Ondanks de zware interne en internationale druk wilt de Burundese president Pierre Nkurunziza zichzelf opvolgen op 26 juni 2015. Oppositie en middenveld reageren met straatprotest. Er is sprake van geweld tussen burgers en ordediensten. Er vallen doden en gewonden. De ontsporing van het verkiezingsproces is nefast voor de fragiele vrede. Nadia Nsayi geeft uitleg bij deze cruciale verkiezingen voor Burundi én de buurlanden.

Hoe verliepen de vorige verkiezingen?

Sinds de onafhankelijkheid in 1962 kende Burundi, een vroeger Belgisch voogdijgebied, verschillende militaire regimes en een burgeroorlog met honderdduizenden slachtoffers. Na internationale bemiddeling ondertekenden Burundese partijen in 2000 een overeenkomst in Arusha (Tanzania). Dat akkoord legde de basis voor het vredesproces in Burundi. Het was ook een inspiratiebron voor de huidige grondwet.

Na de politieke overgangsperiode vonden in 2005 vrije verkiezingen plaats. De voormalige rebellengroep Conseil national pour la défense de la démocratie-Forces de défense de la démocratie (CNDD-FDD) won de parlementsverkiezingen. Daarna verkoos het nieuwe parlement Pierre Nkurunziza (CNDD-FDD) tot president.

Vijf jaar later, in 2010, hadden de tweede verkiezingen plaats. Die betekenden een achteruitgang voor Burundi. Na de bekendmaking van de resultaten van de gemeenteraadsverkiezingen trok de oppositie zich terug uit het verkiezingsproces. Ze noemde de verkiezingen frauduleus, maar de observatiemissies beschouwden de stembusgang als 'democratisch'. Door de boycot van de oppositie veroverde het CNDD-FDD een comfortabele meerderheid in het parlement en werd Nkurunziza met een monsterscore herverkozen door de kiezer.

Dit jaar staan de derde verkiezingen sinds het einde van de oorlog gepland. De kalender voorziet op 26 mei de verkiezing van de Kamer en de gemeenteraden. Op 26 juni volgt de eerste ronde van de presidentsverkiezing en op 27 juli de tweede ronde (indien nodig). Op 24 augustus is het de beurt aan de verkiezing van de Senaat en de bestuursraden in de wijken en de heuvels.

Krijgt Nkurunziza een derde mandaat?

Het vredesakkoord van Arusha beperkt het aantal presidentsmandaten tot twee. De Burundese grondwet voorziet twee mandaten na een rechtstreekse verkiezing door de kiezer. De voorbije weken riepen oppositiepartijen, 300 middenveldorganisaties, de gezaghebbende katholieke kerk en internationale partners president Nkurunziza op om de vrede te bewaren door zich niet opnieuw kandidaat te stellen. Maar ook belangrijke partijgenoten kanten zich tegen een derde mandaat.

Ondanks de zware interne en internationale druk heeft het CNDD-FDD op 25 april 2015 Nkurunziza aangeduid als kandidaat voor de presidentsverkiezingen. De partij beweert dat zijn eerste mandaat niet telt, omdat hij in 2005 indirect verkozen werd door het parlement. Op vraag van senatoren van het CNDD-FDD heeft het Grondwettelijk Hof zich uitgesproken over de wettelijkheid van een derde mandaat voor Nkurunziza. Op 5 mei verklaarde het Hof (6 van de 7 leden) dat een nieuwe (en laatste) mandaat niet tegenstrijdig is met de grondwet. De ondervoorzitter van het Hof vluchtte het land uit en zei dat het hof onder politieke druk gezet werd om die beslissing te nemen. Zijn verklaring bevestigt de vermoedens over de partijdigheid van de rechters. In principe moeten de kandidaturen voor de presidentsverkiezingen tegen 9 mei ingediend worden bij de kiescommissie. Er is weinig twijfel dat de commissie de kandidaatstelling van Nkurunziza zal aanvaarden.

De politieke dominantie van het CNDD-FDD, de populistische acties op het platteland (waar 80% van de bevolking woont) en de zwakke oppositie zijn een voordeel voor Nkurunziza. Na de steun van zijn partij en de beslissing van het Hof is hij vastberaden om een derde mandaat te veroveren. Maar de druk van oppositie, middenveld en internationale partners en het aanhoudend straatprotest maken die ambitie zeer moeilijk te realiseren. De verkiezingen kunnen mogelijk nog uitgesteld worden tot de rust is teruggekeerd.

Is de oppositie klaar voor de electorale strijd?

Na de verkiezingen van 2010 evolueerde Burundi naar een de facto eenpartijstaat. Het CNDD-FDD startte een heksenjacht op de oppositie. Belangrijke opposanten zoals Agathon Rwasa gingen in ballingschap. De Verenigde Naties deden pogingen om de dialoog tussen meerderheid en oppositie te herstellen. In 2013 kwam het tot een toenadering. Er werden afspraken gemaakt voor de organisatie van eerlijke verkiezingen. Maar de goede intenties werden niet gerespecteerd.

Binnen de oppositie vormden zich twee kampen: het meer radicale oppositieplatform ADC-Ikibiri en de meer gematigde 'unie van extraparlementaire oppositie'. Die tweede groep wordt grondwettelijk erkend en fungeert als officiële gesprekspartner. In aanloop tot de verkiezingen zaait het CNDD-FDD verdeeldheid binnen de oppositie. Alleen regeringsgezinde vleugels van oppositiepartijen worden door de overheid erkend. De andere vleugels en opposanten worden via wettelijke beperkingen en juridische vervolgingen vleugellam gemaakt. Het risico bestaat dat opposanten zich niet kandidaat kunnen stellen en/of in vrijheid campagne kunnen voeren.

Traditioneel staat de oppositie sterk in steden zoals de hoofdstad Bujumbura. Ze lijkt te verdeeld, te zwak en te arm om als echte concurrent deel te nemen aan de presidentiële strijd. De oppositie zou wel op een representatieve manier opnieuw in het parlement kunnen zetelen. Zo kan ze tegenwicht bieden aan de verkozen president en de parlementaire dominantie van het CNDD-FDD verkleinen. Het valt echter niet uit te sluiten dat opposanten weigeren om deel te nemen aan de (presidents)verkiezingen indien Nkurunziza kandidaat is. Burundi dreigt het boycotscenario van 2010 te kennen.

Waarom zijn de verkiezingen risicovol?

De voorbije jaren en maanden stemde het parlement wetten die de vrijheid van meningsuiting, van manifestatie en vereniging inperken. Het CNDD-FDD voert een beleid dat de democratische werking van oppositie, middenveld en media verhindert. Niet enkel opposanten, maar ook mensenrechtenactivisten en journalisten worden bedreigd, aangehouden en zelfs vermoord. Het arme Burundi kent ook een grote corruptie. Dit belemmert een socio-economische vooruitgang. Deze globale context creëert bij politici, activisten en gewone burgers ongenoegen en frustraties.

De verkiezingen doen de spanningen toenemen. Het wantrouwen tegenover het Grondwettelijk Hof en de kiescommissie, de politieke uitsluiting, het repressief beleid en de onregelmatigheden bij de organisatie van de verkiezingen vormen een explosieve cocktail. Een dag na het partijcongres kwamen honderden (jonge) Burundezen op straat. Vooral in Bujumbura vinden al meerdere dagen manifestaties plaats. Het straatprotest begon in de volkswijken maar bereikte ondertussen ook het stadscentrum. Oppositie en middenveld roepen de bevolking op tot protest zolang president Nkurunziza een derde mandaat nastreeft. De manifestaties leidden tot gewelddadige confrontaties met de politie. Het leger gedraagt zich eerder neutraal. Er vielen al meer dan tien doden, honderden personen werden gearresteerd en de belangrijkste onafhankelijke radiozender werd gesloten. Het regime verhoogt de repressie op opposanten en activisten die achter het protest zitten.

Een groot risico op chaos schuilt ook bij de partij van de president en de ordediensten. De huidige crisis kan leiden tot een breuk binnen de presidentspartij, de regering of zelfs binnen leger en politie. Uit schrik voor internationale sancties of in het belang van de nationale cohesie zouden leiders van de ordediensten of bevoegde ministers kunnen weigeren om het protest hardhandig aan te pakken.

De Burundese crisis wordt gekenmerkt door een confrontatie tussen twee kampen. Aan de ene kant staat president Nkurunziza, aangemoedigd door een kleine radicale elite die haar bevoorrechte positie niet wil kwijtspelen. De jongerenvleugel van zijn partij is gewapend, intimideert tegenstanders en jacht de bevolking op de vlucht. Aan de andere kant staan oppositie en middenveld. Zij coördineren zich om het protest verder te zetten samen met de actievoerders. Zij worden op hun beurt aangemoedigd door de 'neutrale' positie van het leger en de internationale 'steun'.

Het regime probeert het protest onterecht af te schilderen als 'tutsi-protest' tegen de 'hutu-president'. Ook al is het conflict momenteel vooral van politieke aard, toch valt niet uit te sluiten dat leiders om politieke doeleinden een etnische dimensie gaan geven aan de crisis.

De grote verdeeldheid over het derde mandaat en de vastberadenheid bij bovenvermelde kampen riskeren Burundi in een diepe crisis te storten. Dit zal niet enkel het verkiezingsproces volledig doen ontsporen, maar ook zware gevolgen hebben voor de fragiele vrede in het land. In zo'n scenario wordt het alsmaar realistischer dat (een deel van) het Burundese leger kiest om in te grijpen om een einde te stellen aan de politieke crisis.

Het Europees en Belgisch beleid 

De voorbije maanden was de Europese Unie erg kritisch voor de Burundese machtshebbers. In het parlement werd eind 2014 een resolutie goedgekeurd. De EU verhoogde de diplomatieke druk bij schendingen van de mensenrechten. Ze probeert via de politieke dialoog 'inclusieve en aanvaarde verkiezingen' te bevorderen. België speelt binnen de EU een voortrekkersrol. Ons land is de belangrijkste bilaterale ontwikkelingspartner van Burundi. En Burundi is, na Congo, de tweede ontvanger van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

De vice-premiers Didier Reynders (Buitenlandse Zaken) en Alexander De Croo (Ontwikkelingssamenwerking) reageren voorzichtig op de aanstelling van Nkurunziza. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk gaan verder door een derde mandaat ongrondwettelijk te noemen en de Burundese president te vragen om zijn kandidatuur in te trekken. In lijn met het Europese standpunt roept België op tot respect voor de grondwet met als leidraad het akkoord van Arusha. Ons land dreigt met de intrekking van de steun aan de Burundese politiehervorming indien geweld wordt gebruikt. Deze publieke positie was afwezig toen de ministers begin januari 2015 Burundi bezochten.

Het verkiezingsproces, dat ongeveer 60 miljoen dollar kost, zou voor de helft gefinancierd worden door internationale partners. De EU en België hebben respectievelijk 8 en 4 miljoen euro voorzien. Ons land betaalde daarvan alleen de eerste schijf. Dit jaar maakte minister De Croo ongeveer 300.000 euro vrij voor de financiering van de observatiemissie van Burundese ngo's.
De minister besliste om voorlopig geen nieuw samenwerkingsprogramma met Burundi af te sluiten 'zolang niet duidelijk is of de democratische spelregels gevolgd zijn'.

Eind maart 2015 keurde ook het Belgisch parlement een resolutie goed. Met deze tekst vraagt het parlement aan onze regering om met de Burundese autoriteiten een sterke politieke dialoog te voeren, om de inclusiviteit van de verkiezingen, de onafhankelijkheid van de verkiezingsorganen en de veiligheidsdiensten te waarborgen. Volgens de resolutie moet België de uitbetaling van de tweede schijf koppelen aan de inclusiviteit van het verkiezingsproces. Het parlement dringt er bij president Nkurunziza ook op aan om geen derde mandaat na te streven.

De EU en België organiseren een missie om het verkiezingsproces te observeren.

Gevolgen voor de regio Centraal-Afrika

Het Burundese verkiezingsproces wordt met veel aandacht gevolgd in Centraal-Afrika, in het bijzonder in de buurlanden. Verschillende Afrikaanse persoonlijkheden proberen te bemiddelen in de crisis. In tegenstelling tot Westerse landen spreken Afrikaanse landen zich minder uit over een nieuwe mandaat voor Nkurunziza.

Zoals in het verleden dragen Rwanda, de DR Congo en Tanzania de humanitaire gevolgen van instabiliteit in Burundi. Samen vingen ze al meer dan 20.000 Burundezen op die het verkiezingsgeweld ontvluchtten. Congo en Rwanda plannen respectievelijk presidentsverkiezingen in 2016 en 2017. Volgens hun grondwet mogen de presidenten Paul Kagame en Joseph Kabila zich ook niet meer kandidaatstellen. In Congo woedt een hevig debat over de politieke toekomst van Kabila. Zoals zijn Burundese ambtgenoot bevindt hij zich in een moeilijke electorale situatie. Allebei worden ze geconfronteerd met een zeer kritische oppositie, middenveld en internationale gemeenschap.

De verkiezingen in Burundi zullen een weerslag hebben op Congo. Als Nkurunziza erin slaagt om een derde mandaat te veroveren, dreigt dit Kabila aan te moedigen om hetzelfde te proberen. Als Nkurunziza zwicht voor protest, overweegt Kabila misschien om een stap opzij te zetten.
Een ontsporing van de Burundese verkiezingen zal niet enkel gevolgen hebben voor de humanitaire situatie en de politieke machtsverhoudingen in Congo, maar ook voor de veiligheidscontext in de grensprovincie Zuid-Kivu. Daar zijn al jaren Burundese rebellen actief. Het risico bestaat dat ze radicaliseren en gewapende allianties smeden tegen het regime van Nkurunziza.

Welke positie nemen wij in?

Broederlijk Delen en Pax Christi steunen de brede oproep en het geweldloos protest tegen een derde mandaat voor president Nkurunziza. De organisatie sporen België en de EU aan tot actieve steun aan een Burundese dialoog die eerlijke en veilige verkiezingen, in overeenstemming met het vredesakkoord en de grondwet, mogelijk moet maken. Ze pleiten voor een democratische en vreedzame machtsoverdracht ter ondersteuning van het vredesproces in Burundi.