, wat Congo nog verder in chaos kan storten. Dat ook enkele militanten van oppositiepartijen zich schuldig maakten aan geweld belooft alvast niet veel goeds.

Kabila achter de schermen

Kabila deed onder druk van zijn bevolking én de internationale gemeenschap een stap achteruit. Als Emannuel Shadary, de kandidaat van Kabila’s meerderheid, wint, mag  er dan wel formeel een nieuwe president zijn, maar de échte macht blijft bij Kabila. De vele affiches van Kabila met het opschrift ‘Père de la Nation’ laten er maar weinig twijfel over bestaan. Hij  gaf overigens zelf  in verschillende interviews aan dat hij zowel politiek als militair ‘van dienst’ wil blijven en dat hij een nieuw presidentschap niet uitsluit.

Maar Shadary opdringen aan het Congolese volk wordt geen gemakkelijke taak. Er heerst een grote ontevredenheid na 17 jaar Kabilabeleid. De mensen zijn de corruptie, het geweld en de armoede beu. De roep naar verandering is groot. De Congolezen willen meer dan een nieuwe president. Ze willen een nieuwe politieke klasse die breekt met de oude, verrotte politieke cultuur. Ze willen een ander bestuur dat werk maakt van vrede, economische vooruitgang en sociaal welzijn. Ze willen dat de enorme bodemrijkdommen van Congo eindelijk gebruikt worden om de Congolezen uit de armoede te halen, in plaats van enkel  een politieke elite te bedienen.

De rol van het buitenland

Meer dan ooit is een actieve en constructieve rol van Congo’s buurlanden, en van regionale organisaties zoals de Afrikaanse Unie, cruciaal. Ook België en de Europese Unie hebben een rol te spelen, door consequent te blijven inzetten op vrede, respect voor mensenrechten, democratie, duurzame ontwikkeling en goed bestuur. En ook door de nodige middelen vrij te maken ter ondersteuning van wie van goede wil is . Het cynische ‘business as usual’ scenario van 2011, waarbij minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders na door zware onregelmatigheden geteisterde verkiezingen, de eerste Europese minister was die Kabila de hand kwam schudden, moet in elk geval vermeden worden.

 

Congo en de Congolezen hebben recht op verandering, op een echt democratisch bestuur en op een overheid die bereid is om de enorme problemen waar het land mee worstelt aan te pakken. Eerlijke en geloofwaardige verkiezingen zijn alvast een eerste, noodzakelijke stap. Een frauduleus verkiezingsproces kan daarentegen averechts werken en Congo nog verder de dieperik in duwen. 30 december wordt een dag van hoop of wanhoop. Wij hopen alvast op het eerste.

 

Pieter-Jan Hamels is beleidsmedewerker bij 11.11.11

Nadia Nsayi is beleidsmedewerker bij Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen

Deze opinie verscheen op 28/12 in De Morgen