Waar werken we

Google Maps API V3

Broederlijk Delen voert zelf geen projecten uit in het Zuiden. We steunen enkel bestaande lokale organisaties. Dat is een bewuste keuze. Lokale organisaties kennen het best de situatie op het terrein. De eigen plannen die ze ontwikkelen bieden de beste garantie voor blijvende verandering aangezien ze aangepast zijn aan de lokale situatie.

Welke projecten?
Fondsen
Hoe worden de middelen verdeeld?
Wie beslist over de toewijzing van de middelen?
Voorbereiding en opvolging
Hoe goede partnerorganisaties vinden?
Wie ontvangt het geld in het Zuiden?
Wat doen onze partnerorganisaties met het geld?
Wat doet de partnerwerking van Broederlijk Delen nog meer?
 

Ontdek hoe dit concreet vorm krijgt in:

Welke projecten?

Projecten moeten steeds ten goede komen aan bepaalde doelgroepen. We ondersteunen partnerorganisaties die zich inzetten voor rurale gemeenschappen (plattelandsgemeenschappen) in het algemeen, of meer specifiek voor kleine boeren, inheemse volkeren, vrouwen, kinderen en jongeren. De projecten betreffen economische ontwikkeling en/of verdediging van belangen en rechten van deze doelgroepen. In sommige landen kan het ook meer algemeen gaan om mensenrechten. Broederlijk Delen is niet actief in noodhulp. We hebben wel een klein noodfonds om uitzonderlijk en op hun vraag partnerorganisaties te helpen die door rampen getroffen worden. We werken ook niet in alle regio’s van elk land. In Congo bijvoorbeeld werken we enkel in de Kasaï en Katanga. Keuzes zijn nodig om de best mogelijk resultaten te boeken op het terrein.

Fondsen

Broederlijk Delen beschikt jaarlijks over ongeveer 15 miljoen euro om de eigen plannen van mensen en groepen in het Zuiden te steunen. Ongeveer de helft van dit geld bestaat uit giften van het publiek en inkomsten van allerhande groepsacties. We noemen dit de eigen fondsenwerving. De andere helft van deze fondsen zijn subsidies, hoofdzakelijk verkregen via de federale overheid. Het gaat dus om 50% eigen middelen en 50% medefinanciering van de overheid. Deze verhouding is niet toevallig. Het is een bewuste beleidskeuze. Het grote aandeel eigen middelen verzekert de onafhankelijkheid. Met eigen middelen kan Broederlijk Delen bijvoorbeeld kleine of beginnende initiatieven ondersteunen. Wegens de administratieve eisen komen die meestal niet in aanmerking voor overheidssubsidies.

Hoe worden de middelen verdeeld?

In het begin van het jaar wordt het beschikbare geld volgens bepaalde verdeelsleutels over Afrika, Azië en Latijns-Amerika verdeeld en vervolgens over de twintig landen waar Broederlijk Delen nu actief is. Voor elk land wordt een begroting opgesteld, met specifieke bedragen voor elk project en met wat ruimte voor nieuwe initiatieven. Projecten worden doorgaans per jaar ondersteund. Meerjarige ondersteuning is ook mogelijk, maar steeds in schijven van een jaar. Voor de subsidies van de federale overheid geldt nu een systeem per drie jaar. Ook daar is er een begroting per land, per project en per jaar. In die begroting zijn ook de coöperanten opgenomen. Een ontwikkelingsmedewerker of coöperant werkt tijdelijk mee bij de partnerorganisatie en draagt zijn kennis over op de leden. Hij vervult nooit een leidende functie en blijft maximaal zes jaar bij de organisatie. Zo’n coöperant is bijvoorbeeld een bio-ingenieur, die vertrouwd is met landbouwmethodes die de leden van de partnerorganisatie goed kunnen gebruiken, maar niet kennen. Momenteel werkt er bij 33 partnerorganisaties een coöperant.

Wie beslist over de toewijzing van de middelen?

De commissie partnerwerking staat in voor de toewijzing van de middelen. Deze commissie bestaat naast medewerkers van Broederlijk Delen uit vrijwilligers-experten. De commissie komt negen maal per jaar samen. Aan het begin van het jaar beslist de commissie over de begroting en verdeling van de middelen. In de andere bijeenkomsten wordt het landenbeleid bepaald, worden afzonderlijke projecten besproken, en worden definitieve bedragen bepaald. Nieuwe projecten worden steeds door de commissie besproken. De commissie neemt in alle gevallen de eindbeslissing over financiering.

Voorbereiding en opvolging

De dienst partnerwerking van Broederlijk Delen zorgt voor de uitvoering van wat door de commissie partnerwerking werd beslist. De werking van de dienst wordt grotendeels bepaald door de opdeling in continenten en regio’s. Een regio is één land of een groepje kleinere landen. In Brussel wordt een regio opgevolgd door de regioverantwoordelijke. Regioverantwoordelijken zijn medewerkers die tewerkgesteld zijn in Brussel en verantwoordelijk zijn voor een groep van partnerorganisaties in een bepaalde regio (groep van landen en partnerorganisaties). Minstens één maal per jaar brengen zij op het terrein een bezoek aan de partnerorganisaties waar zij verantwoordelijk voor zijn. Ze volgen vooral de financiering, de werking en de planning van partnerorganisaties nauwgezet op.Ter plaatse wordt de werking van de partnerorganisaties in de regio opgevolgd door een steunpunt. Steunpunten zijn medewerkers van Broederlijk Delen die voor een beperkte periode (maximaal 4 jaar) gestationeerd zijn in het Zuiden. Ze slaan een brug tussen onze partnerorganisaties en het hoofdkantoor van Broederlijk Delen in Brussel. Ze begeleiden onze partnerorganisaties op het terrein bij de realisatie van hun initiatieven. Ze hebben geen bevoegdheid inzake financiering van de partner. Ze bezoeken meerdere malen per jaar elk project waarvoor ze verantwoordelijk zijn.

Met elke partnerorganisatie sluiten we een contract af. Partnerorganisaties moeten elk jaar een verslag voorleggen met een concreet uitgeschreven voorstel en een gedetailleerde financiële afrekening. Van dit verslag hangt af of ze een volgende schijf ontvangen. Regioverantwoordelijken en steunpunten gaan regelmatig op bezoek bij partnerorganisaties en doelgroepen om te zien of ze goed werk leveren. We laten evaluaties uitvoeren door derden (lokale consultants) en voor de gesubsidieerde projecten zijn er ook controlezendingen door de overheid. Naast deze zakelijke kant is er ook een menselijke kant. We streven naar open en op wederzijds vertrouwen gebaseerde relaties met de medewerkers van de partnerorganisatie. Dat wordt door partnerorganisaties gewaardeerd. Ze vinden dat Broederlijk Delen wat dat betreft anders is dan andere donoren. Op die manier zijn we goed betrokken bij wat er reilt en zeilt in de partnerorganisatie en zijn we snel op de hoogte als er zich problemen voordoen.

Hoe goede partnerorganisaties vinden?

Het vinden van goede partnerorganisaties is essentieel voor Broederlijk Delen. Een goede samenhang van onze werking is erg belangrijk. Partnerorganisaties moeten passen in het landenbeleid en moeten ook met elkaar overweg kunnen. Regioverantwoordelijken en steunpunten zijn goed vertrouwd met wat er ter plaatse leeft. Via bestaande partnerorganisaties komen we in contact met nieuwe organisaties. Of we gaan zelf op zoek naar nieuwe partnerorganisaties die een aanvullende bijdrage kunnen leveren aan ons programma in een land. Als het klikt met ons en met andere partnerorganisaties gaan we in gesprek over samenwerking. Kandidaten worden doorgaans meerdere malen bezocht voor we met hen in zee gaan. Of we laten een grondige analyse van de organisatie uitvoeren. Er hangt veel van af, dus gaan we niet over één nacht ijs. Partnerorganisaties moeten daarom nog niet perfect georganiseerd zijn. Ze moeten wel goed werk doen en zich met hart en ziel inzetten voor arme bevolkingsgroepen. In de eerste twee jaar is de financiële ondersteuning van nieuwe partnerorganisaties altijd beperkt. Zit het goed, dan kan de ondersteuning versterkt worden. Tot de versterking van partnerorganisaties zelf wordt ook bijgedragen door inzet van coöperanten.

Wie ontvangt het geld in het Zuiden?

Het geld wordt in het Zuiden ontvangen door bestaande lokale organisaties. Dat zijn sociale organisaties met een vzw-structuur. Het geld gaat niet naar individuen. Het gaat ook niet naar bedrijven of overheden. Het geld gaat naar sociale organisaties waarin we onze eigen bezieling en solidaire houding herkennen. Het zijn meestal lokale ngo’s, maar ook bewegingen of basisorganisaties. Het kunnen grote nationale organisaties zijn of kleine lokale organisaties. We noemen ze partners of partnerorganisaties. We ondersteunen projecten die door de partnerorganisaties worden voorgesteld en zoeken partnerorganisaties waarmee we meerdere jaren goed kunnen samenwerken.

Wat doen onze partnerorganisaties met het geld?

Partnerorganisaties worden nooit zomaar ondersteund. Ze worden steeds ondersteund voor een specifiek project dat ten goede komt aan de doelgroepen. Daartoe leggen ze een concreet voorstel voor met een gedetailleerd budget. Daarover wordt onderhandeld tot we overeenstemming bereiken. Het meeste geld gaat naar het veldwerk. Partnerorganisaties begeleiden doelgroepen met vorming, ontwikkeling van organisaties, verbetering van de landbouwproductie en commercialisering, uitbouw van andere economische initia¬tieven, opzetten van microkrediet, belangenverdediging, uitbouw van samenwerking tussen sociale organisaties en met overheden. De resultaten moeten altijd ingebed zijn in de sociale structuren van de lokale bevolking. Enkel zo zijn ze blijvend. Een klein deel van het geld gaat naar het beheer van de partnerorganisatie. Deze beheerskosten wordt beperkt gehouden.

Wat doet de partnerwerking van Broederlijk Delen nog meer?

Zoals gezegd ondersteunt Broederlijk Delen de eigen plannen van het Zuiden. Dat gebeurt door financiering en door het uitzenden van coöperanten om partnerorganisaties te versterken. De coöperanten nemen niet de leiding, maar maken gewoon deel uit van het team van de partnerorganisatie. We helpen partnerorganisaties ook met methodieken en instrumenten, zoals de “financial health check” (vragenlijst die een beeld geeft van het financieel beheer van de partnerorganisatie). Verder werken partnerorganisaties en doelgroepen vaak in afgelegen gebieden. Daarom brengen we ze samen om hun isolement te doorbreken. Als een boerenorganisatie in Rwanda met organische ananaskweek wil beginnen, kunnen we ze op bezoek laten gaan bij een Oegandese groep die daar al ervaring mee heeft. Of als we zien dat zowel partnerorganisaties in Bolivia en Ecuador als in Peru te maken hebben met ongecontroleerde ontginning van mineralen door buitenlandse bedrijven, dan brengen we hen samen om te komen tot een goede gezamenlijke strategie. We zetten ook coöperanten in om hun netwerking op touw te zetten. We bevorderen dus het onderling leren en de samenwerking. Op dat vlak hebben we echt een rol te spelen. We beschikken immers over een breed netwerk en vele contacten. Door de krachten te bundelen worden de resultaten van elke partnerorganisatie afzonderlijk en van het geheel sterker. Naast financiering en uitzending behoort krachtenbundeling tot de kerntaken van de partnerwerking.

In de toekomst zullen we onze aanwezigheid in het Zuiden concentreren in 15 landen. Lees meer.

Bekijk hoeveel Broederlijk Delen investeerde in elke partnerorganisatie in 2010 (pdf)

nieuwsbrief facebook you tube twitter

onze_resultaten