30 Junio 2020 - Congo - Lieve Herijgers

Vandaag viert de Democratische Republiek Congo 60 jaar onafhankelijkheid van België. Reden tot feesten is er amper. "België moet alle vormen van eigenbelang in de samenwerking met Congo achterwege laten. Gelijkwaardigheid, diversiteit in perspectieven en bescheidenheid moeten centraal staan," aldus Lieve Herijgers.

Lieve Herijgers

Op 30 juni 1960 werd één van de meest uitgestrekte en rijke landen van Afrika, de Democratische Republiek Congo, onafhankelijk van de Belgische kolonisator. De jonge natie viert vandaag haar 60ste verjaardag.  Het ideale moment voor België om met de Congolezen rond de tafel te gaan zitten en te bekijken wat ons land vandaag kan doen om bij te dragen aan echte soevereiniteit en een reële ommekeer in de realisatie van de rechten van gewone Congolezen. Niet langer als de voormalige kolonisator maar met de bescheidenheid die past bij een rijk maar klein land dat wil samenwerken met een gigant met een enorm onaangeroerd potentieel. Niet langer vanuit eigenbelang maar vanuit de wil en de morele plicht om het leven van de gewone Congolees te verbeteren.  

Een feest in mineur

Dat er vandaag niet al teveel reden tot feesten is voor de bijna 90 miljoen Congolezen is genoegzaam bekend. In het schitterende boek – Congo – beschreef David van Reybrouck al de onwaarschijnlijke, neerwaartse spiraal van een land met, nochtans, immense rijkdommen: mineralen, wouden en vruchtbare landbouwgronden. Net die enorme rijkdom bleek een grote vloek te zijn. Het land viel ten prooi aan roofzuchtige landen, op winst beluste bedrijven en corrupte elites. Dat leidde tot extreem  geweld, onnoemelijk menselijk lijden en bittere armoede. Deze verjaardag, op een moment dat ook onze samenleving  verwikkeld is in een woelig debat over dekolonisatie, erkenning van het koloniale verleden en verzoening, moet aangegrepen worden om die negatieve trend om te buigen. De rijkdommen van Congo moeten eindelijk de Congolezen ten goede komen. 

Cadeaus die België de jarige kan schenken 

België moet alle vormen van eigenbelang in de samenwerking met Congo achterwege laten. 

De afgelopen 60 jaar bepaalden de belangen van Belgische bedrijven mee de wijze waarop de samenwerking met Congo vorm kreeg. Dat geldt trouwens net zo goed voor andere Afrikaanse landen. Recent nog werden in Benin en Guinée Conakry nieuwe bilaterale akkoorden afgesloten waar een duidelijke rol is weggelegd voor Belgische bedrijven, de Akkoorden van Parijs ten spijt. Maar zeker waar het Congo betreft, en in de turbulente maatschappelijke context van vandaag, zou de Belgische staat de morele verplichting mogen voelen om enkel de rechten van de Congolese bevolking naar voor te schuiven. 

België kan, in overleg met de Congolese staat, binnen de EU het voortouw nemen om eerlijker handelsakkoorden met Congo en alle Afrikaanse landen af te sluiten. Deze landen enkel beschouwen als goedkope grondstoffenleverancier is niet langer aanvaardbaar. Congo heeft een eigen verwerkende industrie nodig waarin het zelf grondstoffen kan verwerken tot afgewerkte producten en haar eigen bevolking kan tewerk stellen. België en Europa moeten middelen en technologische kennis ter beschikking te stellen zodat die industrialisering op een ecologisch duurzame manier kan gebeuren. 

België kan er samen met haar Congolese partner ook voor pleiten dat Internationale Financiële Instellingen, met name het IMF en de Wereldbank, landen in ruil voor leningen niet langer allerlei nieuwe  verplichtingen opleggen. Verplichtingen die in eerste plaats het eigenbelang dienen van de Westerse landen, die er de plak zwaaien. 

Congo heeft geld nodig voor wegen en groene stroom.  Maar het houdt geen steek om het land in ruil daarvoor te dwingen markten en grenzen open te stellen voor landen en bedrijven waar het  in de verste verte niet mee kan concurreren. Dit is immers een aloud, beproefd en gefaald recept waardoor iedere vorm van vooruitgang onmiddellijk weer onderuit wordt gehaald. 

België weet dat de Congoleze leiders vaak niet de belangen van de gewone Congolees dienen. Dat corruptie en eigenbelang nog te vaak het beleid bepalen. 

Daarom moet  België nauwgezet de vinger aan de pols houden bij het Congoleze middenveld, de Congolese  kerk, NGOs, vakbonden, boerenorganisaties én meer middelen vrijmaken om deze organisaties te steunen. Het zijn immers zij die uiteindelijk een ander Congo van binnenuit kunnen opbouwen door burgers te informeren, te vormen en weerbaar te maken. Zo kunnen ze zelf de leiders kiezen die het algemeen belang van de Congolese burgers voor ogen hebben én kunnen ze respect voor hun keuze in het stemhokje in de toekomst ook afdwingen.   

Ook Broederlijk Delen is bijna jarig

Broederlijk Delen ontstond in de naweeën van de onafhankelijkheid van Congo. Gestart met een fondsenwerving om de noden van de hongerlijdende bevolking in de Kasai te lenigen, bouwen we ondertussen reeds decennialang aan gelijkwaardige partnerrelaties. Het ondersteunen van het Congolese middenveld, met concrete projecten op het terrein maar ook met aandacht voor burgerschapsvorming en belangenbehartiging zijn de speerpunten in onze werking . Sinds enkele jaren zijn het de Congoleze partners die hun eigen programma’s formuleren en onze standpunten mee bepalen.  Met vallen en opstaan gingen we dit traject. En ongetwijfeld hebben ook wij nog een weg af te leggen om oude denkpatronen, relaties en verbanden af te schudden. Maar we zijn overtuigd dat dit type  samenwerking met het Congoleze middenveld de enige weg is om internationale solidariteit met het Congoleze volk vorm te geven. 

Gelijkwaardigheid, diversiteit in perspectieven en bescheidenheid zijn o.i. drie ingrediënten om een toekomstige samenwerking te kruiden. De Belgische regering doet  er goed aan om ook met die ingesteldheid met haar Congolese regeringspartner aan de tafel te gaan zitten.