02 oktober 2013 - Recht op voedsel - Jo Dalemans

Dat het jaarlijkse hongerrapport van de FAO de kranten haalt is op zich al goed nieuws. Het geeft aan dat de schande van 842 miljoen mensen met chronische honger nog een nieuwswaarde heeft.

De boodschap van de daling van het aantal mensen met honger is zeker goed nieuws, vooral na de vaststelling van enkele jaren geleden dat dit aantal terug begon te stijgen. Terwijl sommigen vooral een hoera-verhaal zien in de daling van het aantal hongerigen, is het rapport zelf een stuk genuanceerder.

Ongelijke verdeling

Terwijl ontwikkelingslanden in hun geheel wel sterke vooruitgang boekten, is die vooruitgang zeer ongelijk verdeeld. De grote vooruitgang die Latijns-Amerika of Zuidoost-Azië kende, ontbrak totaal in Sub-Sahara Afrika of in West-Azië. De macht van het getal verklaart ook de impact van de sterke vooruitgang in China op de globale cijfers.

Een beleid gericht op een toegenomen productiviteit in de landbouw en een toegenomen beschikbaarheid van voedsel, in het bijzonder wanneer kleinschalige landbouwers betrokken worden, kan honger terugdringen, zelfs in situaties waar grote armoede heerst.

Het rapport zoekt ook naar verklaringen voor de vooruitgang in bepaalde regio's en de stilstand in andere. Hier blijkt dat economische groei in sommige regio's voor hogere inkomens zorgde, waardoor meer mensen voedsel konden kopen.

Er wordt ook opgemerkt dat die groei op zich niet volstaat. Enkel als die economische groei samengaat met een beleid dat specifiek gericht is op rurale armoede, zullen de vruchten van die groei gedeeld worden en zal armoede en honger teruggedrongen worden. Brazilië is hier een voorbeeld van, waar een systeem van cash transfers de koopkracht van een afgelijnde doelgroep versterkte en armoede werd teruggedrongen.

Voedselprijzen

De impact van de recente voedselprijscrisis op het aantal mensen met honger wordt nu iets minder hoog ingeschat dan aanvankelijk werd vermoed. Wel stelt de FAO vast dat deze prijsstijgingen ertoe leiden dat mensen goedkoper, minder voedzaam voedsel kopen, wat op lange termijn een negatief effect heeft op hun gezondheid, ontwikkeling en productiviteit.

Landbouwsector als motor tegen armoede

Een belangrijke vaststelling, die niet echt nieuw is, is het feit dat groei in de landbouwsector dé motor is om armoede en honger terug te dringen, op voorwaarde dat kleinschalige landbouwers betrokken zijn bij die groei. Enkel wanneer die groei resulteert in meer werkgelegenheid en hogere inkomens voor deze mensen, zal hun voedselzekerheid verbeteren.

Zo kende Vietnam tijdens de afgelopen decennia hoge groeicijfers in zijn landbouwsector door een sterke stijging in de productiviteit. Omdat de landverdeling in Vietnam relatief gelijk is, profiteerden vele kleinschalige landbouwers van deze groei.

Ook in Tanzania groeide de landbouwsector de afgelopen 20 jaar sterk. Dit leidde echter nauwelijks tot een daling van de armoede of voedselonzekerheid in het land omdat kleinschalige landbouwers slechts sporadisch betrokken waren bij die groei.

Positieve boodschap

Al bij al geeft het rapport toch wel een positieve boodschap. Armoede en honger terugdringen is niet utopisch. Resultaten in verschillenden landen en regio's tonen dit aan. En deze resultaten tonen ook aan wat nodig is om die vooruitgang te bereiken. In het voorwoord wordt dit mooi weergegeven: "Een beleid gericht op een toegenomen productiviteit in de landbouw en een toegenomen beschikbaarheid van voedsel, in het bijzonder wanneer kleinschalige landbouwers betrokken worden, kan honger terugdringen, zelfs in situaties waar grote armoede heerst." Dit is precies de boodschap die Broederlijk Delen al lang verkondigt.