De Nakba en de vluchtelingen

Op 14 mei 1948 riep Israël zijn ontstaan uit. Terwijl de Israëli’s jaarlijks de oprichting van hun staat vieren, herdenken de Palestijnen de Nakba of 'catastrofe.'

750.000 Palestijnen vluchtten uit hun huizen in de periode voor en na de oprichting van de staat Israël. Ze vertrokken uit angst voor oorlogsgeweld of terreur, zeker nadat ze gehoord hadden dat zionistische milities meer dan honderd Palestijnse burgers gedood hadden in het dorp Deir Yassin. Anderen werden met geweld verdreven uit hun huizen door de oprukkende Israëlische soldaten en milities. Sommigen kregen bevel of advies van de Arabische autoriteiten om hun huizen tijdelijk te evacueren.

Meer dan 80% van de Palestijnse bevolking verliet uiteindelijk de staat Israël en kon tot op vandaag niet terugkeren. De verhoopte tijdelijke afwezigheid draaide uit op een langdurige ballingschap, in vluchtelingenkampen op de Westoever of Gaza, in de buurlanden of elders in de wereld. Vandaag zijn de nakomelingen van deze vluchtelingen met meer dan 5 miljoen. VN-resolutie 194, die Israël oproept om de vluchtelingen te laten terugkeren, blijft voorlopig dode letter.

Tijdens en vooral in de jaren na de oorlog werden meer dan 450 Palestijnse dorpen vernield en letterlijk van de kaart geveegd. Israël vaardigde een aantal wetten uit, zoals ‘de wet op het voorkomen van infiltratie’ om te verhinderen dat Palestijnen zouden terugkeren, en ‘de wetten aangaande eigendom van afwezigen’, die de huizen en gronden van de vluchtelingen onder de controle van de Israëlische staat plaatsten.

Broederlijk Delen benadrukt dat een oplossing voor de Palestijnse vluchtelingenkwestie, het langst aanslepende vluchtelingenprobleem van de moderne geschiedenis, cruciaal is om tot een duurzame vrede tussen Israëli’s en Palestijnen te komen.

Palestijnen in Israël

Niet alle Palestijnen verlieten Israël. Ongeveer 150.000 onder hen, veelal intern verplaatste personen, bleven op het grondgebied van de staat. Tot 1966 stonden ze onder militair bestuur. Daarna kregen ze het staatsburgerschap. Vandaag maken deze Palestijnse burgers 20% van de bevolking van Israël uit. Zoals onze partnerorganisatie Adalah aangeeft, is hun situatie verre van ideaal. Velen blijven tot op heden ‘aanwezige afwezigen’. Ze kunnen niet terugkeren naar hun oorspronkelijke dorpen of hun eigendom opeisen.

Palestijnse gemeenschappen in Israël worden systematisch gediscrimineerd op vlak van onderwijs, huisvesting, infrastructuur, … . In juli 2018 keurde de Knesset de controversiële –Nation State Law- goed die stelt dat Israël de natiestaat is van het Joodse volk en dat enkel Joden het recht op zelfbeschikking hebben in de staat Israël. Arabisch wordt in dezelfde wet van een officiële taal, gereduceerd tot een taal met een bijzonder statuut. Daarmee is de discriminatie van alle niet-Joodse minderheden stevig in de wet verankerd.  

De Bedoeïen

Onder de Palestijnse burgers van Israël zijn ook vele tienduizenden bedoeïen, die traditioneel met hun kuddes door de hele regio trokken. Bij het oprichten van de staat Israël vestigden ze zich, semipermanent, in wat tot vandaag niet-erkende-dorpen zijn, voornamelijk in de Negev woestijn. Israël koestert al jaren de ambitie om deze nomaden te verplaatsen omdat het de Negev wil ontwikkelen. In 2013 keurde de Knesset het Prawer-Begin-plan goed. De regering stelt het voor als een goed antwoord op de schrijnende levensomstandigheden van de bedoeïenen. De realiteit is minder rooskleurig. De plannen beogen de vernieling van de huizen van 40 à 70.000 bedoeïen, burgers van Israël, en de hervestiging in armoedige ontwikkelingssteden die niet aangepast zijn aan de nomadische gewoonten en tradities. Er is dan ook veel protest vanuit de civiele samenleving en de internationale gemeenschap.

Het Prawer-Beginplan werd veroordeeld door het Europese Parlement en het Comité van Raciale Discriminatie van de Verenigde Naties. Volgens Adalah zouden al deze dorpen worden erkend, indien Israël gelijke criteria zou toepassen voor de erkenning van dorpen van bedoeïenen en joden. Het Prawer-Beginplan werd eind 2013 opgeschort maar dat weerhoudt Israël er niet van om regelmatig bedoeïendorpen in de regio te vernielen en nieuwe strategieën te ontwikkelen om de bedoeïen te verdrijven.

Veerkrachtige gemeenschappen

Adalah benadrukt dat Israëls beleid van ontheemding van Palestijnse burgers niet losstaat van zijn beleid in de bezette Palestijnse gebieden. Zoals de organisatie aantoont in de documentaire ‘From Al-Araqib to Susiya’, past Israël aan beide kanten van de Groene Lijn een politiek van gedwongen verplaatsing van Palestijnen toe. Concreet worden Palestijnse gemeenschappen in Israël en in de bezette gebieden geconfronteerd met huisvernielingen, ontzetting uit hun eigendommen en gebrek aan basisdiensten.

Aan beide kanten zien we ook veerkrachtige gemeenschappen die zich hier vreedzaam tegen blijven verzetten.