Oeganda
In Oeganda speelt vooral de tegenstelling tussen het noorden en het zuiden een belangrijke rol. Daarom ondersteunt Broederlijk Delen ook hier projecten van de plaatselijke bevolking en maakt het hen mogelijk hun eigen plannen uit te voeren.
Recente artikels
- Mama én papa zijn12 dec 2011
- Oeganda: politieke onlusten of massaprotesten tegen hoge voedsel-en brandstofprijzen?20 apr 2011
- Vooruit met de geit 2 aug 2010
- De vlinder ontpopt - Een kort besluit23 feb 2009
- Werken in de Grote Meren-regio23 feb 2009
- Meer...
Meer dan 80 % van de Oegandese bevolking woont op het platteland en (over)leeft van landbouw en veeteelt. Het land heeft bovendien een van de hoogste geboortecijfers ter wereld. Dit legt een zware druk op onderwijsvoorzieningen, voedselproductie, en onder andere werkgelegenheid voor jongeren. Met zo’n overwegend rurale bevolking is het dus van levensbelang voor Oeganda om in landbouw, rurale ontwikkeling en rurale economie te investeren. Een, weliswaar groeiende, beweging rond organische landbouw staat nog in de kinderschoenen.
Het beleid van Broederlijk Delen in Oeganda spitst zich toe op drie thema’s, namelijk rurale ontwikkeling, gemeenschapsversterking en mensenrechten en democratisering. Wat betreft rurale ontwikkeling ligt de focus vooral op de ontwikkeling van organische landbouw: productie, verwerking, vermarkting, certificatie van bedrijven en vorming van coöperatieven. De doelstelling is om lokale boeren in Oeganda meer inkomen te doen verwerven met hoogwaardige producten en duurzame landbouwmethoden.
Gemeenschapsversterking en mensenrechten en democratisering liggen in het verlengde van elkaar. Door gemeenschappen te versterken, te organiseren en hen te vormen op allerlei gebieden, wordt een bewustzijn onder de bevolking gecreëerd over hun (mensen) rechten en de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de eigen omgeving en daarbuiten. Bovendien zijn sterke en goed georganiseerde gemeenschappen beter in staat om op economisch vlak een vuist te maken.
Doorheen het beleid en de werking van Broederlijk Delen en de partnerorganisaties in Uganda worden gender- en generatiegerechtigheid en bewustwording rond HIV-Aids centraal gesteld en gepromoot.
Broederlijk Delen ondersteunt momenteel 10 partnerorganisaties in Oeganda:
- Programma van organische landbouw van Kiima Foods
- Participatorische sociaal-economische ontwikkeling van rurale gemeenschappen door Uganda Xaverian Movement
- Versteviging van inkomensgenererende strategieën van vermarkting, spaar- en kredietmogelijkheden voor de 200 leden van de Organic Interest Group in Apac district door ICES
- Inkomensverbetering voor kwetsbare families in Apac district via steun aan geselecteerd zaaigoed en aangepaste landbouwtechnieken door Caritas Lira
- Duurzame economische versterking van kleinschalige boeren door COSIL
- Verbetering van familiale inkomens en voedselzekerheid in Apac District - FAPAD
- Capaciteitsversterking van Satnet en zijn lidorganisaties door participatief landbouwonderzoek en informatieverspreiding voor verbeterde productie in de Rwenzori regio - SATNET
- Capaciteitsopbouw van agribusiness initiatieven door CABCS
- Versterking van rurale gemeenschappen voor evenwichtige en duurzame ontwikkeling in de Rwenzori Regio door KRC
- Het netwerk RANNET verdedigt de belangen van de plattelandsbevolking om zo te komen tot een slagvaardig en sterk middenveld
Jouw steun is nodig. Help ons hun plannen realiseren.
In 2009 steunden we onze partnerorganisaties in Oeganda met € 458.330.
Blog - Sara in Oeganda
-
(Lach)Cultuur
Geschreven op vrijdag, 04 mei 2012 13:23
Oegandesen moeten altijd lachen! Vrolijk volkje zou je zeggen, maar soms is het ook wel schokkend. Ze lachen als iemand dood is gegaan, als een dokter omgerekend 300 euro vraagt aan een arme familie om hun doodzieke zoontje te helpen (terwijl het een gratis ziekenhuis is), of om het schrikbare hoge cijfer van HIV/AIDS patienten. Mijn collega Brian van de afdeling Social Protection die vooral met schrijnende gevallen werkt als kindermishandeling, zegt hierover:”If I swallow all these stories, it will kill me, so we just laugh about it.”
In het begin was ik geschokt als mensen begonnen te lachen als er iets ergs werd verteld. Maar langzamerhand begin ik steeds meer te neigen naar de Oegandese Lach Methode.
Mob Justice
Één keer in de maand hebben we een medewerkersvergadering waarbij iedereen aanwezig moet zijn. We zitten dan in onze vergaderzaal op de 1e verdieping die uitkijkt op de hoofdstraat van Lira. Tijdens deze vergadering in december was er opeens veel herrie op straat. Oegandesen zijn echte ramptoeristen (bij een ongeluk komen ze in grote getalen aangesnellen) dus ook hier stonden al snel 100en mensen toe te kijken bij een opstootje wat nogal uit de hand liep. Blijkbaar had een man een fiets gestolen (hij stond bekend als dief) en werd hij hier voor ‘gestraft’ door omstanders (een groepje van 10 man). Toeschouwers stonden te roepen dat het moest stoppen, maar de attackers gingen gewoon door en mensen die zich ermee bemoeiden kregen ook een tik. Het hele personeel van FAPAD stond op het balkon ook te schreeuwen dat het op moest houden. Toen ik door had wat er aan de hand was, ben ik maar weg gelopen. De man heeft het helaas niet overleeft. Dit soort gevallen van mob justice, ik vertaal het altijd maar als ‘spelen voor eigen rechter’, is het resultaat van een falend politiesysteem, mensen die (nog) gewend zijn aan geweld door de langdurige en vrij recente oorlog en armoede die mensen soms tot wanhoop en wangedrag drijft.
Na dit incident ging de vergadering weer verder en iedereen moest er hard om lachen. Dat was misschien wel even schokkend als het hele incident zelf. Ik kon er in ieder geval niet om lachen.
In maart ben ik met een groep collega’s naar het westen van Oeganda gereist voor een workshop. Het was een lange reis van wel 16 uur, maar we hadden een eigen bus en het was een gezellige en mooie rit. Zowel op de heen- als op de terugrit heb ik met verschillende mensen zitten praten en kreeg ik veel verhalen te horen over de oorlog. Ondanks dat mensen verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt, is men toch open en krijg je hele verhalen te horen als je hier om vraagt. Soms in iets te veel details omdat men hier niet voor weg schrikt. In tegenstelling tot Nederland worden hele gruwelijke beelden hier niet afgeschermd of krijg je een waarschuwing (hoewel dat de laatste tijd in NL ook steeds minder is, geloof ik). In de kranten en op tv wordt hier alles getoond en zoals ik al zei zijn Oegandesen ramptoeristen.
Één van mijn collega’s Peter vertelde dat hij de laatste ‘Aboke Girl’ in huis heeft gehad nadat ze terug kwam uit de bush. De LRA (het leger van Kony wat sinds maart dit jaar eindelijk bekendheid heeft gekregen, maar die al jaren weg zijn uit Oeganda) heeft op grote schaal jongens gekidnapt om te dienen als kindsoldaat en meisjes als seksslaaf. Het verhaal wat een gezicht heeft geschreven omdat er een boek over geschreven is, is de kidnapping van een meisjesschool in Aboke (zo’n 15 min. rijden van Lira). Op Independence day (hoe ironisch) in 1996 zijn er 139 meisjes ontvoerd op deze school, waarvan er 109 na onderhandelingen zijn vrijgelaten. Onder die 109 zat één van mijn collega’s, onze accountant. De overgebleven 30 zijn weg gegeven als ‘wives’ aan de commandoleiders van de LRA. Het laatste meisje wat terug is gekomen, was de favoriet van Joseph Kony, en is in 2009 terug gekeerd naar Lango (het district waar Lira de hoofdstad van is). Mijn collega Peter heeft haar een tijd in huis gehad voordat ze terug ging naar haar dorp. Hij vertelde het hele verhaal hoe ze uiteindelijk ontsnapt is en terug kwam naar huis. Ook hij moest om de haverklap lachen over verschillende gruwelijkheden. Niet om respectloos te zijn, zoals je vanuit onze cultuur misschien zou denken, maar als overlevingsstrategie en uitlaatklep.
Humor
Gelukkkig word er ook gelachen om leuke dingen. Oegandesen zijn grappenmakers! Als ze een grap maken, liggen ze zelf helemaal in een deuk en geven ze je ook een harde klap hand om de te benadrukken dat het echt grappig is. Heel handig als je niet weet of de clou van de grap al verteld is, want de handklap komt op het einde. De grappen onder Oegandesen zijn soms niet te begrijpen. In dezelfde busreis naar West Oeganda heb ik veel grappen laten vertalen, maar mijn conclusie was......we hebben duidelijk andere humor. Een voorbeeldje: Dezelfde Peter van de Aboke Girl verslikte zich tijdens z’n verhaal. Zijn collega’s maakte hierover een grap en de hele bus lach in een deuk. De grap: Peter je familie mist je zo erg dat ze je nu aan het roepen zijn en daardoor verslik jij je (=handje klap). Ik ben opgehouden met het laten vertalen van grappen, maar ook als ik uiteindelijk Lango spreek zal ik waarschijnlijk nog niet in een deuk liggen.
Mijn grappen doen het over het algemeen redelijk goed, zeker nu ik ook de techniek van de hand klap gebruik. Grap --> klap --> lachen! Maar de Oegandese Lach Methode als het gaat om treurige verhalen zal ik met al mijn antropologische wil niet voor elkaar krijgen, hoewel ik wel veel kan leren van het ‘luchtig omgaan’ met dit soort zaken. -
Het regenseizoen is begonnen!
Geschreven op donderdag, 26 april 2012 10:20
Het regenseizoen is begonnen! Elke dag hebben we nu een buitje rond 5 uur, uiteraard net als ik naar huis wil rijden. Het wordt dan ineens heel donker (soms net als in de film Independence Day alsof er een grote ufo boven de stad hangt), dan gaat het heel hard waaien en dan komt de regen. Het koelt dan heerlijk af, wat er toe leidt dat Machiel het eindelijk weer lekker fris heeft en Sara de fleece kleren/dekentjes te voorschijn haalt. Voor jullie verbeelding: het is dan zo’n graad of 25.
Op het werk betekent dit dat het uitdelen van zaden is begonnen (bruine bonen, mais, sojabonen, sesamzaad, etc). Gister ben ik met de afdeling Livelihood (landbouw afdeling) op pad geweest naar drie punten om te helpen bij de distributie van bruine bonen. In twee vrachtwagentjes vol met zakken bonen zijn we vertrokken met z’n drieën (op 2 zitplaatsen) naast de chaffeur. De omgeving is nu een stuk groener dan tijdens het droge seizoen (dec-mrt). Onderweg zagen we al veel akkers die klaargemaakt waren om te zaaien, een teken dat de veldwerker van FAPAD een goede training heeft gegeven in ‘soil preparation’.
Bij het eerste verzamelpunt in Agali (20 min. van Lira vandaan) hadden zich 8 boeren groepen (20 personen per groep) verzameld die zijn geformeerd in het project van Broederlijk Delen. Al deze groepen hebben gekozen voor bruine bonen en alle leden ontvangen ieder twee zakken van 10 kilo. De bedoeling is dat ze een deel van de oogst doorgeven aan een andere familie die dit weer kunnen gebruiken als zaaigoed voor hun akkers. Zo proberen meerdere mensen te laten profiteren van het project dan alleen de geformeerde groepen.
Allereerst begonnen we natuurlijk met een kleine bijeenkomst bij de overheidspost, wat tevens diende als verzamelpunt. Het is een belangrijk onderdeel van het project dat ook de overheidsambtenaren betrokken worden, zodat zij kunnen helpen met het aansturen van het project (vooral als het gaat om het doorgeven van de zaden) en om er voor te zorgen dat FAPAD niet met dezelfde boeren werkt dan andere (overheids/NGO) projecten, zodat meerdere mensen van het dorp een kans krijgen.
Na deze meeting met ‘officials’ zijn we onder de grote mangobomen gaan zitten (die binnenkort rijp zijn) en begon de echte meeting. Het standaard ritueeel werd afgedraaid: het gebed, de ‘belangrijke’ mensen mogen een welkomstpraatje houden, gevolgt door de uitleg van de distributie en het doorgeefsysteem en als laatste een slotgebed. Ook ik moet bij dit soort gelegenheden een praatje houden wat natuurlijk een uitgesproken mogelijkheid is om mijn Lango lessen (2x in de week heb
ik les) uit te proberen. Dit gaat als volgt:Oburu aber (hallo allemaal). Apwoyo obino (bedankt voor uw komst). Nyinga Sara, ayaa i Holland. An atio FAPAD Monitoring kede Evaluation (ik werk bij FAPAD als M&Er). Apwoyo matek (dankuwel).
Verder dan dit strekt mijn vocabulaire nog niet, maar het levert totale verbijstering op dat een blanke hun taal spreekt.En met verbijstering bedoel ik: de hele ‘zaal’ ligt plat van het lachen. Dat was de eerste keer wel even wennen, “zitten ze me nou allemaal uit te lachen?” Maar Oegandesen lachen graag en vinden ze dit geweldig!
Nadat het doorgeefsysteem is uitgelegd, is de distributie gestart. Per groep werd iedereen 1 voor 1 opgeroepen. Men moest een handtekening zetten op het FAPAD formulier, vervolgens werd de naam genoteerd door de secretaris van de groep voor hun eigen adminstratie, vervolgens kreeg de boer/boerin 2 zakken, werd er een groepsfoto gemaakt en tekende de overheids official met een paar mooie stempels.
Alleen niet iedereen kan lezen en schrijven, dus bij sommige mensen (meestal vrouwen) moest je dan de top van de duim bekladden met je pen en dan hun duim in het goede hokje drukken.
Het leukste onderdeel van de dag was het toekijken hoe mensen vertrokken met hun zakken. (Momenteel lukt het nog niet om foto's up te loaden op deze blog, maar zodra kan zal ik jullie laten meegenieten van de Afrikaanse plaatjes). Vastgebonden achterop de bagagedrager of boven op hun hoofd (soms tot 3 zakken = 30 kilo!!). Kilometers buiten het dorp kwamen we de mensen nog tegen met hun zakken op weg naar hun huis. Één man nam ook de zakken van een buurman mee en was gestrand met z’n fiets omgevallen in de berm: overbeladen! Dat was echt een hilarisch gezicht en gelukkig kon de man er zelf ook om lachen.
Dit weekend gaan ook wij onze achtertuin gereed maken om ook een moestuintje te starten. Voor ons geen bonen of mais, maar Hollandse sla, tomaten, limoengras, kruiden. etc. We hebben heel veel zaadjes dus we gaan kijken wat lukt.
-
Kony 2012
Geschreven op vrijdag, 20 april 2012 07:36
Vandaag is de dag van de publiciteitsstunt Kony 2012. Aangezien ik in het gebied werk en woon dat van 1984 tot 2006 getroffen is door deze oorlogsmisdadiger, wil ik graag een blog hieraan wijden.
Sinds de lancering van Kony 2012 (in de lokale taal spreek je het uit met een ‘silent’ y = Konjjj) is Joseph Kony met zijn Leger van de Heer (Lord Resistance Army, LRA) bekend geworden over de hele wereld. Wat Hitler is voor Europeanen is Kony voor de Oegandesen en dan met name in Noord Oeganda waar hij 22 jaar lang het gebied onveilig heeft gemaakt.
De Amerikaanse filmmaker Jason Russell heeft in samenwerking met de NGO Invisible Children een korte documentaire gemaakt over de gruwelheden van deze oorlogsmisdadiger. Het filmpje past helemaal in de tijd van nu met social media en is op een begrijpelijke manier neergezet. En het heeft gewerkt! Het filmpje is al meer dan 80 miljoen keer bekeken en heeft er voor gezorgd dat Kony, die al jaren op de lijst van de International Criminal Court in Den Haag staat, eindelijk ook in de westerse wereld bekend is geworden.
Natuurlijk heeft elke aanpak zijn voor- en nadelen. Critici vinden dat de film het probleem veel te simplistisch neerzet: deze schurk moet gepakt worden en dan is het voorbij! Het probleem is natuurlijk veel complexer en Kony berechten zal wel gerechtigheid brengen, maar alle slachtoffers zitten nog wel met hun sores. Daarnaast is de rol van de Oegandese overheid ten tijde van de LRA erg dubbelzinnig geweest; verdeel en heerspolitiek. Maar als de filmmaker het niet simpel had gehouden, had hij dan zo veel kijkercijfers weten te scoren? En als hij het probleem in al zijn complexiteit had uitgelegd, hoeveel mensen hadden dan het filmpje afgekeken? Ik denk ook niet dat Dhr Russell de volledige context en complixiteit van Afrikaanse gemeenschappen en politiek kent, maar dit uitdragen is ook niet zijn taak en nooit zijn bedoeling geweest. Mijns inziens is het juist de kracht van deze filmmakers dat ze niet alle achtergrond informatie hebben en het zo op een simpele manier kunnen overbrengen.
Ook is er kritiek op het budget van Invisible Children. Men claimt dat er veel te veel geld gaat naar publiciteit. Maar laten we nou eerlijk zijn, met een klein budget hadden ze nooit zo’n pakkend fancy filmpje kunnen maken. Oke, ik geef toe, het is af en toe wel wat overdreven en tranentrekkend: lekker op z’n Amerikaans. Maar laten we het nou als een voordeel zien dat Amerikanen soms wat overdreven kunnen zijn, want daarnaast zijn ze ook heel erg enthousiast en hebben zich met volle overgave voor dit initiatief ingezet.
Ik ben blij dat deze campagne geslaagd is en zoveel mensen heeft bereikt. Voor maart 2012 wisten maar weinig mensen van dit oorlogsschandaal af. Ik heb echter maar één kritiekpuntje. In de film wordt niet verteld dat Kony en z’n LRA als sinds 2006 weg zijn uit Oeganda. Het probleem heeft zich verplaatst naar Soedan en Congo en momenteel gaat het gerucht dat het kleine groepje wat nog over is van de LRA zich ophoudt in de Centraal Afrikaanse Republiek. Na het kijken van het filmpje lijkt het net alsof de LRA nog in Oeganda is en dat het gebied nog half in puin ligt. Er zijn wel veel mensen met een oorlogstrauma, veel kinderen zijn nog altijd vermist en iedereen heeft wel een familielid of een kennis die vermoord of gekidnapt is. Maar Oegandesen zijn heel gelovig en kijken vooruit naar de toekomst. Ze zijn vergevingsgezind en geloven sterk dat God hun beschermd voor een herhaling van de gruwelheden. Toen ik mijn collega (die ontvoerd is geweest maar gelukkig na onderhandeling weer vrij kwam: Aboke Girls) vroeg of ze niet bang was dat Kony weer terug kwam, antwoordde ze: “I trust in God that he will protect me.”
Oeganda groeit en is heel vruchtbaar. De oorlog heeft er bijvoorbeeld ook voor gezorgd dat mensen verjaagd zijn van hun land en hele generaties hebben geen goede scholing gehad. Ouders die normaal gesproken hun kinderen leerden hoe ze moeten zaaien en oogsten hebben jaren lang in vluchtelingenkampen gewoond. De mensen zijn nu weer terug naar hun land of hebben zich gesetteld in het gebied waar ze naar toe gevlucht zijn. FAPAD heeft sinds een paar jaar een afdeling Livelihood waarbij projecten met landbouw worden ondersteund. Vandaag gaan we zaden uit delen aan boerengroepen. De boeren hebben gekozen voor soyabeans en krijgen elk zaaigoed voor 1 acre (0.4 hectare). Ze krijgen training hoe ze het beste soyabean kunnen verbouwen en na de oogst moeten ze een bepaald aantal zaden terug geven wat weer wordt doorgegeven aan een andere boerenfamilie.
De film Kony 2012 is ook hier in Lira op groot scherm vertoond. Mijns inziens sloeg de organisatie, die vertoning organiseerde, de plank volledig mis doordat er geen behoorlijke uitleg is gegeven aan de toeschouwers voordat de film werd vertoond. De film is gemaakt voor een Westers publiek, waar we een weg-zap-cultuur hebben. De film moet snel, pakkend en ludiek zijn willen mensen niet weg zappen. Dit in tegenstelling tot hier in Oeganda waar veel mensen geen tv hebben en men met zijn allen om de tv bij de kapper/de kroeg/buurtsuper staat . Soms maakt het niet eens uit wat er op de buis is, als het maar beweegt. Daarnaast heeft de slogan: “Make Kony famous” ook uitleg nodig en heeft voor boze reacties gezorgd. Men dacht bijvoorbeeld dat die promotie van stickers en t-shirts met deze leuzen hier in Oeganda moesten worden vertoond. Maar dat is helemaal niet de bedoeling.
Ook ik heb de film uitgelegd aan verschillende collega’s. Ik heb geprobeerd om de context vanuit het Westen uit te leggen, wat makkelijker gezegd is dan gedaan. Ik heb geprobeerd uit te leggen dat het filmpje gemaakt is voor bewustwording van het Westen, dat heel veel mensen hier niets van weten en dat er geen politiek belang is voor Westerse landen als er niet iets te halen/verdienen valt (koper, kobalt, olie, etc) plus het feit hoe de media werkt in onze cultuur. Ze hadden er wel veel vragen over, die ik heb probeerd te beantwoorden, maar ze vonden het een goede actie dat Kony nu ook berucht is andere landen in Europa en Amerika.
De filmmaker heeft nooit gedacht dat het zo’n succes zou worden en is zelfs doorgedraaid van alle media aandacht. Maar zijn doel is bereikt: Kony met zijn LRA is uit verdomhoekje en in de schijnwerpers gezet! Hopelijk wordt hij gepakt, uiteindelijk berecht en gestraft voor zijn daden. Ondertussen gaan de Noord Oegandesen door met de wederopbouw van het land, waarmee ze in 2006 al gestart zijn. De economie in het land groeit en ook het toerisme is weer in opkomst. Oeganda is al ruim 5 jaar een veilig land met geweldige mooie safariparken en ontzettend aardige mensen. Dit jaar is Oeganda zelfs uitgeroepen als vakantie nummer 1 bestemming door de Lonely Planet. Oeganda is zo veel meer dan alleen de zwarte vlekken die zowel Amin als Kony hebben achtergelaten.
Dus schroom niet and come and enjoy the Pearl of Africa!
-
Werken bij FAPAD
Geschreven op dinsdag, 17 april 2012 09:11
Al een paar maanden ben ik aan het werk bij FAPAD en ik heb het heel erg naar mijn zin. Ik heb de afgelopen 10 jaar verschillende NGOs gezien en gewerkt in zowel Afrika, Latijns-Amerika en Azie, maar FAPAD verbaast me nog elke dag. In het vliegtuig kwam ik al iemand tegen die opving dat we in Lira gingen wonen. Het was een medewerker van ICCO (een Nederlandse ontwikkelingsorganisatie) die enthousiast uit riep:"FAPAD is de leukste NGO in heel Oeganda!" Hier kan ik nog geen oordeel over geven, maar ik kan niet ontkennen: FAPAD is een geweldige organisatie om voor te werken!!
Ontstaan FAPAD?
FAPAD is een lokale organisatie die is opgericht in 2000. Zo'n 22 jaar lang (tot 2006) heeft hier in Noord Oeganda een oorlog gewoed, waarbij Joseph Kony met zijn Verzetsleger van de Heer (Lord's Resistance Army (LRA)) op grote schaal kindsoldaten rondselden en het gebied onveilig maakte. In die tijd kwamen er veel internationale NGO's naar Lira om de lokale bevolking van noodhulp te voorzien. Het stadje Lira werd gezien als vluchtoord omdat er veel soldaten van het Oegandese leger rondliepen. Veel mensen uit het hoge noorden kwamen naar Lira voor hulp. En hulp was er genoeg, maar niet op alle fronten.De vluchtelingen woonden jaren in Lira en ondertussen was hun stuk land ingenomen door dorpsgenoten. Het terugvinden en terug krijgen van je eigen stuk land is niet zo simpel. De oorlog zorgde voor uiteengevallen gezinnen. Mannen sneuvelden in het leger zodat vrouwen aan het hoofd van een gezin kwamen te staan,kindsoldaten konden niet zo maar terug naar hun familie, en HIV/AIDS verspreidde zich snel in deze tijd, metname in de vluchtelingenkampen. Het probleem is dat stukken land niet altijd goed zijn aangegeven. Daarnaast deelde de man des huizes niet altijd met zijn vrouw/kinderen welk stuk land van hem was. Het resultaat is dat er veel conflicten zijn over grondgebruik. Vluchtelingen die terugkeren moeten het opnemen tegen dorpgenoten die beweren dat het stuk land van hen is. In het geval van kinderen die aan het hoofd van een huishouden staan, wordt er vaak misbruik gemaakt van hun zwakke positie als kind. En dit terwijl grondbezit erg belangrijk is in een land waar 85% van de bevolking werkzaam is in de landbouw.
In de laatste jaren van de oorlog (rond 2000) waren er in Noord Oeganda dus veel landconflicten. Dit probleem werd echter niet aangepakt door de aanwezige (inter)nationale NGO's. FAPAD besloot om in dit gat te springen en de families bij te staan in het aanvechten van hun landrechtzaken. Hiermee was de Legal Aid Department van FAPAD geboren. Dagelijks komen er klanten op kantoor die bij onze advocate, Grace, hulp vragen. De aanklacht wordt behandeld en indien mogelijk zorgt FAPAD voor bemiddeling met als uiterste redmiddel een rechtzaak. Een ander veelvoorkomende zaak is die van weduwen die het land van hun overleden man af moeten staan aan hun schoonfamilie.
Vier afdelingen in FAPAD
De Legal Aid afdeling wordt bijgestaan door de Social Protection Department. Deze afdeling houdt zich vooral bezig met het welzijn van kinderen in families en op scholen. Dit is iets wat wij als vanzelfsprekend ervaren, maar kinderen worden hier op grote schaal verwaarloosd en seksueel misbruikt (met name op scholen door leerkrachten). Een ander probleem zijn de witch doctors. Deze 'dokters' kidnappen kinderen om ze te offeren. Naast kinderbescherming heeft deze afdeling veelal te
maken met SGBV, wat staat voor Sexsual Gender Based Voilence. Dit is een veelvoorkomend probleem in de huishoudens: mannen die een alchol probleem hebben en thuis komen en hun vrouwen (en kinderen) slaan. Volgende blog zal ik een verhaal posten van een zaak van Social Protection.De derde afdeling is de Good Governance Department. Deze afdeling mobiliseert mensen in de dorpen om samen te komen en de plannen en problemen van het dorp te bespreken. Dit wordt gedaan met behulp van de Community Peace Promotors, waarvan FAPAD er nu meer dan 1600 heeft. Deze vrijwilligers zijn opgeleid door FAPAD, wonen in de dorpen en zijn de contactpersonen voor elke inteventie met de lokale bevolking. Samen met een Community Peace Promotor bespreken de dorpsleden de problemen in het dorp en kijken ze wie hierover aangesproken kan worden. Bijvoorbeeld, voor slechte wegen in het dorp worden de lokale authoriteiten (ambtenaar, burgemeester) aangesproken. Het rapporteren van corrupte politie agenten en doktoren en zusters in overheidsklinieken (die veelal medicijnen voor eigen gebruik stelen) behoren ook tot de activiteiten van de dorpsgroepen.
Sinds een paar jaar heeft FAPAD ook een Livelihood Department. In deze afdeling worden projecten gerunt die streven naar verbetering van de inkomens van de lokale bevolking door inkomstengenererende activiteiten te ontplooien. De armste groepen (weduwen, boeren, werkloze jongeren en kinderen) worden in groepen georganiseerd waarna ze gezamelijk een klein bedrijfje opzetten zoals een kapperszaakje, fietsreparatie, naaiateliertje. De boeren gaan onder andere gezamelijk produceren zodat ze in grotere partijen kunnen verkopen en dus een betere prijs kunnen ontvangen. De deelnemers aan de Livelihood projecten kunnen ook gebruik maken van de andere afdelingen van FAPAD, bijvoorbeeld rechtbijstand bij de Legal Aid Department.
Al met al is het een jonge organisatie, ook wat betreft medewerkers. We zijn nu met 35 mensen. De jonkies zijn rond de 20 en de ouderen rond de 30. FAPAD recruteert vooral jonge mensen omdat ze deze op willen leiden. Dit merk je overal aan: heel veel staat in het teken van 'leren'. Het is dan ook geen typische Afrikaanse authoritaire sfeer, maar een hele open en gezellige werkomgeving.
Ik besef ook ten zeerste dat ik een lot uit de loterij heb! Gelukkig is er nog wel veel te leren voor FAPAD dus ik ben voorlopig nog niet klaar hier. Ik ben dan ook blij dat ik de komende jaren bij FAPAD werk!
-
Nieuwe cooperante noord Oeganda - Lira
Geschreven op maandag, 21 november 2011 13:33
Zaterdag 15 oktober 2011 was het dan zover: het avontuur in Oeganda (Lira) kon beginnen! Ik, Sara Peeters (Nederlandse), ben vertrokken samen met mijn man, Machiel, om te gaan wonen en werken in Lira, Noord Oeganda.
Als cooperante van Broederlijk Delen ga ik werken bij FAPAD (www.fapaduganda.org) als Monitoring & Evaluatie Adviseur. Op de lange termijn zal ik ook vier andere partnerorganisaties van Broederlijk Delen op dit onderwerp ondersteunen (ICES, AFSRT, Caritas en PASUD).
Verhuizen naar een ander land brengt heel wat geregel met zich mee. Gelukkig heeft Broederlijk Delen in elk land een steunpunt zitten, die cooperanten zoals ik hierbij helpen.
Zo hielp het steunpunt van Oeganda, Frans Kenis, met de aanvraag van visa. Hier moet je heel veel papieren regelen, om gek van te worden. De vrouw van Frans, Lut van Damme, heeft ons geholpen met het papierwerk om onze katten ook het land binnen te krijgen. Het is erg prettig om terug te kunnen vallen op mensen die al in het land zitten en al een netwerk ter plaatse hebben. Een andere uitdaging was de transport van onze spullen. Het afgelopen jaar hebben wij in Niger gewoond dus een deel bagage moest over het Afrikaanse land naar Oeganda komen. Daarnaast hadden we nog wat onbegeleide bagage vanuit Nederland. Gelukkig gingen beiden pakketten via luchtvracht anders heb je geen idee wanneer en OF het allemaal wel aankomt.
De reis van Schiphol naar Entebbe (luchthaven Oeganda) verliep prima met een kleine tussenstop in Rwanda. Gelukkig konden we gewoon blijven zitten in Kigali, want weer sjouwen met die twee katten is niet echt ideaal. Gelijk bij aankomst in Oeganda vielen ons allerlei dingen op. Je eigen referentiekader bepaald natuurlijk voor een groot deel je belevenis. Zo herinner ik me nog goed een van mijn eerste verblijven in een ontwikkelingsland, Guatemala. Ik was helemaal verbijsterd bij het zien van een politie agent met een heel groot geweer en kogels rondom zijn middel. Normaal gesproken zie je dit alleen maar in films. Maar nu kijk ik daar niet meer van op en zijn het hele andere dingen die mijn verbazing schetsen. In ons geval vergelijken we nu nog alles met Niger en dat is toch wel een groot verschil met Oeganda.
Klimaat:
De warmte is aangenaam en niet zoals in Niger waarbij het net lijkt alsof je de hele tijd in de heteluchtoven van de bakker loopt. Het kan zelfs wat fris worden 's avonds en ik ben blij dat ik deze keer wel wat vestjes heb meegenomen.
Bevolking:
De mensen zijn erg aardig en behulpzaam zonder dat ze hiervoor geld vragen. Ook zijn ze erg klantvriendelijk in hotels en restaurants. Niet altijd even snel, but this is Africa!
Natuur:
Alles is GROEN!!!! Het is nu ook regenseizoen (lange regenseizoen aug-nov en korte regenseizoen april-mei) en om je heen zijn allerlei groene heuvels met groene gewassen, velden vol met zonnebloemen, bananenbomen, prachtig! En er is veel water, zoals het grote Victoriameer en ruige watervallen die we onderweg van Entebbe naar Lira tegen kwamen. Dit valt ons heel erg op na een jaar in de woestijn met uitgestrekte zandvlaktes zonder water met hier en daar een plukje gewas.
Dierenrijk:
In de nationale parken in Oeganda schijn je van allerlei dieren tegen te komen, maar je hoeft niet altijd een park in om deze beesten te zien. Net voorbij de watervallen, onderweg naar Lira, kom je geregeld apen tegen (baboons). Dit zijn echter wel hele brutale apen, want als je niet op let maken ze je deur open en graaien ze naar iets eetbaars. Wij kwamen ook wat aapjes tegen (geen baboons deze keer) en niet veel verder kwamen we nog een 'beestje' tegen. We hadden geluk want net naast de weg stond opeens een grote olifant. Zelfs Frans (die deze weg al vaak heeft afgelegd) had dit nog niet meegemaakt. We hebben snel een foto kunnen maken, maar zijn daarna weer doorgereden voordat Dombo onze aanwezigheid vervelend zou gaan vinden.
Geld:
Zoals bekend is er nog altijd een stijging van de voedselprijzen gaande in het Zuiden en dus ook in Oeganda. Het eten wordt almaar duurder terwijl de salarissen hetzelfde zijn gebleven. Ondanks deze prijsstijgingen staan wij versteld hoe goedkoop het hier allemaal is. Wij vergelijken het natuurlijk weer met Niger (waar veel goederen schaars zijn en vaak een Europese prijs hebben) en met Nederland waar we afgelopen weken tijdens onze vakantie het vijfvoudige hebben uitgegeven dan we nu doen. Dit bevestigd natuurlijk het vooroordeel dat Nederlanders gierig zijn, maar om je te overtuigen: een biertje (1/2 liter) is hier omgerekend 0,75 eurocent, een cola 0,25 en een maaltijd vis/kip met friet en salade kost hier maar 2 euro 50.
Vervoer:
Als echt Hollanders waren wij blij verrast met het vervoersmiddel dat het straatbeeld in Lira domineert: de fiets! Als auto zijnde moet je rustig rijden en rekening houden met de tientallen fietstaxies en persoonlijke fietsen. De fietstaxi, genaamd boda-boda, zijn een echte uitkomst. Op elke straathoek of onder elke grote boom staan de boda-boda riders te wachten om je voor 0,25 eurocent ergens heen te brengen. Ze hebben een zacht zitje op de bagagedrager, voetsteuntjes en soms zelfs een klein stuurtje achter het zadel om aan vast te houden. Wil je iets groots vervoeren (zoals wij bijv. onze gekochte verandastoelen) dan gaat het zitje eraf en binden ze je spullen vast tot een grote toren......en rijden maar. Waarom heet het een boda-boda? Dit is Afrikaans Engels voor border-border. Vroeger reden deze fietstaxies alleen in het grote no-mans-land-gebied tussen Oeganda en Kenia. Fietsen waren veel makkelijker dan brommers omdat je geen papieren of vergunningen nodig had. In Lira zijn er ook brommer boda-boda, maar de afstanden zijn kort en een fiets boda-boda is natuurlijk beter voor het milieu.
We zijn nu 2 weken in Lira. We hebben een leuk huisje gevonden en ik ben erg leuk ontvangen bij FAPAD. Het voelt erg goed hier te zijn! Ondertussen is het wachten op onze bagage. Het Nederlandse pakket staat nog ergens in Turkije, terwijl 3 van de 4 pakketten uit Niger al op het vliegveld in Parijs staan. En dat na 2 maanden heen en weer mailen en bellen, hahahha, ach.....this is Africa! Het duurt allemaal wat langer, maar de charme is dat het toch altijd weer op een of andere manier goed komt.
Volgende keer hoop ik wat meer te vertellen over FAPAD, de organisatie waar ik werk!

