Fanny en de grote landbouwbedrijven

Fanny Mosquera Serna, 46 jaar, woont in El Tigre. De mensen hier hebben een gemengde achtergrond en noemen zichzelf campesino.

Fanny is boerin. Maar veel land heeft ze niet. Met amper één hectare moet haar gezin rondkomen. Fanny: “Met wat we oogsten leven we niet. We overleven.” 

In Colombia is nochtans geen tekort aan grond. Hij is enkel erg ongelijk verdeeld. 1,1 % van de eigenaars bezit 52,2 % van alle gronden.

Ook de overheid maakt het de kleine boeren moeilijk. Zo wil de overheid het gebruik van lokale zaden verbieden. Boeren mogen enkel gecertificeerde zaden kopen die verkocht worden door grote multinationals. De zaden worden zo gemanipuleerd dat boeren er de bijhorende kunstmest voor moeten kopen. Dat is niet alleen schadelijk voor het milieu, het is ook onbetaalbaar voor boeren zoals Fanny.

Fanny beschermt met bio

Grond is ongelijk verdeeld in Colombia. Terwijl verderop duizenden hectaren in handen van één persoon zijn, moet Fanny het met één hectare doen. Bovendien wil de overheid opleggen hoe ze haar lapje grond moet bewerken.

Fanny wil aan landbouw doen op haar manier. Zonder chemische producten. Met lokale zaden. Met respect voor mens en natuur. Ze wil niet afhankelijk zijn van grote multinationals en hun dure en gemanipuleerde producten. Autonomie is voor haar het sleutelwoord.

Fanny staat niet alleen met die mening. Ze is aangesloten bij de Boerenbeweging van Cajibillo (MCC), een lokale organisatie die de belangen van kleine boeren verdedigt. In haar dorp is Fanny voortrekker van de beweging.

Ze motiveert vrouwen en kinderen om vorming te volgen en om over te schakelen op biologische landbouw. Naast vormingen organiseert MCC ook beurzen en markten om mensen bijeen te brengen, zaden uit te wisselen, producten te verkopen, biologische technieken te leren, enzovoort.

Met water en mest is geen enkele oogst verpest (Colombiaans spreekwoord)

Met de steun van MCC runt Fanny ook een kleine mestfabriek, samen met een aantal dorpsgenoten. Ze produceren er verschillende soorten organische mest. Soms verkopen ze de mest, maar hij dient vooral voor eigen gebruik. “Alle mest die we hier produceren, bespaart ons een hap uit het budget. Chemische meststoffen zijn een derde duurder dan onze organische producten.”

Met de mestfabriek gaan ze ook regelmatig naar beurzen, waar ze informatie uitwisselen over het proces en andere mensen overtuigen van het belang van biologische landbouw.

Wij beschermen ons grondgebied door het te bewerken.

Tegelijk oefent MCC sterk druk uit op de overheid. Die geeft steun aan grote landbouwbedrijven die palmolie en suikerriet exporteren. Waarom blijven kleine boeren met hun lokale productie dan in de kou staan?

MCC eist dat het landbouwbeleid de rechten van de kleine boeren respecteert. Zodat zij op een autonome en duurzame manier aan landbouw kunnen doen. En zodat ze boer kunnen blijven.

Want er zijn steeds minder kleine landbouwers in Colombia. Fanny: “Wij beschermen ons grondgebied door het te bewerken. Wij verkopen het niet, wij gaan niet weg. Wij nemen zelfstandig beslissingen. Wij verdedigen onze gewoontes, onze cultuur, onze identiteit. Dat is voor mij grondbezit.”