Deyanira en de suikerrietplantages

Deyanira Gonzalias Rodallega, 55 jaar, woont in Padilla, een gemeenschap waar veel mensen van Afro-Colombiaanse afkomst leven. Ze verkoopt kumis, een lokale yoghurtdrank.

Traditioneel zijn de Afro-Colombianen een landbouwvolk. Maar aan landbouw doen kan Deyanira niet meer. 95 % van de landbouwgronden in de streek is in het bezit van grote bedrijven die suikerriet verbouwen.

Sinds de jaren ’60 zetten deze bedrijven de bevolking onder druk om hun land te verkopen. Voorheen was de grond een bron van inkomsten voor heel wat boerenfamilies. Nu gaat alle opbrengst naar enkelingen: de eigenaars van de plantages.

Deyanira noemt het suikerriet het groene monster. “Alles heeft het ons afgenomen. Mensen moesten verhuizen, op zoek naar ander werk. Families werden ontwricht en leven in armoede. Het heeft onze cultuur afgenomen, onze liefde, onze vrijheid.”

Deyanira wapent zich met informatie

Het groene monster, de suikerrietplantages, heeft de gemeenschap van Deyanira volledig ontwricht. Amper 5 % van de grond is nog niet in handen van suikerrietbedrijven. Hoe is het zo ver kunnen komen?

“Er waren zich maar weinig mensen bewust van de schade die de suikerrietplantages zouden berokkenen”, legt Deyanira uit. “Mensen zijn hun land verloren omdat ze zich niet bewust waren van het belang ervan. Daardoor konden de eigenaars van de plantages het land van de mensen gemakkelijk afkopen.”

Anderen moesten hun landbouwgrond verkopen omdat die onbruikbaar werd door het vergif dat gebruikt wordt op de suikerrietplantages.

Goed geïnformeerd zijn. Dat is voor Deyanira de eerste stap om als gemeenschap baas te zijn over het eigen gebied. “Educatie is belangrijk omdat een volk dat opgeleid is, rijkdom kent. Geld is goed, maar niet als je er je rechten voor moet opgeven. Er zijn belangrijkere dingen dan geld: mensenrechten, een waardig leven, opleiding, gezondheid, een goede woonplaats.”

Educatie is belangrijk omdat een volk dat opgeleid is, rijkdom kent.

Vorming op straat

Samen met UOAFROC, een partnerorganisatie van Broederlijk Delen, zet Deyanira sterk in op vorming. Met een rondtrekkende school reizen ze van dorp naar dorp en organiseren ze vormingen. Over de suikerrietplantages, mijnbouw en andere bedreigingen voor het grondgebied. Maar ook over mensenrechten, man-vrouwverhoudingen, traditionele geneeskunde enzovoort.

Dankzij de vormingen zijn de mensen niet alleen geïnformeerd. De gemeenschap wordt ook hechter. Zodat ze samen één front kunnen vormen. “We moeten de mensen duidelijk maken dat land veel waarde heeft. Dat we het moeten verdedigen om te overleven. Om echte vrijheid te hebben.”