24 maart 2020 - Peru

Het zal niemand verbazen dat het coronavirus geleidelijk aan zijn weg vindt naar landen in het Zuiden. Ook in Peru is dat het geval. Lieven Pype, onze Lokale Vertegenwoordig in Peru, stelt vast dat ondanks maatregelen om de bevolking te beschermen tegen het virus, de overheid en bedrijven zich nog steeds laten leiden door private winst en machtsmisbruik.

Sinds half maart zijn er maatregelen van kracht om de verspreiding van het virus af te remmen, waaronder algemene quarantaine – met uitzonderingen voor politie, medisch personeel en voedselvoorziening – en een strikte avondklok waarbij niemand nog de straat op mag na acht uur 's avonds. Maatregelen die bij veel mensen herinneringen oproepen aan de tijd dat guerrillabeweging Lichtend Pad, een kwarteeuw geleden, grote delen van Peru terroriseerde, en bomaanslagen schering en inslag waren in grootsteden als Lima. Vandaag zijn het echter geen bommen die gevreesd worden.

De winst regeert

De mijnbouwbedrijven bepalen hun eigen wetten en misbruiken die momenteel om op volle kracht te blijven ontginnen.

Met enig verzet, maar al bij al ook met veel begrip van de bevolking, ligt een groot deel van het land nu plat. Alle niet essentiële activiteiten zijn verboden, wat een zinvolle maatregel lijkt. Maar enkele belangrijke bedenkingen dringen zich op. Zo is de mijnbouwsector duidelijk niet van plan om deze maatregelen te respecteren. Daar lieten ze doodleuk weten dat de mijnbouw niet zomaar kan stilgelegd worden. Onder druk heeft de regering uitzonderingsmaatregelen toegelaten voor de mijnbouw. Daarmee is andermaal aangetoond dat de – vaak transnationale – mijnbouwbedrijven boven de wet staan in Peru. Of beter nog: ze bepalen hun eigen wetten en misbruiken die momenteel om op volle kracht te blijven ontginnen. De stemmen vanuit de vakbonden uit de sector, en van de lokale boerengemeenschappen die rond de mijnen leven en terecht bezorgd zijn dat mijnwerkers het virus gaan overdragen in gebieden waar geen noemenswaardige medische infrastructuur aanwezig is, werden daarbij uiteraard niet gehoord. Hun rechten zijn nog maar eens ondergeschikt aan het kapitaal van de mijnbouw.

Ook andere bedrijven, die actief blijven, plaatsen winst boven het algemeen belang. Zowel in de agro-industrie als bij de lokale fabrieken van onder meer bierproducent ABInbev – zich beroepende op uitzonderingsmaatregelen voor de "voedingsindustrie" – worden werknemers verplicht aan de slag te blijven zonder de noodzakelijke beschermingsmaatregelen in acht te nemen.

Geen sociaal vangnet

Er is ook geen sociaal vangnet voor de meer dan 75% van de economisch actieve Peruvianen die in de informele sector aan de slag zijn. Voor veel van hen is een halve maand "technische" werkloosheid geen optie. Ze beschikken niet over spaargeld, en hangen van hun dagelijkse arbeid of verkoop op de lokale markt af om hun gezin te voeden. De belofte van de overheid om een symbolische bijdrage te leveren voor die gezinnen is ongetwijfeld goed bedoeld, maar onvoldoende en in veel gevallen te laat door de logge bureaucratische organisatie van deze steun.

Velen vragen zich af hoe de zo goed als onbestaande infrastructuur voor gezondheidszorg in erg afgelegen gebieden eventuele uitbraken van het virus kan opvangen en indijken. Of worden deze mensen er aan hun lot overgelaten?

Crisis breekt wet

Tenslotte wordt de kwalijke Peruviaanse traditie in stand gehouden om tijdens grote crisissen onpopulaire wetten door te drukken. Een voorbeeld hiervan is een wet waarbij geweld door het leger in noodsituaties wordt gereglementeerd. Het gaat hier om een wettekst die negen jaar geleden al werd bekritiseerd door mensenrechtenorganisaties, twee jaar later door het Grondwettelijk Hof is herzien en ook nog bij de Inter-Amerikaanse Mensenrechtencommissie is beland. Deze wettekst zou, na de coronacrisis, misbruik van geweld bij de politie en het leger kunnen toelaten in mijnbouwgebieden, een formule om elk sociaal protest met geweld in de kiem te smoren.

Alle inspanningen van de Peruviaanse overheid om deze pandemie het hoofd te bieden verdienen onze steun, maar de overheid mag daarbij haar rol van hoeder van de mensenrechten en van het gelijkheidsprincipe voor de wet niet vergeten. De volksgezondheid is en blijft belangrijker dan private winsten.

Lieven Pype

© Foto – Vidal Merma