Druk uitoefenen op de overheid en standpunten innemen

Druk uitoefenen op nationale en internationale overheden en instellingen is essentieel om structurele verandering te creëren, ongelijkheid tegen te gaan en rechtvaardige machtsverhoudingen te promoten.

Waarom doen we aan politiek werk?

De Europese Unie (EU) en haar lidstaten hebben akkoorden over ontwikkelingssamenwerking met de landen waar we werken. Ze onderhouden daarnaast ook diplomatieke, economische en soms militaire relaties met die landen. Dat beleid heeft rechtstreekse gevolgen voor onze partnerlanden, vaak in negatieve zin.

Ons doel is het Belgische en Europese beleid te beïnvloeden op domeinen die van belang zijn voor de lokale gemeenschappen in onze partnerlanden. Wij proberen de strijd tegen ongelijkheid en het respect voor mensenrechten en het internationaal recht hoger op de politieke agenda te plaatsen. Wij spitsen ons hierbij toe op drie thema’s: recht op voedsel, duurzaam beheer van natuurlijke rijkdommen en vrede en inspraak.

‘Politiek werk’ is voor ons meer dan enkel het rechtstreeks beïnvloeden van beleidsmakers zoals kabinetten, parlementsleden of diplomaten. We delen onze expertise met een breed publiek en willen zoveel mogelijk mensen in beweging brengen. We worden geïnterviewd, schrijven artikels en opinies, en organiseren debatten en lezingen, waarbij we onze achterban aansporen tot solidaire actie.

Wat hebben we bereikt in 2017?

Recht op voedsel

Voor het eerst in meer dan 10 jaar tijd kondigden de Verenigde Naties aan dat het aantal mensen die wereldwijd honger lijden opnieuw is toegenomen, tot 815 miljoen mensen, 1 op 9. En dat terwijl er voldoende voedsel wordt geproduceerd om de gehele wereldbevolking twee keer te voeden. Honger hoeft dus niet.

Samen met de leden van de Coalitie tegen de Honger hebben we intensief gelobbyd omtrent de nieuwe strategienota landbouw en voedselzekerheid van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

De eerste helft van 2017 hebben wij, samen met de leden van de Coalitie tegen de Honger, intensief gelobbyd om in de nieuwe strategienota 'Landbouw en Voedselzekerheid' van de Belgische ontwikkelingssamenwerking, het model van familiale landbouw te behouden, en te eisen dat België middelen inzet voor de promotie van duurzame, agro-ecologische landbouw. We gaven feedback op de ontwerpnota’s van de minister, bezorgden analyses en standpunten aan het kabinet en praatten met parlementairen. Ook de Burkinese getuigen deelden tijdens de campagne hun ervaring en visie met de Belgische parlementsleden. We organiseerden drie druk bijgewoonde seminaries: over SDG2, over duurzame voedselsystemen en over de rol van de privésector in landbouw en ontwikkeling.

Helaas met weinig resultaat. De eindversie van de nota die in mei werd gelanceerd, focust te hard op ondernemerschap en de ontwikkeling van en investering in en door de privésector. Familiale landbouwers, de grote meerderheid van de boeren wereldwijd, dreigen uit de boot te vallen. In juni mochten we onze kritische appreciatie van de strategienota aan de minister en de parlementsleden toelichten in de Commissie Buitenlandse Zaken van het federale Parlement. In oktober organiseerden we een evenement in het federale Parlement ter gelegenheid van Wereldvoedseldag waarop we onze bezorgdheden herhaalden. We overhandigden aan de parlementsleden ook een lijst van concrete aanbevelingen voor de opvolging van de nieuwe nota.

Vrede en inspraak: Israël en Palestina

In het Europees en Belgisch beleidswerk waren Israëls bezettingspraktijken, het beleid van gedwongen verplaatsing van Palestijnse gemeenschappen uit zone C, de vernieling van hulp en Europees gefinancierde projecten en de Israëlische en Palestijnse aanvallen op mensenrechtenactivisten de voornaamste beleidsprioriteiten. We gaven hierover duiding aan federale en Europese beleidsmakers via actualiteitsnota’s en talrijke briefings, en werden hierbij ondersteund door Palestijnse en Israëlische mensenrechtenactivisten.

De vijftigste verjaardag van de Palestijnse bezetting kreeg een centrale plaats in ons politiek en bewegingswerk.

In 2017 werd de vijftigste verjaardag van de bezetting van Palestina herdacht. De lessenreeks 'Israël en Palestina' aan de UGent en Thomas More Hogeschool zoomde in op Israëls transformatie van de bezette gebieden en de stijgende antidemocratische tendensen in Israël. In april vond opnieuw een Vredestocht naar Israël en Palestina plaats. De deelnemers maakten kennis met de realiteit op het terrein en het verzet van mensenrechtenactivisten en vredesorganisaties. In juni nodigden we Palestijns mensenrechtenverdediger Issa Amro van Youth Against Settlements uit om te getuigen over de vreedzame strijd tegen de bezetting in Hebron, de plaats waar de nederzettingenbouw startte en meest extreme uitwassen van de bezetting zichtbaar zijn. Onder de titel 'Waar is de grens' organiseerden we samen met 11.11.11 open avonden in de Vooruit, Bozar en Elckeric, onder meer met de schrijvers Arnon Grunberg en Nir Baram.

Wij drongen bij Belgische en Europese beleidsmakers aan op een coherent beleid tegenover het Palestijns leiderschap dat gebonden is aan respect voor internationale verdragen.

De aanvallen op Palestijnse en Israëlische mensenrechtenactivisten en ngo’s namen sterk toe. Via de rondreizende tentoonstelling over vreedzaam verzet in Israël en Palestina en getuigenissen van partnerorganisaties (onder meer Sarit Michaeli van B’Tselem) belichtten we de veerkracht van deze organisaties en het belang van solidariteit en politieke druk op Israël en de Palestijnse Autoriteit. Die laatste neemt immers in toenemende mate haar toevlucht tot repressieve maatregelen. Wij drongen bij Belgische en Europese beleidsmakers aan op een coherent beleid tegenover het Palestijns leiderschap dat gebonden is aan respect voor internationale verdragen.

Vrede en inspraak: Centraal-Afrika

In Congo zetten we samen met Pax Christi Vlaanderen in op de uitvoering van het politiek akkoord van 31 december 2016, met bijzondere aandacht voor een eerlijk en veilig verkiezingsproces en respect voor democratische vrijheden.

Ons beleidswerk werd gevoed en versterkt door de samenwerking met twee partners: het mensenrechtennetwerk Rodhecic in Kinshasa en de vredesbeweging Africa Reconciled in het oosten (Kivu). In juni was onze medewerker op het terrein voor ontmoetingen met politici, diplomaten en het middenveld om onze analyses en standpunten te delen.

Ons werk droeg bij tot een kritische blik van het parlement op het Congobeleid van de regering. Parlementsleden gebruikten onze informatie om ministers te interpelleren.

We richtten ons tot parlementsleden en adviseurs van de vicepremiers en ministers van Buitenlandse Zaken en van Ontwikkelingssamenwerking. In oktober gaven we samen met Charis Basoko (Rodhecic) uitleg aan onze beleidsmakers over de onrust in Congo en de rol van het middenveld, en deelden we aanbevelingen voor het Belgisch en Europees beleid. Om het beleid beter te beïnvloeden, werkten we samen met andere ngo’s binnen de Vlaamse ngo-koepel 11.11.11. Ons werk droeg bij tot een kritische blik van het parlement op het Congobeleid van de regering. Parlementsleden gebruikten onze informatie om ministers te interpelleren.

Op regeringsniveau hebben we de standpunten rond de niet-naleving van het akkoord, de mensenrechtenschendingen en de crisis in Kasaï mee kunnen beïnvloeden. Onder aanmoediging van ons Europees netwerk EurAc, trok België sterk aan de Europese kar voor individuele sancties tegen politici en personen uit het veiligheidsapparaat in Congo. Ons land kon ook andere lidstaten overtuigen voor de koppeling van duidelijke voorwaarden aan de financiële steun voor de organisatie van de verkiezingen, ondertussen gepland voor december 2018. Op Belgisch niveau zijn we erin geslaagd om, met de steun van het parlement, de regering op een kritische en constructieve lijn te houden. Op Europees niveau is het ons echter niet gelukt om de druk op Kabila’s regime te verhogen door sancties tegen personen in zijn naaste (familiale en economische) entourage.

Ons werk in Congo werd maar liefst 46 keer vermeld in de media en journalisten deden vaak een beroep op onze expertise en contacten.

We bleven bovendien inzetten op sensibilisatie in eigen land. We namen deel aan lezingen en debatten, en organiseerden zelf activiteiten voor diverse groepen. We gaven onze kijk op de actualiteit in Congo en brachten hoopvolle verhalen over het werk van onze partners. Via de media deelden we onze analyses en standpunten met de ruimere publieke opinie. Ons werk in Congo werd maar liefst 46 keer vermeld en journalisten deden vaak een beroep op onze expertise en contacten.

Duurzaam beheer van natuurlijke rijkdommen

Centraal in ons beleidswerk stonden de mensenrechtenschendingen als gevolg van de ontginning van natuurlijke rijkdommen in Latijns-Amerika. Daarnaast volgden we het dossier rond regulering van bedrijven met betrekking tot mensenrechten actief op. We werkten nauw samen met zowel partnerorganisaties op het terrein als met andere (internationale) ngo’s in Brussel.

Samen met 11.11.11 en FairFin publiceerden we een onderzoeksrapport over investeringen in controversiële mijnbouwbedrijven door in België gevestigde banken.

Samen met 11.11.11 en FairFin publiceerden we in januari 2017 een onderzoeksrapport over investeringen in controversiële mijnbouwbedrijven door in België gevestigde banken. Het rapport kreeg uitgebreide persaandacht (o.a. artikels in De Morgen, De Standaard, De Tijd, Metro, MO*). Minister van Financiën Van Overtveldt engageerde zich om het thema op te nemen in zijn gesprekken met BNP Paribas Fortis. Ook KBC reageerde constructief: met deze bank is de dialoog nog gaande rond verscherping van het beleid m.b.t. investeringen in mijnbouw.

We informeerden Belgische en Europese beleidsmakers over de concrete situatie op het terrein in Latijns-Amerika, onder meer naar aanleiding van het bezoek van mensenrechtenverdedigers uit Honduras en Guatemala. Ook de opvolging van de ontwikkelingen in Colombia, in de context van het vredesakkoord met de FARC, kreeg bijzondere aandacht. Onze bezorgdheden vonden onder meer weerklank in verschillende parlementaire vragen en officiële standpunten vanuit Buitenlandse Zaken. We informeerden het bredere publiek via verschillende lezingen en persbijdragen.

In oktober 2017 kwam de Intergouvernementele Werkgroep van de Verenigde Naties bijeen rond de uitwerking van een bindend VN-Verdrag. In samenwerking met CIDSE leverden we inhoudelijke input en hadden we verschillende contacten met beleidsmakers op Belgisch niveau. We merkten een toenemende belangstelling voor het proces, ondanks blijvende scepsis binnen de EU over de noodzaak van een bindend internationaal instrument. België engageert zich in het nieuwe Nationaal Actieplan rond Bedrijven en Mensenrechten (gepubliceerd eind 2017) alvast om een constructieve rol te spelen in het proces.