Celia en het gewapend conflict in Colombia

Celia Umenza Velasco, 36 jaar, woont in Tacueyó, een inheemse gemeenschap in Colombia. Celia behoort tot de stam van de Nasa-indianen. Het gewapende conflict woedt in deze streek heel hevig. Guerrilla en leger strijden om de controle over het gebied. Drugshandel tiert er welig. Gevechten, moorden en verkrachtingen zijn schering en inslag.

Celia en haar dorpsgenoten lijden zwaar onder het conflict. Hoe kunnen zij hun eigen plannen realiseren te midden van al dat geweld?

“Dit is nochtans ons gebied”, vertelt Celia. “Het is het land van onze voorouders, de Nasa-indianen. En toch willen ze ons verjagen. Velen zijn al vertrokken. In sommige dorpen blijft er amper iemand over. Onze eeuwenoude inheemse cultuur gaat verloren.” 

Celia verzet zich zonder wapens

Celia is lid van de inheemse wacht. Deze werd opgericht door de CRIC, een partnerorganisatie van Broederlijk Delen, toen het geweld in de jaren 2000 fel oplaaide en de rechten van de inheemse bevolking steevast geschonden werden.

Celia was een van de oprichters. Ze was zelfs een van de eerste coördinatoren.

De eerste taak van de inheemse wacht is om het grondgebied en de mensen te beschermen. Ze houden een oogje in het zeil en grijpen in waar nodig. Bijvoorbeeld als er gevechten dreigen. Of als er zonder toestemming graafmachines opduiken om goud te delven.

Tegenover geweren en granaten hebben zij een krachtiger wapen: de kracht van de menigte.

De wachters gebruiken bewust geen wapens. Ze hebben enkel een bastón, een houten staf, het symbool voor hun geweldloosheid en gezag. Tegenover geweren en granaten hebben zij een krachtiger wapen: de kracht van de menigte.

Bij problemen trommelen ze een grote groep wachters op om te protesteren en in te grijpen. Mannen, vrouwen, zelfs kinderen. Tegenover een massa mensen blijven de geweren stil. Meestal toch.

Veiligheid en vorming

Daarnaast organiseert de wacht regelmatig vormingen. Over vrede of mensenrechten. En ook over mijnbouw.

“Hier zijn nog geen mijnen, dankzij de wacht”, vertelt Celia. “We organiseerden verschillende optochten en onderhandelingen. We gaven ook verschillende vormingen aan de mensen, zodat ze zich bewust zijn van de impact en ‘nee’ zeggen. In andere gebieden, waar we niet zo sterk staan, zijn wel al mijnen.” Niet alleen veiligheid, maar ook bewustmaking behoort tot de opdrachten van de wacht.

Het engagement van Celia bij de wacht is niet zonder gevaar. Als coördinator liep ze erg in de kijker. Daardoor kreeg ze regelmatig bedreigingen aan haar adres. Ze moest verschillende keren verhuizen omdat het niet meer veilig was.

“Het is eng als je briefjes in je bus vindt: ‘morgen mag je je kinderen ophalen op het kerkhof’ of ‘neem al maar afscheid, want over 48 uur ben je dood’. Maar de 48 uur zijn al voorbij en ik leef nog.”

Vandaag is Celia geen coördinator meer, maar wachter blijft ze voor het leven. Altijd draagt ze haar staf bij zich. “We moeten doorgaan: het heft in handen nemen, ons verenigen. Zodat onze kinderen hier kunnen opgroeien en een toekomst hebben. Binnen onze eigen cultuur, de cultuur van onze voorouders.”