Landbouw in Senegal

77% van de Senegalese bevolking leeft van de landbouw. Wie tijdens het droge seizoen in Senegal komt, kan zich dat moeilijk inbeelden: het platteland lijkt op een dorre, hete, met ravijnen doortrokken zandbak.

Landbouw in Senegal is grotendeels seizoensgebonden en neerslagafhankelijk. Oogsten schommelen sterk van jaar tot jaar als gevolg van slecht verdeelde regenval. De meeste boeren combineren marktgewassen (pindanoten, katoen, sesam) met voedselgewassen (gierst, mais, rijst, fonio, sorghum) en een bescheiden veestapel. Toch slaagt Senegal er niet in de eigen bevolking te voeden met lokale productie. Ongeveer de helft wordt jaarlijks ingevoerd. Voor rijst loopt dit op tot 2/3 van de jaarlijkse consumptie, wat het land kwetsbaar maakt voor prijsschommelingen op de wereldmarkt. De belangrijkste knelpunten voor landbouwontwikkeling zijn het gebrek aan overdracht van technologie en informatie aan boeren, de slechte beschikbaarheid van kwaliteitsvol zaaigoed, slechte verdeling van landbouwgrond, gebrek aan investeringen, zwakke marktstructuren en de droogte. Ook de nationale instellingen dragen onvoldoende bij aan een sterk landbouwbeleid.

Toenemende armoede en honger op het platteland

De laatste jaren is de opbrengst van de oogst erg gedaald. De gevolgen zijn onmiddellijk voelbaar: toenemende armoede, meer honger. De droogte is een eerste oorzaak. In de Sahel, de zone net onder de Sahara, valt sowieso al niet veel regen. Sinds de jaren 70 regent het steeds minder en onregelmatiger. Er valt nu tot 40% minder regen dan dertig jaar geleden. Een andere factor is de uitputting van de bodem. Zo’n 2/3 van de vruchtbare landbouwgrond zou al verloren zijn gegaan. Zowel de natuur als de mens hebben hier een hand in gehad: droogte en ontbossing, de oprukkende woestijn, wind- en watererosie die overal ravijnen vormt, de jarenlange monocultuur. Het ecosysteem is beschadigd. Al deze factoren versterken de precaire situatie van de al arme lokale bevolking. Ze halen steeds minder inkomsten uit hun landbouwactiviteiten en de levensomstandigheden gaan er op achteruit. Jonge mensen zien vaak geen ander alternatief dan te migreren naar de stad. Maar de schaarse jobs aan armzalige lonen bieden hen ook geen toekomstperspectief.