CIDSE, een internationale alliantie van katholieke ontwikkelingsorganisaties, uit zijn bezorgdheid over de gedwongen verplaatsing van Palestijnse gemeenschappen, 50 jaar na de start van Israëls bezetting van de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en de Gazastrook, in een nieuw rapport.

In het rapport ‘Nergens beter dan thuis’ schuift CIDSE de gedwongen verplaatsing van Palestijnse gemeenschappen naar voor als een centraal thema in het Israëlisch-Palestijns conflict. Verplaatsing werkt immers de verslechtering van de sociale en economische condities en de isolatie van Palestijnse gemeenschappen in de hand. In Israël zijn andere domeinen van het internationaal recht van toepassing dan in bezet Palestijns gebied, toch zijn de processen van gedwongen verplaatsing in de verschillende gebieden vergelijkbaar.
 
“Gedwongen verplaatsing en de gevolgen ervan ondermijnen de rechten van de Palestijnen en de ontwikkeling van hun gemeenschappen, zowel in bezet Palestijns gebied als in Israël”, stelt Brigitte Herremans, beleidsmedewerker Israël en Palestina voor Broederlijk Delen. “De internationale gemeenschap, waaronder ook de EU en haar lidstaten, moet dringend actie ondernemen om de schade aan de Palestijnse gemeenschappen te herstellen. Israël moet zijn verplichtingen onder het internationaal humanitair recht en de mensenrechtenverdragen naleven.”

Getuigen van mensenrechtenschendingen

CIDSE en zijn lidorganisaties ijveren reeds decennia voor rechtvaardigheid in bezet Palestijns gebied en Israël. Voor het rapport beriepen ze zich ook op de ervaringen van lokale partners die rechtstreeks getuige zijn van de mensenrechtenschendingen.
 
Op de Westoever en in Oost-Jeruzalem is gedwongen verplaatsing rechtstreeks gelinkt aan Israëls nederzettingenexpansie en de confiscatie van Palestijns land. “Een van de geviseerde gemeenschappen zijn de bedoeïenen”, licht Issam Aruri, directeur van de Palestijnse mensenrechtenorganisatie JLAC, toe. “Een groot deel van de bedoeïenen in de periferie van Oost-Jeruzalem in zone C, waar Israël een nieuwe nederzetting wil bouwen, kreeg een bevel tot uitzetting. De bedoeïenen hebben graasland nodig en dit bevindt zich vooral in zone C. Als ze dit verliezen, gaat hun traditionele levensstijl verloren en zien ze hun basisrechten nog verder geschonden.”
 

Bedoeïenen in de Negev

Suhad Bishara is directeur van de afdeling ‘Land en planning’ bij de mensenrechtenorganisatie Adalah. Ze beaamt dat Israël zich zowel in Israël als in bezet Palestijns gebied beroept op gedwongen verplaatsing. “De focus ligt nu op de bedoeïenengemeenschappen in het zuiden, in de Negev, waar ze leven onder de dreiging van huisvernielingen en uitzettingen. Zo doodde de politie vorige week een lokale bedoeïen tijdens een huisvernieling in Umm al-Hiran. Israël wil de bedoeïenen verplaatsen uit hun dorpen en hen concentreren in steden die door de regering worden opgericht, de enige plaats waar ze zullen mogen leven. Door de implementatie van dit discriminerende beleid maakt Israël grote stukken land in het zuiden beschikbaar voor het gebruik en de vestiging van Joodse burgers.”

Lees hier het rapport: nergens_beter_dan_thuis_rapport_cidse.pdf (1.89 MB)