08 Febrero 2016 - Inspraak en vrede - Haiti - Pieter Thys

Op zondag 24 januari moest Haïti een nieuwe president kiezen. Ondanks luid protest tegen de aanvaarding van de betwiste resultaten van de eerste stemronde, riep zittend president Michel Martelly de bevolking op tot de stembusgang voor de 2de ronde. Duizenden mensen trokken vervolgens de straat op om de electorale machine tot stilstand te dwingen…

Het was een zichtbaar nerveuze president Martelly die zich op amper drie dagen van de verkiezingen in een haastige toespraak tot de bevolking richtte. Er hing al de ganse week een dichte mist over het electorale proces. Enkel de kandidaat van de partij aan de macht, Jovenel Moïse, voerde nog campagne, zijn tegenstander uit de oppositie, Jude Celestin, weigerde verdere deelname aan het verkiezingsproces zolang er geen grondige verificatie van de resultaten van de eerste ronde gebeurde.

Haïti kant zich niet tegen democratie, wel tegen verkiezingen die het wankelende land nog verder kunnen destabiliseren.

Verschillende sectoren uit de civiele samenleving spraken zich uit tegen een overhaaste 2de ronde, en de meeste lokale observatieorganisaties weigerden om de aangekondigde stembusgang te gaan observeren.Verkiezingen met weinig kiezers hadden we in Haïti al gekend, maar verkiezingen zonder oppositiekandidaat was toch weer iets nieuws. President Martelly, geruggesteund door de internationale gemeenschap die een smak geld in de verkiezingen investeerde, wilde van geen wijken weten. Er zouden verkiezingen komen, desnoods met 1 kandidaat. Vrijdagavond, op amper een dag van de verkiezingen, trok de Kiesraad dan toch zijn staart in.

De verkiezingen werden voor onbepaalde duur uitgesteld, officieel uit vrees voor een toename van het geweld dat hier en daar de straatprotesten kenmerkte. Het electoraal proces had echter al veel langer haar geloofwaardigheid verloren en moest vroeg of laat kraken onder het gewicht van het aanzwellende protest…

Tégen verkiezingen, vóór democratie?

Het moet wel vreemd lijken. Een land dat al vijf jaar lang snakt naar verkiezingen komt in opstand tegen… verkiezingen.

En toch. De Haïtiaanse bevolking heeft redenen genoeg om eraan te twijfelen of het huidige electorale proces werkelijk een stap vooruit is voor de democratisering van het land.

Sinds Martelly in het jaar 2011 na al even woelige verkiezingen aan de macht kwam, werd niemand nog democratisch verkozen. Onder zijn beleid verliepen de mandaten van zowat alle functionarissen in het land zonder dat democratisch verkozen opvolgers hun plaats innamen. De Kamer van Volksvertegenwoordigers werd de facto inactief nadat de mandaten van alle verkozenen verliepen, de Senaat werd tot een derde teruggebracht, lokale burgemeesters werden simpelweg politiek benoemd.

Protesteren tegen de verkiezingen in Haïti

Dat President Martelly kort voor het einde van zijn eigen mandaat een electoraal decreet uitvaardigde waarmee op enkele maanden tijd verkiezingen op alle bestuursniveaus moesten worden georganiseerd, deed heel wat wenkbrauwen fronsen. Terecht stelden velen zich vragen bij de slaagkansen van een electorale marathon onder het regime van een man die er geen been in zag om nagenoeg in zijn eentje te regeren. Tegelijkertijd stond de internationale gemeenschap klaar om het proces met fenomenale bedragen te ondersteunen. De VS alleen al trok er 30 miljoen dollar voor uit.

Heel wat organisaties uit de civiele samenleving zagen het spook van een lange electorale crisis al bij de publicatie van de electorale kalender opdoemen. Helaas lijken ze gelijk te krijgen… Haïti kant zich niet tegen democratie, wel tegen verkiezingen die het wankelende land nog verder kunnen destabiliseren.

Een voorlopige permanente Kiesraad

Volgens de Haïtiaanse grondwet van 1987 moeten verkiezingen worden georganiseerd door een permanente, onafhankelijke Kiesraad. Tot nu heeft het land enkel voorlopige kiesraden gekend, die telkens inderhaast worden gevormd in de aanloop naar verkiezingen. Ook dit keer was het niet anders. Diverse sectoren uit de civiele samenleving werden per brief uitgenodigd om een vertegenwoordiger uit hun midden te kiezen om in de voorlopige Kiesraad te zetelen. Slim gespeeld, want daarmee schoof president Martelly een hete aardappel door naar de civiele samenleving en zaaide ondertussen ook verdeeldheid in een al vrij fragiel maatschappelijk middenveld. Het kiezen van een vertegenwoordiger zorgde in diverse sectoren van de civiele samenleving voor ernstige interne spanningen.

Nauwelijks was de Kiesraad gevormd, of haar voorzitter, Pierre Louis Opont, gaf publiekelijk toe dat hij er tijdens zijn vorig mandaat als voorzitter van de Kiesraad in 2010 getuige van was geweest van hoe de internationale gemeenschap de verkiezingsresultaten aanpaste in het voordeel van huidig president Michel Martelly. Om een uitbarsting van geweld te vermijden, besloot de Kiesraad toen de lippen op elkaar te houden. Niet meteen een bekentenis waar je het vertrouwen van de bevolking mee wint op de vooravond van nieuwe verkiezingen…

Relaas van 2 bewogen verkiezingsrondes

De 1ste ronde van de Haïtiaanse presidentsverkiezingen mobiliseerde maar 25% van het electoraat​
Sinds haar oprichting heeft de Kiesraad al een hobbelig parcours afgelegd. De verkiezingen voor kamer en Senaat van 9 november, een vingeroefening voor de presidentsverkiezingen die zouden volgen, verliepen bijzonder chaotisch. Kiezers zochten tevergeefs naar hun stembureau of, indien ze hun stembureau vonden, stelden vast dat hun naam niet op de kiezerslijst stond. Een aantal stembureaus bleek bij de aanvang van de stembusgang gewoonweg dicht te zijn, andere moesten dan weer vroegtijdig sluiten omdat partizanen en kiezers de stembusgang danig verstoorden. Dat er 124 politieke partijen aan de verkiezingen deelnamen hielp uiteraard ook al niet… De participatiegraad oversteeg uiteindelijk de 18% niet en in enkele kiesdistricten moesten de verkiezingen worden overgedaan.

Tegen alle verwachtingen in verliep de eerste ronde van de presidentsverkiezingen op 25 oktober een pak rustiger. De participatiegraad bleef laag, maar was toch hoger dan op 9 augustus: 25%. Belangrijk was dat er weinig incidenten of opstootjes te melden waren, onder andere door kordaat optreden van de politie, die de situatie duidelijk beter in de hand had, en betere voorbereidingen door het personeel van de stembureaus. Paradoxaal genoeg zijn het net deze laatste verkiezingen die momenteel het onderwerp vormen van grote controverse. Lokale observatoren stelden vast dat het vooral partijmandatarissen waren die op 25 oktober hebben gestemd. Partijmandatarissen worden door politieke partij uitgestuurd om hun belangen ter verdedigen in de kiesbureaus en mogen in om het even welk stembureau hun stem uitbrengen. Maatregelen die moeten vermijden dat partijmandatarissen met hun partijkaart in verschillende stembureaus gaan stemmen werden onvoldoende toegepast. De partij met het meeste mandatariskaarten in de hand en met het meeste middelen om mandatarissen te mobiliseren, kon daardoor de resultaten in zijn voordeel manipuleren. Toen de Kiesraad de resultaten van de eerste ronde van de presidentsverkiezingen bekend maakte, zagen velen hun vermoeden bevestigd: de kandidaat van de partij aan de macht, Jovenel Moïse, kwam als eerste uit de bus met ruim 32% van de stemmen.

Een regen van protest

Sinds de bekendmaking van de resultaten van de eerste ronde van de presidentsverkiezingen regent het protesten tegen de overwinning van Jovenel Moïse. De jonge zakenman was aan de start van de electorale campagne nog onbekend bij het grote publiek. President Martelly gaf hem met middelen van de staat een grote lap grond en een smak geld om een organische bananenplantage mee uit te bouwen, en lanceerde daarmee de politieke carrière van ‘nèg bannan nan’ (de bananenman).

Onder grote druk van de oppositie en diverse sectoren van de civiele samenleving gaf president Martelly toe aan de oprichting van een onafhankelijke evaluatiecommissie die via een steekproef in de processen-verbaal van de eerste stemronde een uitspraak moest doen over de geloofwaardigheid van de resultaten. De vaststellingen van de commissie waren verontrustend, maar niet verrassend. Slechts 8% van de processen-verbaal vertoonde geen grote onregelmatigheden, 20% vertoonde 1 grote onregelmatigheid, alle overige processen-verbaal bevatten 2 of meer ernstige onregelmatigheden. Die onregelmatigheden kunnen het gevolg zijn van incompetentie van het electoraal personeel, fraude, of beiden. Een van de belangrijkste onregelmatigheden betreft de handtekeningen van de stemmers: in 57% van de processen-verbaal ontbreken handtekeningen die stemmers naast hun identiteitskaartnummer moeten zetten na te hebben gestemd, 30% van de processen-verbaal bevat handtekeningen van kiezers die niet op de kiezerslijst voorkomen, en 47% van de processen-verbaal bevat valse identiteitskaartnummers.

De verschillende partijen in het electorale proces trokken compleet tegenovergestelde conclusies uit het rapport van de evaluatiecommissie: voor de oppositie en de organisaties uit de civiele samenleving bevestigde het rapport het vermoeden dat de overwinning van Jovenel Moïse het resultaat is van grootschalige fraude. Voor de Haïtiaanse overheid en de internationale gemeenschap stelde het rapport net gerust. Ging het immers niet vooral om onregelmatigheden, die men kon toewijzen aan incompetentie van het personeel in de stembureaus, niet om fraude?

L’Union fait la force?

Hoewel velen zich uitspraken tégen de aangekondigde 2de verkiezingsronde van 24 januari, was het toch ver zoeken naar eendracht in de kakofonie van politieke partijen, presidentskandidaten en organisaties uit de civiele samenleving. Oppositiekandidaat Jude Celestin verzamelde zeven andere presidentskandidaten rond zich in de zogeheten G-8. Dertig andere presidentskandidaten vormden de G-30. Fanmi Lavalas, de partij van ex-president Jean-Bertrand Aristide, isoleerde zich min of meer van andere politieke groeperingen. De organisaties van de civiele samenleving, uit wiens midden de Kiesraad werd gekozen, trokken een voor een hun handen af van ‘hun’ vertegenwoordigers in dit electorale orgaan. Er zouden geen verkiezingen komen, daar was iedereen het over eens, maar over wat er daarna moet gebeuren bestaat heel wat minder consensus.

Ondertussen stond het Haïtiaanse parlement voor een ware Catch 22. Met een meerderheid van pas verkozen oppositiekandidaten, kon het een krachtig signaal sturen tegen de organisatie van een tweede stemronde op 24 januari. Maar waren zij niet via dezelfde gecontesteerde verkiezingen verkozen geraakt? Indien het parlement het electorale proces in twijfel zou trekken, zou het tegelijk moeten erkennen dat dit nieuwe parlement niet legitiem verkozen is.

Uiteindelijk brak de electorale machine op amper 1 dag van de geplande verkiezingen helemaal uit elkaar. De Kiesraad schortte de verkiezingen voor onbepaalde duur op en de meerderheid van haar leden verliet het zinkende schip door ontslag te nemen. De straatprotesten gingen echter onverminderd verder. Eens de fel bekritiseerde Kiesraad door de knieën ging, richtten de protestanten hun pijlen op een nieuw doelwit: President Martelly. Met nog amper twee weken mandaat te gaan, eisen protestanten zijn vertrek en de installatie van een overgangsregering.

Spoken uit het verleden en een onzekere toekomst

Op zondag 7 februari moet president Martelly aftreden als president van Haïti. Op de vooravond van zijn aftreden is nog geen enkele oplossing in zicht voor de politieke crisis die het land al ruim een jaar gegijzeld houdt. Net op deze dag herdenkt Haïti de val van dictator Duvalier, die dertig jaar geleden, op 7 februari 1986, van de macht werd verdreven.

Enkele dagen voor het einde van het mandaat van President Martelly roerde nog een ander monster zijn staart: Mannen in legeruniform, tot de tanden gewapend, reden in jeeps en op motorfietsen de hoofdstad binnen. Het waren ex-militairen van het Haïtiaanse leger dat in 1995 werd ontbonden vanwege hun rol in de staatsgreep tegen president Aristide, die dreigden het land in een burgeroorlog te storten als de oppositie de macht zou grijpen…