Het Israëlisch-Palestijns conflict in vraag en antwoord

Broederlijk Delen streeft, samen met Pax Christi Vlaanderen, naar duurzame en rechtvaardige vrede in Israël en Palestina. We nemen het op voor de rechten van beide volkeren en zijn erg actief op het vlak van beleidsbeïnvloeding en sensibilisering. Daarnaast steunen we ook partners in de regio. Vaak krijgen we vragen over onze werking en onze standpunten. In deze Q&A zetten we enkele veelvoorkomende vragen op een rijtje.

1.    Waarom zijn Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen actief rond het Israëlisch-Palestijns conflict en nemen jullie het expliciet op voor de Palestijnen?

Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen streven naar duurzame en rechtvaardige vrede in Israël en Palestina. We nemen het op voor de rechten van beide volkeren.

Het Israëlisch-Palestijns conflict sleept al decennia aan en het destabiliseert de regio. Europa heeft een belangrijke rol gespeeld in het ontstaan van het conflict en zoekt actief naar een oplossing. In Israël en de Palestijnse gebieden liggen ook de bronnen van het jodendom, het christendom en de islam. Onze doelstelling is de publieke opinie en beleidsmakers een beter begrip te geven van de situatie.

Op het terrein steunen we Palestijnse en Israëlische organisaties

  • Israëlische organisaties: 
    • Adalah
    • Breaking the Silence
    • Gisha
    • Zochrot.
  • Palestijnse organisaties: 
    • Theatre Day Productions
    • Women’s Centre for Legal Aid and Counselling
    • Defence for Children International-Palestine

Op het terrein steunen we Palestijnse en Israëlische mensenrechten- en vredesorganisaties en ngo’s die werken met vrouwen en jongeren.  Wij doen dat vanuit onze visie op solidariteit met de zwakkeren en het gevecht tegen structuren van onrecht.

De leidraad bij ons werk voor vrede in Israël en Palestina is het internationaal recht: het internationaal humanitair recht en de mensenrechten. Het internationaal recht garandeert de rechten van alle volkeren en vermijdt dat het recht van de sterkste geldt. De internationale gemeenschap erkent dat beide volkeren het recht op zelfbeschikking hebben: wat geldt voor Israëli’s, geldt ook voor Palestijnen.

2.    Zijn jullie niet partijdig en pro-Palestijns?

Wij benadrukken dat dit conflict niet zwart-wit is, maar wel zeer asymmetrisch.

In tegenstelling tot het Palestijnse volk, heeft het Israëlische volk al meer dan 60 jaar een eigen staat, opgericht op 78 % van historisch Palestina. De Palestijnen wachten al even lang op hun eigen staat.

Israël bezet bovendien de Palestijnse gebieden (de overige 22 % van historisch Palestina: de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en Oost-Jeruzalem). Volgens het internationaal humanitair recht heeft Israël als bezettende macht verplichtingen tegenover het bezette volk. Het moet onder meer instaan voor de veiligheid van Palestijnse burgers. Israël doet dit niet maar bouwt nederzettingen en stelt burgers systematisch bloot aan geweld.

Palestijnse gewapende groeperingen mogen, conform het internationaal humanitair recht, geen aanslagen plegen tegen Israëlische burgers.

Wij klagen de schendingen door beide partijen aan. We wijzen op het gebrek aan evenwicht. Het niet naleven van de verplichtingen van de Israëlische regering als bezettende macht hebben een erg negatieve invloed op het conflict.

3.    Heeft Israël wel een partner voor vrede? Er werden zoveel vredesvoorstellen gedaan en de Palestijnen wezen die steevast af.

Zowel Israëli’s als Palestijnen hebben nood aan een partner voor de vrede. De afwezigheid van dialoog tussen beide volkeren verscherpt het conflict.

Israël is niet gewonnen voor de oprichting van een leefbare en onafhankelijke Palestijnse staat, terwijl de overkoepelende Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) in 1988 Israël binnen de grenzen van vóór 1967 erkende. Zo verklaarde premier Netanyahu in juli 2014 dat hij nooit een soevereine Palestijnse staat in de Westelijke Jordaanoever zal aanvaarden. Sinds de start van het vredesproces in 1993 heeft Israël zijn gebied de facto uitgebreid en zijn controle over de Palestijnse gebieden vergroot via de nederzettingen, de checkpoints en de Muur.

Israël onttrekt zich aan zijn verplichtingen als bezettende macht tegenover de Palestijnse burgers en weigert in te staan voor hun bescherming. De regering lijkt ook niet bereid het Palestijnse recht op zelfbeschikking te erkennen, maar eist wel dat de Palestijnen Israël als een Joodse staat erkennen.

De voorstellen die Israël deed, zelfs tijdens Camp Davidakkoorden van 2000, waren ontoereikend. Zo wil Israël de grote nederzettingen inlijven. Dit is één van de voornaamste struikelblokken voor vrede.

Ook de interne Palestijnse verdeeldheid bemoeilijkte de gesprekken. Zo weigert Hamas in tegenstelling tot de regering op de Westoever te onderhandelen met Israël.

4.    Wat met Hamas?

Sinds Hamas de parlementsverkiezingen in 2006 won en de macht in Gaza in 2007 gewapenderhand greep, is de situatie is veel moeilijker geworden. Hamas vormde zich niet om van een terreurbeweging tot een verantwoordelijke politieke partij.

De beweging bevindt zich in een spreidstand. Ze is enerzijds een politieke beweging die regeert over 1,7 miljoen mensen. Anderzijds blijft ze een gewapende groepering die aanvallen op Israëlische burgers als een legitiem middel ziet. Zo vuurde Hamas in 2012 raketten af op Israël en hernam het deze aanvallen in juli 2014.

Hamas weigert in de voetsporen van de PLO te treden: Israël erkennen, het geweld afzweren en de vorige akkoorden aanvaarden. Het wil evenmin afstand doen van zijn handvest waarin het oproept tot de vernietiging van Israël.

5.    Heeft Israël dan niet het recht zich te verdedigen? Houden jullie wel voldoende rekening met de Palestijnse aanslagen en de raketten?

Wij veroordelen met klem de aanslagen van Palestijnse gewapende groeperingen tegen Israëlische burgers. Aanvallen tegen burgers zijn een oorlogsmisdaad. Wij pleiten ervoor dat beide partijen te allen tijde afzien van geweld tegen burgers.

Israël heeft het recht en zelfs de plicht om zijn burgers te beschermen tegen de aanvallen van Palestijnse gewapende groeperingen, maar het moet dat doen met respect voor de basisprincipes van noodzakelijkheid en proportionaliteit, en in overeenstemming met  het internationaal humanitair recht. Het mag bijvoorbeeld geen burgers viseren en de aangerichte nevenschade van een aanval moet ook in verhouding staan tot het directe militaire voordeel.

De Palestijnse gewapende groeperingen mogen het geweld van het  Israëlische leger onder geen beding gebruiken als excuus voor hun aanvallen tegen burgers. Ook het argument dat dit onder het recht op verzet valt, is onaanvaardbaar.

Gewapende groeperingen moeten de regels van het internationaal humanitair recht respecteren en een onderscheid maken tussen militaire doelwitten en burgers. Burgers hebben het recht op bescherming en mogen niet blootgesteld worden aan geweld van welke partij dan ook.

6.    Willen de Palestijnen nog een tweestatenoplossing?

De meeste Palestijnen tonen zich niet onverzettelijk tegenover Israël. Ze zien echter dat Israël de Palestijnse Autoriteit tegenwerkt, zoals in november 2012 bij de upgrade van het Palestijnse statuut in de Verenigde Naties.

Volgens de Palestijnen voert de internationale gemeenschap een beleid van twee maten en twee gewichten omdat ze Israël ongestraft het internationaal recht laat schenden. Die incoherente houding versterkt het ongeloof over de haalbaarheid van een Palestijnse staat.

Ook Europese diplomaten gaven al aan dat een leefbare tweestatenoplossing bijna onmogelijk is geworden. De steeds uitbreidende nederzettingen, de verbindingswegen en de Muur, fragmenteren Palestina steeds meer. Momenteel bestaat er nog een brede consensus over een Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever en Gaza, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad.

Meer en meer Palestijnen pleiten echter voor een binationale staat waarin Israëli’s en Palestijnen samenleven, omdat ze geen andere optie meer zien. Maar de strategie daarnaartoe is onduidelijk.  

7.    Waarom steunen jullie een verbod op producten uit Israëlische nederzettingen?

Israëls nederzettingen zijn illegaal en vormen een ernstige schending van het internationaal recht. Bovendien verhinderen ze de ontwikkeling van een Palestijnse economie.

België en de EU veroordelen de nederzettingen. Toch is hun beleid ertegenover niet coherent. Via hun sterke economische en handelsrelaties met de nederzettingen dragen België en de EU bij aan de ontwikkeling en de uitbreiding ervan. Door de invoer en de handel van nederzettingenproducten leven België en de EU hun verplichtingen onder het internationaal recht niet na. Ze moeten immers het internationaal recht doen respecteren. Daarnaast mogen ze een illegale situatie niet erkennen en er geen hulp of assistentie aan leveren.

Daarom voeren we samen met 20 andere organisaties de campagne ‘Made in Illegality: stop de economische relaties van België met de nederzettingen!’.

8.    Zijn jullie niet bezorgd over het toenemende antisemitisme?

Onze organisaties huiveren ervoor dat de wijdverspreide haat die het Midden-Oosten beroert naar onze samenleving wordt overgebracht. In onze samenleving mag er geen plaats zijn voor antisemitisme.

De stijging van het aantal antisemitische incidenten en slogans, met name tijdens betogingen tegen Israëls optreden in Gaza, is verontrustend.

Wij roepen ervoor op om steeds het onderscheid te maken tussen Israël en de Joodse gemeenschap in de diaspora. De Joodse gemeenschap mag onder geen beding verantwoordelijk worden gesteld voor Israëls schendingen van het internationaal recht.

Wij zijn ervan overtuigd dat gegronde kritiek op een beleid dat de mensenrechten en de internationale verdragen schend, mogelijk moet zijn en niets te maken heeft met antisemitisme. Beide organisaties willen dat het opbod van haat en wraak tussen Israël en de Palestijnen gestopt wordt. Wij willen dat Palestijnse burgers en burgers van de staat Israël beschermd worden in overeenstemming met het internationaal humanitair recht.

9.    Waarom focussen jullie zo op Israël? Er zijn toch zoveel andere wantoestanden in de regio zoals in Irak en Syrië?

Het conflict staat hoog op de Belgische en Europese politieke agenda. Israël heeft ook bevoorrechte politieke en economische relaties met de Europese Unie. Hierdoor heeft het niet enkel lusten maar ook lasten, zoals het respect voor mensenrechten.

Als ontwikkelings- en vredesorganisatie wijzen we onze beleidsmakers op het feit dat Israël geen uitzonderingspositie kan genieten. Het is geen pariastaat, het is stevig verankerd in de internationale orde. In tegenstelling tot Israël heeft de EU geen sterke banden met Syrië of Irak, en kan ze er minder druk uitoefenen.

Uiteraard zijn wij verontwaardigd over de schendingen van mensenrechten in de Arabische landen. Daarom verruimden we sinds 2011 ons werkveld naar de bredere regio en waren we actief rond burgeractivisme in Syrië. Ook de situatie van de christenen in de regio ligt ons na aan het hart. Pax Christi Internationaal sprak zich daar meermaals over uit. Toch hebben we minder invloed in deze landen omdat de politieke relaties zwak zijn en we er geen partners hebben.