19 december 2013 - Inspraak en vrede - Burundi - Nadia Nsayi

Sinds enkele weken leeft het gerucht over een aankomende grondwetsherziening. Nu heeft de regering een voorstel tot wijziging van die grondwet ingediend bij het parlement. Het maatschappelijk middenveld toont zich erg kritisch, de oppositie is in alle staten en ook internationaal begint de ongerustheid verder toe te nemen. 

Het voorstel tot wijziging van de grondwet is voorlopig nog steeds niet besproken met de oppositie of het middenveld, wat problematisch is. Een brede maatschappelijke consensus over zo’n fundamenteel dossier is immers van cruciaal belang voor de stabiliteit van de instellingen en werd ook expliciet aanbevolen in de ‘feuille de route’ die in maart aangenomen was door de regering en de oppositiepartijen, buiten FNL . Het speelt natuurlijk mee dat de oppositie zichzelf in de voet heeft geschoten door de parlementsverkiezingen van 2010 te boycotten, en dus in het parlement geen tegengewicht kan bieden tegen het voorstel. Het dossier zorgt alvast voor grote spanning tussen regering en oppositie, waarvan sommige leiders de opruiende taal niet schuwen. Ondertussen is er wel een dialoog aangekondigd met de politieke actoren, maar het is afwachten wat hier het resultaat van zal zijn en of dit de spanningen zal verminderen.

Voorgestelde wijzigingen

Waarom die controverse? Allereerst omdat de nieuwe grondwet, als het parlement dit voorstel aanneemt, zou toelaten aan huidig president Pierre Nkurunziza om zich opnieuw kandidaat te stellen voor de presidentsverkiezingen in 2015. Nkurunziza zit momenteel al in zijn tweede mandaat, en onder de huidige grondwet was het niet zeker of hij zich opnieuw kandidaat kon stellen. Deze onzekerheid is nu weggenomen: de huidige president kan, indien herverkozen, tot 2020 en zelfs tot 2025 verder regeren. Dit zou niet alleen geen goede zaak zijn voor de Burundese democratie, maar riskeert ook gevolgen te hebben voor de stabiliteit van het fragiele post-conflictland en de wijdere regio.
 
Daarnaast is van belang dat  de huidige instellingen gebaseerd zijn op de consensus van het akkoord van Arusha (2000), dat door een systeem van machtsdeling een einde moest maken aan de jarenlange burgeroorlog. Die consensus dreigt nu aan flarden geschoten te worden, niet alleen door een derde of vierde presidentieel mandaat toe te laten, maar vooral ook door de andere elementen uit het voorstel voor een nieuwe grondwet.
 
Zo is de voorgestelde versoepeling van de vereiste parlementaire meerderheden voor het aannemen van wetgeving verontrustend. Deze meerderheden zijn in de huidige grondwet uit 2005 nog erg hoog, gericht op het nastreven vaneen brede consensus en het vinden van een akkoord onder de minderheden.  In de nieuw voorgestelde grondwet is deze garantie niet langer aanwezig. Een politieke of etnische groep kan dus wetgeving aannemen die geen brede steun geniet en andere groepen mogelijk discrimineert. Het verhogen van de kiesdrempel van 2 naar 5% (de Belgische kiesdrempel) gaat dan wel versnippering tegen, maar  botst met het consensuele model van de Burundese grondwet , waarbij ook minderheden een stem krijgen. Een gevaarlijke evolutie.
 
Ook zal de macht van de president in de voorgestelde grondwet sterk verstevigd worden. Hij kan niet meer door het parlement uit zijn ambt ontzet worden voor ernstige fouten of corruptie, kan voortaan hoge civiele en militaire posities benoemen zonder de Senaat hierin te kennen (betrekken?) en kan zelf de nationale Assemblee ontbinden. Ook zal hij niet langer twee sterke vicepresidenten langs zich hebben staan, die vandaag kunnen bijdragen aan de bescherming van de Tutsi-minderheid: er blijft enkel een vicepresident zonder daadwerkelijke macht over, en er wordt een nieuwe functie van eerste minister gecreëerd. 

Geen stap in de goede richting

Buiten enkele positieve voorstellen, zoals het verhogen van het minimum aantal vrouwelijke kandidaten op de kieslijsten, is dit voorstel tot wijziging van de grondwet dus absoluut geen stap in de goede richting. Burundi is nog steeds een fragiel land waarin de pagina van gewapend conflict nog niet volledig is omgeslagen. Bepaalde leiders van de oppositie hebben al een poging gedaan om de bevolking op te ruien, door scherpe uitspraken van zowel enkele kopstukken van oppositiecoalitie ADC-Ikibiri als van de veiligheidsdiensten.  De betoging op maandag 9 december waartoe ADC-Ikibiri had opgeroepen, zij het zonder steun van belangrijke oppositiepartij FNL, werd enkele dagen op voorhand geannuleerd, officieel omwille van het overlijden van Nelson Mandela.
 
Het regime toont zich in aanloop naar de verkiezingen van 2015 weinig tolerant naar kritische stemmen: de restrictieve perswet was hier een illustratie van, maar ook het constante hinderen van oppositiefiguren om vrij te circuleren en de instrumentalisering van de veiligheidsdiensten en van de jongerenliga van regeringspartij CNDD-FDD wijzen op een toenemend gebrek aan respect voor fundamentele rechten. Over de arrestatie van Frédéric Bamvunginyumvira, gewezen vicepresident van Burundi en huidige vicevoorzitter van oppositiepartij Frodebu, is er nog veel onduidelijkheid, maar ook hierachter kan men politieke motieven zoeken. Bamvunginyumvira was immers de coördinator van de betoging die op maandag 9 december voorzien was.
 
Ook kan dit alles regionale consequenties hebben. Niet alleen zouden onlusten in Burundi een effect kunnen hebben op de stabiliteit in andere landen van de regio, zoals Congo, Tanzania en Rwanda, ook heeft dit een hoog precedentwaarde. Als men er immers in Burundi probleemloos in slaagt om aan de grondwet en de rechtsstaat te morrelen, zal dit evenmin een probleem zijn in die andere landen van de regio waar de president aan zijn tweede en laatste mandaat bezig is. Nieuwe presidentsverkiezingen zijn immers ook in het vooruitzicht in Tanzania (eind 2015), DR Congo (2016) en Rwanda (2017).

Welke rol voor België?

Welke rol kan België hier nu in spelen, vraagt u zich ongetwijfeld af. Wel, België is de grootste bilaterale donor in Burundi, en heeft een belangrijke diplomatieke rol te spelen. Achter de schermen worden er door middel van stille diplomatie al inspanningen gedaan, maar de internationale gemeenschap mag zich niet nog een keer laten vangen door de Burundese autoriteiten, zoals bij de perswet het geval was. Door een duidelijke positie in te nemen naar de Burundese autoriteiten, tot aan de president toe, kan België mee wegen op het debat, in Burundi, maar ook in de wijdere regio. Ook op Europees vlak en binnen de internationale instellingen kan België impact hebben: ze kan mee trekken aan een Europese positie over dit thema, aan een ondersteunende rol van de VN en aan een kritische stem binnen de Internationale organisatie van de Francofonie. 
 
Ook ons parlement kan hierin actief zijn: niet alleen door onze eigen ministers aan te zetten tot actie, maar ook door parlementaire diplomatie te laten spelen en contact op te nemen met hun Burundese tegenhangers. Natuurlijk moeten alle mogelijke demarches de soevereiniteit respecteren, maar dit mag absoluut geen reden zijn om langs de zijlijn te blijven toekijken. De internationale gemeenschap heeft immers ook een verantwoordelijkheid om aan preventieve diplomatie te doen. Terugkeren naar de demonen uit het eind van vorige eeuw is immers iets waar niemand baat bij heeft.