Actualiteitsnota over Israël en de Palestijnse gebieden

Aan het begin van 2018 maakt de staat Israël zich klaar voor zijn zeventigste verjaardag. De Palestijnen treffen intussen voorbereidingen voor de herdenking van 70 jaar Nakba of ‘catastrofe.’ Hier lees je onze kijk op de recente gebeurtenissen in Israël en de Palestijnse gebieden.

70 jaar na het Verdeelplan, dat historisch Palestina moest opdelen in een Joodse en een Arabische staat met Jeruzalem als internationaal gebied, werkt de Israëlische regering actief aan een éénstaat-realiteit. Amerikaans president Trump toonde met de erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël een verregaande toegeeflijkheid tegenover Israëls illegale praktijken. Intussen zet Israël zijn expansiebeleid gestaag verder en legt het de basis voor de feitelijke annexatie van de grote nederzettingenblokken. In Gaza deed het akkoord tussen Hamas en Fatah hoop ontstaan, al leverden de gesprekken nog niet veel concrete resultaten op. De EU en haar lidstaten zijn gealarmeerd over deze recente ontwikkelingen maar slagen er niet in om de afbraak van de tweestatenoplossing tegen te gaan.

1. Jeruzalem als ‘hoofdstad’ van Israël?

Op 6 december verklaarde president Trump dat de VS Jeruzalem voortaan erkent als hoofdstad van Israël. Bovendien kondigde hij aan dat de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem zal verhuizen. Trump maakt met deze beslissing niet alleen unilateraal een einde aan de internationale consensus om Israëls illegale annexatie van Oost-Jeruzalem niet te erkennen. Hij gooit ook tientallen jaren van Amerikaanse steun aan de tweestaten-oplossing overboord. Hoewel hij de tweestaten-oplossing niet volledig afschreef, verklaarde hij in februari 2017 al dat de VS zich ook zou kunnen vinden in een éénstaat-oplossing.   

President Trump betoogt dat deze beslissing "in het belang van het vredesproces" is, maar de internationale gemeenschap reageerde geschokt. Zo verklaarde Hoge Vertegenwoordiger Mogherini dat de EU de internationale consensus omtrent Jeruzalem wel zal blijven respecteren. Ze benadrukte dat de EU moet blijven ijveren voor een tweestatenoplossing, die rekening houdt met de verzuchtingen van beide partijen en waarbij Jeruzalem de toekomstige hoofdstad van de twee staten kan worden. Ook minister Reynders vreest dat deze erkenning het vredesproces zal ondermijnen. Tijdens de vredesgesprekken van de jaren 90 stelden de partijen de complexe onderhandelingen over de finale status van Jeruzalem steeds uit. De unilaterale zet van de VS om nu alsnog een positie in te nemen over de status van de stad deed de hoop op het hervatten van vredesgesprekken vervliegen.

Ook op het terrein brak er onmiddellijk onrust uit. Palestijnse inwoners van Oost-Jeruzalem, die onder Israëlische wetgeving vallen maar geen staatsburgerschap noch politieke rechten genieten, vrezen het ergste. Met de erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël vrezen ze dat de regering een vrijgeleide krijgt om hun rechten verder aan banden te leggen. Vandaag ondergaan Palestijnse inwoners van Jeruzalem systematisch discriminatie, onder andere op het vlak van onderwijs en huisvesting. Hoewel ze 40 procent van de meer dan 800,000 inwoners van de stad uitmaken, wonen de Palestijnse inwoners van Jeruzalem op slechts 15 procent van het grondgebied van Oost-Jeruzalem. Hun bouwvergunningen worden stelselmatig geweigerd en huizen zonder vergunning worden systematisch vernield.

De beslissing van Trump geeft Israël het signaal dat de nederzettingenbouw in Oost-Jeruzalem legitiem is. De illegale Israëlische nederzettingen in Oost-Jeruzalem breiden alsmaar uit. Zo troffen de autoriteiten onder andere concrete voorbereidingen om 2610 nieuwe woningen te bouwen in de nederzetting Givat Hamatos. De internationale gemeenschap veroordeelde deze beslissing met klem. Deze stap zou de cirkel van nederzettingen rond Jeruzalem immers verder sluiten. In het blok Ma’ale Adumim, ten oosten van Jeruzalem, staat de bouw van 460 nieuwe woningen gepland. Een groot deel van de regeringscoalitie wil Ma’ale Adumim op termijn annexeren, samen met de controversiële E-1 zone in de periferie van Oost-Jeruzalem. De zogenaamde ‘Greater Jerusalem Bill’ die voorziet in deze annexatie ligt al lange tijd op tafel in de Knesset. Maar uit angst voor internationale druk werd de stemming tot nader order uitgesteld. De territoriale continuïteit die Israël door de annexatie van deze gebieden zou verkrijgen, zou Oost-Jeruzalem volledig isoleren van de Westelijke Jordaanoever. Dit zou de effectieve verdeling van de stad en de uiteindelijke oprichting van een territoriaal eengemaakte Palestijnse staat steeds minder haalbaar maken.

2. Gedwongen verplaatsingen en de éénstaat-realiteit

Op 23 december 2016 nam de VN-Veiligheidsraad resolutie 2334 aan. Die resolutie bevestigde nogmaals de internationale consensus over de nederzettingen en herhaalde dat de VN geen veranderingen aan de grenzen vastgesteld op 4 juni 1967 zullen erkennen. Maar Israël lapte ook deze resolutie aan zijn laars. In de eerste helft van 2017 kondigde de Israëlische overheid de bouw aan van bijna 8000 nieuwe nederzettingen in de Westelijke Jordaanoever. In de Westoever werd voor het eerst sinds 1992 per regeringsbesluit een nieuwe nederzetting, genaamd Amichai, opgericht. De regering riep deze nederzetting in het leven om de inwoners van de buitenpost Amona, die na een beslissing van het Hooggerechtshof moest geëvacueerd worden, te huisvesten. Een andere verontrustende ontwikkeling was de retroactieve legalisatie van de buitenpost Keren Reim dichtbij Ramallah.

Volgens VN-organisatie OCHA vernielden de Israëlische autoriteiten in 2017 351 Palestijnse structuren in zone C en Oost-Jeruzalem. 528 Palestijnse burgers werden hierdoor uit hun huizen gezet. Het Israëlische leger gebruikte in 2017 het militaire uitzettingsbevel voor de evacuatie van buitenposten voor het eerst tegen Palestijnen. Dat bevel dwingt de getroffen gemeenschappen al hun bezittingen van het terrein te verwijderen. De facto gaat het dus om een collectief uitzettingsbevel. Drie herdersstammen lopen hierdoor het risico ontheemd te worden: Ein al-Hilwe en Um Jmal in het noorden van de Jordaanvallei en Jabal al-Baba in de E-1 zone in de periferie van Jeruzalem. De bedoeïenen in deze E-1 zone behoren tot de meest kwetsbare gemeenschappen. Een andere regio die een groot risico loopt op gedwongen verplaatsing is het heuvelgebied ten zuiden van Hebron (met name het dorpje Susiya).

Ondanks de inspanningen van de EU en een aantal actieve lidstaten, faalden dezen tot dusver om Israëls vernielingen van door de EU gefinancierde projecten tegen te houden. Onder leiding van België vroegen acht lidstaten in oktober Israël voor het eerst gezamenlijk om compensatie nadat Israël onderwijsstructuren en zonnepanelen, die zij hadden gefinancierd, in beslag genomen en vernield had. Hoewel de compensatie er tot op heden niet kwam, is het van groot belang dat een lidstaat het voortouw neemt om rekenschap te vragen aan Israël voor schendingen van het internationaal recht.

3. UN ‘Blacklist’ en het belang van differentiatie

Wanneer bedrijven handel drijven met of in de nederzettingen, negeren zij de verantwoordelijkheid die ze hebben onder de UN Guiding Principles on Business and Human Rights. Deze principes beschrijven de internationale normen over mensenrechten die bedrijven moeten respecteren. Handelsactiviteiten in of met de nederzettingen dragen niet alleen bij tot het steunen, in stand houden en uitbreiden van een illegale situatie. Ze dragen ook indirect bij tot mensenrechtenschendingen, zoals de beperking van bewegingsvrijheid, de exploitatie van natuurlijke rijkdommen en discriminatie.

In 2016 gaf de VN-Mensenrechtenraad groen licht voor het opstellen van een lijst met bedrijven die handel voeren met of in de illegale nederzettingen. De namen van tientallen Israëlische bedrijven, alsook multinationals die (in)direct bijdragen tot of voordeel halen uit de bouw en uitbreiding van de nederzettingen, worden verwacht op deze lijst. Publicatie van de lijst, die door critici een ‘blacklist’ wordt genoemd, wordt echter systematisch uitgesteld onder zware politieke druk door Israël en de VS. Hoewel Israël doorgaans elke kritiek van de VN afwimpelt onder het mom van "anti-Israel bias," verklaarde de Israëlische ambassadeur bij de VN Danny Dannon dat Israël "er alles aan zou doen om ervoor te zorgen dat de lijst het daglicht niet ziet."

In december stuurden 400 prominente Israëli’s, waaronder enkele oud-parlementsleden en ex-diplomaten, een open brief naar de VN. In de brief roepen ze de VN op de lijst snel te publiceren. Ze benadrukken dat het de taak is van de internationale gemeenschap om de Groene Lijn te respecteren. Ze verwijzen ook naar de nood aan een stevig differentiatiebeleid dat een onderscheid maakt tussen het grondgebied van Israël enerzijds en de bezette gebieden anderzijds. De publicatie van de lijst is een praktische manier om het differentiatiebeleid te verfijnen. Bovendien stelt het andere bedrijven en banken in staat om hun samenwerking met de bedrijven die op de lijst staan, stop te zetten. Ondanks zware druk van de Israëlische en Amerikaanse autoriteiten wordt de publicatie van de lijst verwacht tijdens de derde week van de VN-Mensenrechtenraad in maart 2018.

4. De langverwachte verzoening in Gaza?

In het licht van de humanitaire crisis in Gaza werd het aanhoudende conflict tussen Hamas en Fatah onhoudbaar. Sinds 2007, toen Hamas Fatah met geweld uit Gaza verdreef, incasseerden burgers de ene tegenslag na de andere: een draconische Israëlische blokkade, drie militaire conflicten die op grote schaal burgerinfrastructuur troffen en de sluiting van de grenspost Rafah met Egypte. Om de druk op Hamas op te voeren, verminderde de door Fatah gedomineerde Palestijnse Autoriteit (PA) vanaf maart 2017 tot overmaat van ramp de toevoer van brandstof voor de elektriciteitscentrale en schrapte ze de lonen van ambtenaren die ze jaren was blijven betalen. Op initiatief van Egypte ondertekenden beide partijen op 12 oktober een preliminair verzoeningsakkoord in Caïro. Volgens het akkoord zou de PA opnieuw volledige controle over de Gazastrook krijgen in ruil voor het opheffen van de restricties op de elektriciteitsvoorziening.

Ook al creëerde het akkoord broodnodige hoop, voorlopig zijn de resultaten pover. Hoewel de controle over de Rafah grensovergang tussen Gaza en Egypte correct werd overgedragen aan de PA, verlopen de gesprekken over de concrete uitwerking van het akkoord stroef. Het akkoord dreigt zo niet meer dan een herhaling te worden van vorige akkoorden, die geen daadwerkelijke verzoening teweeg brachten, omwille van breekpunten zoals de militaire vleugel van Hamas, verkiezingen en de hervorming van de PLO. Tot een echte machtsverdeling lijken beide partijen niet bereid. "Als het verzoeningsproces faalt, met de omstandigheden in Gaza die zo uitzichtloos zijn, zou het kunnen dat Hamas oorlog opnieuw als enige uitweg zal zien," schrijft analist Natan Stock van het Carter Center.

Zonder een daadwerkelijke verzoening, met de steun van regionale actoren en de internationale gemeenschap, en het einde van Israëls collectieve strafmaatregelen tegen Gaza, blijft de humanitaire situatie desastreus. Tania Hary, directeur van onze partnerorganisatie Gisha stelt dat "twee miljoen mensen in Gaza al veel te lang worden gegijzeld door politieke machtsspelletjes. En dat allemaal terwijl hun basisrechten gewoon over het hoofd gezien worden. De humanitaire situatie in Gaza is niet het gevolg van een natuurramp. Het is het resultaat van keuzes die bewust gemaakt werden, en die dus ook ongedaan gemaakt kunnen worden. De noden en rechten van burgers moeten te allen tijde op de eerste plaats komen."

Laatste update: 15 januari 2018