Beleid en politiek in Peru

Hoewel huidig president Ollanta Humala bij zijn verkiezingsoverwinning een linkse koers beloofde te varen en zich kritisch opstelde tegenover internationale bedrijven en mijnbouw, zet de Peruviaanse regering sterk in op mijnbouw.

Ontginning van grondstoffen als locomotief voor ontwikkeling

Het is een algemene tendens die we waarnemen in Latijns-Amerika. Regeringen van verschillende politiek-ideologische strekkingen stimuleren de ontginning van grondstoffen: “de locomotief voor ontwikkeling en economische groei”. Ze beloven veranderingen maar voeren in realiteit het zelfde beleid als hun voorgangers. De links-progressieve regeringen rechtvaardigen die keuze omdat die inkomsten oplevert voor hun sociale programma’s.

Criminalisering van protest

De bedrijfswereld heeft enorm veel macht in Peru. De nationale regering stelt zich op als de beschermheer van buitenlandse investeringen in plaats van de rechten van de lokale bevolking te bewaken. De grote mijnbouwbedrijven winnen aan terrein ten koste van kleine boeren, die overigens nauwelijks kunnen rekenen op steun van de overheid om hun eigen plannen waar te maken. Het beleid van de regering ten gunste van mijnbouw stuit steeds vaker op protest. Dat wordt doorgaans gewelddadig onderdrukt en leiders worden gecriminaliseerd, met als doel het verzet monddood te maken. Dat verzwakt de democratie van het land.

Mensenrechtenbeweging

Door de burgeroorlog die de recente geschiedenis van Peru tekent, vinden we er een sterke mensenrechtenbeweging. Maar door de hoge groeicijfers zijn de Andeslanden niet langer prioritair voor de ontwikkelingssamenwerking. Verschillende internationale ngo’s trokken zich reeds terug uit het continent. Organisaties die rond politiek gevoelige thema’s en mensenrechten werken, dreigen zo steeds minder middelen en andere vormen van ondersteuning te krijgen.