Landbouw in Congo

Landbouw in Congo biedt heel wat kansen. Toch slaagt het land er niet in zijn eigen bevolking te voeden.

Door de gewelddadige conflicten van de voorbije 20 jaar heeft het land gekozen voor import van goedkoop voedsel om de snelgroeiende stadsbevolking te kunnen voeden. Vandaag kan de lokale landbouwproductie maar 80 % dekken van de nationale consumptie. Binnen 10 jaar wordt dit tekort nog veel groter als gevolg van de bevolkingsgroei en de alarmerende situatie op het platteland. Die trend moet dringend gekeerd worden om grote catastrofes te vermijden.

Landbouwmogelijkheden onbenut

Het grootste deel van de Congolese bevolking leeft van landbouw. Toch ontbreekt het op de politieke agenda.

Boerenfamilies worden zo goed als helemaal aan hun lot overgelaten.

Ze hebben geen toegang tot zaaigoed, meststoffen of krediet. Door de erbarmelijke staat van de wegen zijn markten onbereikbaar. En op steun van de overheid hoeven ze niet te rekenen. De productiviteit van de landbouw ligt extreem laag. Het grootste deel van de oogst dient voor eigen consumptie. Er zijn maar weinig boeren die hun overschotten op de markt kunnen verkopen omdat ze slecht georganiseerd zijn.

Toch biedt landbouw heel wat kansen. Congo heeft een gunstig klimaat en er is voldoende landbouwgrond, mankracht en water. Wat ontbreekt is een goed landbouwbeleid, dat de bevolking op het platteland uit de armoede haalt en genoeg eten voorziet voor mensen in de steden. Via deze weg kan de Congolese regering werkgelegenheid creëren en de economie weer doen opleven. De beschikbare rijkdommen kunnen voor de nodige investeringen zorgen om een degelijk landbouwbeleid te realiseren.

Kwilu en Oost-Kasai

Broederlijk Delen steunt partnerorganisaties in de provincies Oost-Kasai en Kwilu.

Kwilu is een deel van de vroegere provincie Bandundu, ten oosten van Kinshasa. De provincie bezit vooral savanne. Een netwerk aan waterwegen biedt belangrijke mogelijkheden voor veeteelt, visvangst en transport. Voorheen had Kwilu enkele belangrijke landbouwbedrijven met onder meer palmolie en suikerriet. Na jaren van wanbeheer blijft er haast niets meer van over.

De streek kampt met een snelle ontbossing als gevolg van houtkap, zwerflandbouw en de grote vraag naar houtskool. Ook het nijpende tekort aan elektriciteit doet dat proces versnellen. De landbouwoppervlakte in Kwilu is enorm. Een deel hiervan werd in concessie gegeven, waarvan de meeste vergunningen in handen zijn van grote landbouwbedrijven en de nationale elite. Grote delen van het land liggen er verlaten bij.

De jeugdwerkloosheid in Kwilu is groot. Jongeren gaan daarom vaak op zoek naar werk in de mijngebieden van Noord-Angola of trekken naar het nabije Kinshasa.

Oost-Kasai leeft sinds de kolonisatie van diamantontginning. Basisvoedsel wordt voornamelijk ingevoerd en de armoede is sterker dan in andere provincies. Minder dan 1 % van de bevolking heeft er toegang tot elektriciteit. Er heerst een voedselcrisis die deels te verhalen valt op de slechte staat van de wegen, en anderzijds op de ontginning van diamant. De economie en mentaliteit worden bepaald door deze zoektocht naar het ‘geluk’.

Waar diamanten gevonden worden, stopt het normale leven zoals het eens was: geen landbouw meer, geen scholen of gezondheidszorg.

De ontginning van diamant draagt niet bij aan een duurzame verbetering van de levensomstandigheden. Het is wel de oorzaak van vele mensenrechtenschendingen, armoede en conflicten. In deze context is familiale landbouw ondergeschikt en nauwelijks in staat de lokale consumptie te dragen. Sinds een aantal jaar wordt diamant schaarser, waardoor landbouw aan belang wint.