Reisverslag Israel Palestina

"Go and tell people what you've seen and heard. Knowing that there are people who tell our story, gives us hope and makes us believe in a better future." Lees hier hoe onze inleefreizigers hun Vredestocht hebben beleefd.

12 april 2018 - Dag 10

Vandaag trekken we naar Jaffa, één van de oudste havens ter wereld. Vroeger was Jaffa een levendige Palestijnse stad. Dat veranderde helemaal in 1948 toen de Palestijnse bevolking omwille van de Nakba moest vluchten. Het oude centrum bleef evenwel behouden en groeide uit tot een Israëlische kunstenaarskolonie. Sinds 1950 is Jaffa opgenomen in de nabijgelegen metropool Tel Aviv. Bij ons raakte Jaffa onder andere bekend door de sinaasappels die er geteeld worden.

De weg naar Jaffa voert ons langs de kust. We worden wederom getrakteerd op een ander prachtig landschap. Om 10u stipt valt alle verkeer abrupt stil. Ook onze bus houdt halt. Vandaag is het Yom HaShoah of 'Dag van de Holocaust'. Op deze dag herdenkt Israël de zes miljoen joodse slachtoffers van de Holocaust. Om ons heen zien we Israëli's uitstappen en sereen plaatsnemen naast hun wagen. We worden er zelf stil van.

Jaffa lijkt een idyllische bestemming: heerlijke zeelucht, gezellige straatjes, een handvol kunstgalerietjes, ... De gids vraagt ons echter om ook oog te hebben voor wat niet (meer) te zien is. En inderdaad: (bijna) niets in het stadje lijkt te herinneren aan de Palestijnse aanwezigheid van weleer. Zelfs de straatborden bevatten enkel Hebreeuwse en Engelse opschriften. We worden er opnieuw stil van. Dat verandert wanneer we opgeschrikt worden door het helse lawaai van twee gevechtsvliegtuigen. Net voor de kustlijn maken ze vreemde capriolen in de lucht. Gezien de oplopende spanningen in de regio weten we even niet wat we ervan moeten denken. Gelukkig stelt de gids ons gerust: blijkbaar traint de luchtmacht voor de viering van de Onafhankelijkheidsdag volgende week. We zullen het maar geloven.

Na het bezoek aan Jaffa zetten we vaart richting de luchthaven. Daar worden we, net als bij onze aankomst, aan een ondervraging onderworpen: wat hebben we gedaan, welke plekken hebben we bezocht, wie hebben we ontmoet,...? De antwoorden worden vergeleken en voor een tweede, zelfs derde maal, gecontroleerd. Een enkele reistas wordt  heel grondig uitgepluisd. Opnieuw moeten we ons verantwoorden. We zullen er wellicht nooit aan wennen...

Desondanks passeren we behoorlijk vlot alle controles en maken we ons op voor de terugreis naar België. Elk van ons neemt een pak onuitwisbare herinneringen mee aan dit prachtige maar verdomd complexe land. De afscheidswoorden van onze Palestijnse gids blijven wellicht in ieders hoofd nazinderen: "Go and tell people what you've seen and heard. Knowing that there are people who tell our story, gives us hope and makes us believe in a better future." Eén ding is zeker: we zullen hard ons best doen om die oproep waar te maken, elk op zijn of haar manier...

Mieke Casteleyn

 

11 april 2018 - Dag 9

In Haifa bezoeken we vandaag Adalah, een partnerorganisatie van Broederlijk Delen sinds 2009. Adalah verdedigt de rechten van Palestijnse burgers in Israël, zowel hun burgerrechten als rechten inzake land en eigendom, alsook hun socio-economische rechten.

Eén van de juridische medewerkers van Adalah vertelt ons over institutionele discriminatie in Israël. Vanaf de jaren vijftig, na de onafhankelijkheid van de staat Israël, werden verschillende wetten gestemd waarin de basisrechten, zoals het principe van gelijkheid tussen burgers, niet werden gerespecteerd. Een bekend voorbeeld van zo’n discriminerende wet is de ‘Absentee Property Law’ (wet op de eigendom van de afwezigen). Volgens deze wet uit 1950 werden de huizen van Palestijnen die hun eigendom “achterlieten” eigendom van de staat Israël, zonder compensatie of verwittiging aan de eigenaars. De Absentee Property Law werd in het leven geroepen om het land te onteigenen van de vele Palestijnen die hun huis ontvluchtten in 1948. Het absurde hieraan is dat Palestijnen moesten vluchten voor het geweld, of dat hun eigendom werd afgezet door militairen waardoor ze er niet bij konden.

Adalah verzamelt dergelijke getuigenissen, documenteert ze en klaagt ze aan bij het gerecht. Ze winnen zelden zaken, maar ze gebruiken de tegenargumenten dan weer om volgende rechtszaken nog sterker op te bouwen.

In 1948 werden meer dan 500 Palestijnse dorpen vernietigd. Israël bouwde sindsdien reeds meer dan 700 volledig nieuwe dorpen voor joodse burgers en geen enkele voor Palestijnse burgers. Het is ook zeer moeilijk voor Palestijnse burgers om een bouwvergunning te verkrijgen. Het toekennen van een bouwvergunning gebeurt op basis van een ‘Masterplan’, wat wij een ‘ruimtelijk ordeningsplan’ noemen. Er is echter enkel een oud masterplan dat nooit werd herzien en niet tegemoet komt aan de huidige noden van de Palestijnse gemeenschappen in Israël. Op basis van dit oude plan worden bouwaanvragen van Palestijnen systematisch geweigerd. Het gevolg is dat veel huizen illegaal gebouwd worden. Daardoor kan Israël op zijn beurt vernielingen en afbraken rechtvaardigen.

Met wat de ‘Nakba-wet’ wordt genoemd, probeert Israël zelfs de geesten van mensen te controleren. De zogenaamde ‘Nakba-wet’ is een wet die de fondsen aan banden legt van organisaties die de Nakba herdenken. Ook voor het liken van bepaalde zaken op Facebook kun je hier in de gevangenis terechtkomen. Adalah, net als andere partnerorganisaties van Broederlijk Delen, wordt meer en meer geviseerd door de Israëlische overheid. Het wordt steeds moeilijker om hier in dit politieke klimaat als NGO te blijven functioneren.

Of internationale druk kan helpen? Adalah werkt vooral nationaal maar heeft wel een internationaal netwerk. Internationaal wordt volgens Adalah te veel individueel gefocust op Gaza en de Westelijke Jordaanoever. De medewerker die ons toespreekt wijst op de totaliteit van het regime. De bezetting moet beëindigd worden. Maar daarmee zal het gehele probleem niet worden opgelost. Niet zolang Palestijnse burgers van Israël leven in een staat waar joodse burgers systematisch bevoorrecht worden.

Het is moeilijk om aan het einde van deze reis neutraal te blijven. Maar de professor van de Universiteit van Haifa, van wie we deze namiddag een lezing bijwoonden, eindigde zijn college met twee mooie liederen: het officieuze volkslied van de Palestijnen, ‘Mawtini’ (mijn vaderland), en een oud joods volkslied, ‘Shir HaEmek’ (lied van de vallei).

Later op de dag deden we nog een wandeling door Haifa, de stad waar in 1948 erg zwaar werd gevochten en duizenden Palestijnen vluchtten of omkwamen. De gids toonde ons enkele overblijfselen van wat vroeger Palestijnse huizen waren. Dit deel van de stad doet denken aan de ‘spookstad’ die Hebron is. De huizen staan momenteel leeg, maar voor een deel ervan zijn er plannen om ze te renoveren en er een weldadig oord van te maken voor de ‘bohemien bourgeois’.

Hilde Ghyoot en Mieke Cuvelier

 

10 april 2018 - Dag 8

We sliepen vannacht in het ‘Couvent des Religieuses’ in Nazareth. We kregen vandaag ook de eerste regen over ons hoofd, maar het viel al bij al mee. Nazareth is een stad in Israël waar moslims en christenen wonen. Er woont slechts één jood. De stad wordt bestuurd door een communist. De kans dat huizen, gebouwd zonder de juiste vergunning, hier worden vernield, is klein.

In Tabgha, bij het Meer van Galilea, bezoeken we de Kerk van de Broodvermenigvuldiging, waar Jezus uit vijf broden en twee vissen heel veel eten zou getoverd hebben. De mand met vissen en broden ligt onder het altaar. We zien er mozaïeken uit de vierde eeuw, met flora en ooievaars - die we onderweg ook al levend tegenkwamen. Ook bananenplantages, trouwens.

Daarna bezoeken we het Kafarnaüm (ook wel het Kapernaum genoemd). Nadat Jezus uit de stad Nazareth was verdreven, verbleef hij er vaak. Deze site wordt beheerd door de Franciscanen, na een akkoord tussen Rome en Israël. Op deze site staat onder andere het huis van Petrus en een synagoge. Tevens vinden we er een ruïne, met een olijfpers, een druivenpers, en een uitgehouwen decoratie die de ark van het verbond voorstelt (maar met wielen in plaats van mensen).

Verder ontmoetten we vandaag Eitan Bronstein Aparicio. Toen hij als vijfjarige uit Argentinië in Israël aankwam, heette hij nog Claudio. Maar alle leden van de familie namen Hebreeuwse namen aan. Eitan is een joodse Israëli die de verdwenen en vernietigde Palestijnse dorpen allemaal in kaart heeft gebracht.

Eitan stelt ons voor aan een Palestijnse man die in 1941 geboren werd in het dorp Al-Lajjun. Zijn grootouders woonden er, hij ging er naar school en verbleef er tot zijn zevende. Hij vertelt ons over zijn kinderjaren, over de paarden, de waterbronnen, de bloemmolen, het busstation, de school, de moskee en de markt. Hij toont ons een kaart, met een register van welke familie waar woonde. In mei 1948 beschoten zionistische milities zijn dorp. Alle 1778 inwoners sloegen op de vlucht. Oorspronkelijk vluchtten ze naar een nabijgelegen dorp. In de gedachte dat ze maar een aantal dagen van huis zouden zijn, namen ze niets mee. Maar later moesten ze nog verder vluchten. Door het nieuws dat de Palestijnen destijds hoorden over beschietingen in en rond Haifa, raakten ze in paniek. Ze hadden immers geen wapens om zich te verdedigen. Alle huizen van het dorp al-Lajjun werden vernield. Daarna plantte het Joods Nationaal Fonds er dennenbomen op. Het voordeel van dennenbomen – exoten hier in Israël – is dat ze snel groeien. De sporen van de Palestijnse dorpen die in 1948 vernield werden, werden zo zorgvuldig uitgewist.

Een heel interessant item vandaag was ons bezoek aan het ‘Pioneer Settlement Museum’, dat een unieke kijk werpt op het leven in de ‘kibboets’. Een ‘kibboets’ is een collectieve landbouwgemeenschap. Heel wat Joden uit Oost-Europa vluchtten aan het begin van de twintigste eeuw naar de ‘Jezreel Valley’. Omdat hier voor hen individueel geen enkele mogelijkheid was om in deze streek te overleven, kwam deze unieke vorm van collectief samenleven tot stand. Vandaag zijn er in deze vallei nog 14 moshavs en 15 kibboetsen.

Een korte samenvatting van hoe het leven in een traditionele kibboets eruit zag:

  • Geld was er taboe.
  • Alles werd er gedeeld: kledij, gereedschappen, eten, etc.
  • Bij de geboorte werden kinderen door de moeder naar het ‘Children’s House’ gebracht. Daar werden alle kinderen van de kibboets grootgebracht.
  • Elke kibboets had zijn eigen uniforme kledij. Zo wist een buitenstaander meteen wie tot welke kibboets behoorde.
  • Douches werden er gedeeld. Er werden duidelijke afspraken gemaakt, bijvoorbeeld: vrouwen douchen in de voormiddag, kinderen in de namiddag en mannen douchen ’s avonds.
  • Eten gebeurde driemaal per dag in een gezamenlijke ruimte.
  • Iedereen had er zijn of haar taak, weliswaar in een wisselend systeem. Zo kon je bijvoorbeeld drie maanden werken in de wasserij en daarna drie maanden in de keuken. Wie wat deed, of de evaluatie hiervan, werd steeds collectief besproken en beslist.
  • Niet elke kibboets had zijn eigen school. Soms gebeurde het dat kinderen met paard en kar naar een ander schooltje werden gebracht.
  • Ook de toekomst van de kinderen werd collectief besproken en beslist.
  • Mannen en vrouwen leefden er op gelijke voet.

Besluit van de dag: Leven in een kibboets? Is dit een oplossing voor de toenemende onverdraagzaamheid in West-Europa? Wie weet…

Johan en Johan

 

9 april 2018 - Dag 7

’s Ochtends worden we verwelkomd door onze nieuwe gids Husam, een Palestijn uit Beit Sahour. Onderweg naar Ramallah geeft hij heel wat informatie over de streek: hij schijnt elk dorp en diens geschiedenis te kennen. Na een korte stop aan het Mausoleum van Arafat rijden we naar Nabi Saleh, waar we kennis maken met de familie Tamimi. We kijken naar een beklijvende reportage over het geweld dat Israëlische soldaten gebruiken tegen de inwoners van het dorp. Sinds het dorp werd uitgeroepen tot "gesloten militaire zone" valt het leger regelmatig huizen binnen, arresteren ze systematisch kinderen en gebruiken ze tijdens de vreedzame betogingen verschillende soorten chemisch gas. Hierdoor hebben veel inwoners van het dorp medische klachten zoals ademhalingsproblemen. Toch willen ze niet vertrekken, uit vrees dat hun land ingenomen zal worden door de bewoners van de illegale nederzetting vlakbij.

Op weg naar Nablus wijst onze gids ons op de vele nederzettingen op de toppen van de heuvels terwijl wij de prachtige omgeving bewonderen. Hij vertelt ons over het platwalsen van olijfgaarden, het vernietigen van de oogst, het besproeien van bomen met giftige vloeistof,... Dit geweld wordt vermoedelijk door de kolonisten gepleegd, terwijl het Israëlisch leger niets doet of kan doen. Burgers van Israël vallen immers onder de civiele wetgeving en niet onder de militaire wetgeving, waardoor de politie zou gebeld moeten worden wanneer soldaten hen betrappen op vernielingen. Wanneer de agenten arriveren, zijn deze echter al lang verdwenen…

In Nablus worden we ontvangen door Project Hope. Deze organisatie ontstond ten tijde van de Tweede Intifada (2000-2005). Nablus werd toen volledig afgesloten van de rest van de Westelijke Jordaanoever. Hierdoor moesten vele scholen sluiten. Daarom startte Project Hope met het organiseren van activiteiten voor de kinderen in Nablus. Tot op vandaag brengen ze elke namiddag kinderen en volwassenen samen voor allerlei activiteiten die begeleid worden door een ‘tandem’ van een Palestijnse en een internationale vrijwilliger. Ze organiseren sinds 2016 jaarlijks een cultureel festival met buitenlandse artiesten en een ‘marathon’ van 10 kilometer langs verschillende checkpoints. Door mensen uit het buitenland aan te trekken, laten ze zien aan de kinderen dat ze niet vergeten worden, dat de wereld weet dat ze er zijn. Ze planten hoop...

Na een heerlijk middagmaal brengen we een bezoekje aan de binnenstad van Nablus. We worden geraakt door het feit dat joden, christenen en moslims hier vroeger vreedzaam samen leefden. De realiteit is nu heel anders. Onze gids Husam wijdt dit aan de radicalisering van het politieke spectrum aan beide kanten. We genieten van de wandeling door de markt, waar we vriendelijk onthaald worden met nieuwsgierige blikken en waar de heerlijke geuren van kruiden en Knafeh - een traditioneel, zwaar maar lekker, dessertje - onze neuzen binnenwaaien.

Op weg van Nablus naar Nazareth passeren we de stad Jenin en het Jalameh checkpoint tussen Jenin en Israël. Voor het eerst tijdens onze reis mogen we niet zomaar doorrijden. We worden tegengehouden, moeten onze valiezen ter controle voorleggen en worden bevraagd over onze motieven. Het besef dat dit voor Palestijnse burgers behoort tot de dagelijkse realiteit wakkert het rechtvaardigheidsgevoel in ons enkel verder aan.

Na het avondmaal in Nazareth luisteren we naar een emotionele getuigenis van Selwa, een 70-jarige vrouw uit het naburige Kafr Kana. Haar familie is oorspronkelijk afkomstig uit Ma’lul, een dorp in de buurt van Nazareth. Maar tijdens de Nakba in 1948 werden zij uit hun dorp verdreven. Sindsdien doet het dorp dienst als militaire basis. Dit maakt het voor Selwa onmogelijk om het graf van haar vader te bezoeken. Toch blijft de droom om ooit terug te keren naar haar dorp. Daarom houdt ze de geschiedenis en de vele verhalen over haar dorp levend. Ze dankt ons om te luisteren en vraagt ons haar verhaal en de verhalen van alle Palestijnen naar de buitenwereld te brengen. Dat doen wij met plezier: verhalen zijn er om gehoord te worden.

Linde Van Goethem en Anne Vansteelandt

 

8 april 2018 - Dag 6

“Allahu Akbar, Allahu Akbar.” 4u30, onze eerste wekker gaat af. Tijd om te gaan bidden, althans voor de moslims. Wij proberen de gebedsoproep die weerklinkt door de hele stad te negeren en draaien ons nog eens om tot het echt tijd is om op te staan.

Beeld je in. Je bent moslim, je hoort deze gebedsoproep en je gaat naar het Graf van de Aartsvaders om te bidden. Je woont al jarenlang in Hebron, hebt een gezin en bent eigenaar van een winkel. Tijdens de gebedsdienst wordt je leven plots dooreengeschud door een terroristische aanslag. De eindbalans: 29 van je stadsgenoten afgeslacht, 125 gewond. Dit is wat de Palestijnen in Hebron overkwam op 25 februari 1994. Een Israëlische kolonist veroorzaakte er een bloedbad.

Ten gevolge van deze aanslag en de daarop volgende rellen komt het Israëlische leger in actie. Jij en je gezin - en bij uitbreiding al je Palestijnse stadsgenoten - krijgen twee maand huisarrest (heel letterlijk: bijna elke dag 24 uur op 24 binnen blijven, of je bekoopt het met je leven). Na die twee maanden kom je buiten en stel je vast dat 1800 winkels in de stad, waaronder die van jou, voor onbepaalde duur gesloten zijn. De hoofdstraat, A-Shuhada, mag je niet meer betreden. Ook sommige andere straten zijn voor jou ontoegankelijk geworden. Kortom, je leven wordt lamgelegd. Waarom? Vanuit veiligheidsperspectief. De Israëlische kolonisten moeten beschermd worden tegen jou en je gemeenschap. Voor het geval jullie wraak zouden willen nemen.

Wij bezochten Hebron, een stad met momenteel ongeveer 200.000 Palestijnse inwoners en 650 Israëlische  kolonisten. Een stad met een heel complexe geschiedenis waar de aanslag in 1994 maar een fractie van uitmaakt. Wat de situatie zeker niet eenvoudiger maakt, is dat het de enige Palestijnse stad is met illegale nederzettingen, niet naast, maar midden in de stad. De Palestijnen en Israëlische kolonisten leven letterlijk naast elkaar, op zeer gespannen voet. En dat onder het continue toeziend oog van het Israëlische leger.

Onze gids is een ex-scherpschutter van het Israëlische leger. Hij is aangesloten bij Breaking the Silence, een organisatie die getuigenissen verzamelt en publiceert van ex-militairen die hun legerdienst deden in de bezette Palestijnse gebieden. Ze willen mensen bewust maken van de onrechtvaardige en onmenselijke dagelijkse realiteit in de bezette gebieden. Een realiteit die in Hebron betekent dat Palestijnen een deel van hun stad al jarenlang niet mogen betreden, dat kolonisten soms een Palestijns huis - dat noodgedwongen leeg staat - innemen en dat Palestijnen die wel nog in hun huis wonen soms een hele berg afval voor hun voordeur vinden, daar heel gericht achtergelaten door kolonisten. De kolonisten schuimen vaak zwaarbewapend de stad af, terwijl Palestijnen soms urenlang onderweg zijn om een familielid dat enkele honderden meters verder woont te bezoeken. Dit niet alleen omdat heel wat wegen voor hen ontoegankelijk zijn, maar ook omdat er veel checkpoints zijn midden in de stad waar de Palestijnse inwoners van Hebron soms lang moeten wachten voor ze verder mogen. Zelfs een hoogzwangere Palestijnse vrouw is niet zeker dat ze tijdig door de checkpoints raakt als ze dringend naar het ziekenhuis moet.

Dit alles veranderde een deel van Hebron in een soort spookstad. Wij verkenden dit gedeelte samen met onze gids. Gedurende heel onze wandeling werden we op de voet gevolgd door een grenspolitietruck. Dit blijkt ter bescherming van onze gids te zijn, want de kolonisten zien de ex-militairen van Breaking the Silence niet graag komen: zij geven te veel informatie vrij die de kolonisten liever verborgen houden. Dit was een bezoek dat we niet snel zullen vergeten.

Na een rit van slechts anderhalf uur kwamen we vervolgens in een totaal andere wereld terecht: het mondaine Tel Aviv. Maar we hebben ook de iets minder mondaine buurten van de stad mogen verkennen. Dit deden we onder begeleiding van Rutie van Windows for Peace - Channels for communication, een groepering van joodse en Palestijnse burgers van Israël en Palestijnen uit de bezette gebieden die mensen bewust wil maken van het verleden en het heden. Zo willen ze hun medeburgers opnieuw laten geloven in een vreedzame toekomst.

Ook wij leren bij. Wist je bijvoorbeeld dat er utra-orthodoxe, orthodoxe, conservatieve, gereformeerde en seculiere joodse Israëli’s zijn? Maar ook Ashkenazim, Mizrachim, Russische en Ethiopische joden? Arme en rijke, jonge en minder jonge, linkse en rechtse, joden geboren in Israël, joden niet geboren in Israël, enzovoort. Rutie schetste de complexiteit van de Israëlische samenleving perfect. Deze diversiteit heeft als gevolg dat er in dit land heel uiteenlopende politieke ideeën bestaan en verschillende visies over wat wenselijk is voor het grondgebied van Israël en Palestina. Zoals Rutie het verwoordde: “Where you have 10 Jews, you have 12 opinions.”

Maar wat voor velen wel opgaat is dat ze een gemeenschappelijke geschiedenis van trauma delen. Een boodschap die Rutie - zelf ook een joodse - wil uitdragen, is dat de Israëlische maatschappij moet leren omgaan met dit trauma. Niet door de vijanden te bevechten, wel door te zoeken hoe iedereen vreedzaam kan samenleven. Een idee dat (nog?) niet door iedereen gevolgd wordt. Maar om af te sluiten met een hoopvol citaat van Rutie: “People can change!”

Inge Vanderstraeten en Ariadne Frangi

 

7 april 2018 - Dag 5

Vandaag was een dag vol ontspanning en plezier. Na het ontbijt reden we door de woestijn van Judea richting de oostelijke kant van de Westelijke Jordaanoever, met als eerste bestemming Jericho. Onderweg zagen we heel wat bedoeïenenkampen en maakten we een stop op zeeniveau om uitgebreid het mooie woestijnlandschap te fotograferen. We zetten verder richting Jericho, de langst continu bewoonde en laagst gelegen stad ter wereld. Ondanks het feit dat de hele weg naar Jericho in de C-zone ligt, bevindt Jericho zich in de A-zone. Bij het binnenrijden van de stad werden we hieraan herinnerd via waarschuwingsborden langs weerzijden van de weg die stellen dat het gevaarlijk en verboden is voor Israëli’s om deze zone binnen te rijden.

In de vruchtbare oase Jericho, ook wel de ‘Stad van de Maan’ genoemd, worden ontzettend veel groenten en fruit geteeld. Onze eerste stop was de ‘Sycamore Tree’: de boom uit het verhaal van Zacheüs. Hierna bezochten we Tell es-Sultan, waar we ruïnes uit verschillende tijdperken bekeken, en waar tot op heden de oudste structuur ter wereld staat. Leuk weetje: hier bevindt zich de laagste kabelbaan ter wereld. De stad wist hiermee een plaatsje in het Guinness Book of Recordste bemachtigen. Jericho is een stad die records weet te breken! 

Vanuit Jericho reden we verder richting de Dode Zee. Onderweg maakten we twee stops. De eerste stop is de plek waar Johannes Jezus zou gedoopt hebben. Daar konden we met onze voeten even afkoeling zoeken in de Jordaan, die jaarlijks ongeveer 1 meter zakt. De site is gelegen in militair gebied dus we moesten noodzakelijk via een checkpoint passeren en ons strikt houden aan de wegrestricties om niet per ongeluk op een mijn te stappen. 

De tweede stop was Qumran, een Israëlisch ‘nationaal park’ in de C-zone. Het is gelegen op Palestijns gebied dat nu onder volledige controle van Israël staat. Door nationale parken aan te leggen voorkomt Israël dat de Palestijnen op dit gebied komen wonen. Qumran is de plek waar recent perkamentrollen van meer dan 2000 jaar oud werden teruggevonden. Op deze rollen stonden delen van het Oude Testament die werden geschreven door de Essenen. 

Na onze stops aan de Jordaan en in Qumran reden we richting de Dode Zee, de laagst gelegen plaats ter wereld, ingesloten door de Westelijke Jordaanoever en Israël in het westen en Jordanië in het Oosten. Hier konden we enthousiast onze drijfkunsten op het zout water uittesten, terwijl sommigen ervoor kozen om even op een terrasje te relaxen. Wie zich in zee waagde, gaf zichzelf een gratis huidverzorging door zich met modder in te smeren. Hierbij moesten we goed opletten om zeker geen zout water in te slikken of in de ogen te krijgen.

Na een verfrissende duik reden we richting onze eindbestemming: het bedoeïenenkamp ‘Sahari Desert Eco Tourism Palestine’. Het kamp ligt zoals de meeste bedoeïenenkampen in de C-zone. Hier wonen 18 gezinnen, samen goed voor zo’n 85 inwoners. Jameel Jahalin ontving ons en gaf eerst een woordje uitleg over het leven in het kamp en de moeilijkheden waarmee bedoeïenen in de C-zone dagelijks geconfronteerd worden. Hierna mochten we genieten van een overheerlijk avondmaal dat werd bereid in een ondergrondse oven. Ten slotte kregen we nog een korte rondleiding in het kamp. We zagen tijdens deze wandeling verschillende structuren die gebouwd werden met financiële hulp van de EU, waaronder toiletten en 10 woonblokken. Deze gefinancierde structuren zijn volgens Israël illegaal gebouwd en worden wellicht vroeg of laat afgebroken. Trots toonde Jameel hoe men ’s nachts in het geheim een weg bouwde in hun kamp. Omdat de constructie van de weg zonder vergunning gebeurde en dus volgens Israël ook illegaal is, werd de weg 30 dagen lang bedekt. Aan de overkant van de hoofdweg zagen we een Israëlische nederzetting. De aanwezigheid van de nederzetting maakt het voor de bedoeïenen zeer moeilijk om hun vee in de buurt van het kamp te laten grazen. Als ze in de buurt van de nederzetting komen, lopen ze het risico aangevallen of zelfs beschoten te worden door de inwoners van de nederzetting.

Na een lange busrit terug kwamen we veilig en wel toe in Bethlehem. Dankzij deze dag vol ontspanning zijn ieders batterijen terug opgeladen voor weer enkele dagen boordevol nieuwe informatie.

Kim en Annelies

 

6 april 2018 - Dag 4

Vandaag is het vrijdag 6 april, de dag waarop Orthodoxe Christenen Goede Vrijdag vieren. Het is tevens de laatste vrijdag van het joodse Pesachfeest. Deze twee feestdagen werden naar ons gevoel toch overschaduwd. Sinds vorige vrijdag is er onrust aan de Gazastrook. Palestijnen voeren protestacties in de aanloop van 15 mei, de dag waarop de 70ste verjaardag van de Nakba - catastrofe in het Arabisch - wordt herdacht. Deze dag markeert natuurlijk ook de 70ste verjaardag van de staat Israël. Elke vrijdag worden er protesten georganiseerd om de langdurige bezetting onder de aandacht te brengen.

De spanning is ook voelbaar in andere Palestijnse gebieden, zo ook in Ramallah waar we normaal vandaag een bezoek aan zouden brengen. We kregen het nieuws dat er heel wat moeilijkheden waren aan het checkpoint tussen Ramallah en Bethlehem, waardoor het niet aangeraden was om vandaag nog Ramallah te bezoeken.

We voelden deze spanning ook in het vluchtelingenkamp Aida, waar we een verhit vrijdaggebed konden horen. Dit vluchtelingenkamp is niet langer opgebouwd uit tenten. Doorheen de jaren is het uitgegroeid tot een heel dichtbevolkte woonwijk met bouwvallige, slechtgebouwde en zelfs vaak onveilige huizen.We gingen in het kamp op bezoek bij een organisatie die werkt met jongeren uit het vluchtelingenkamp. Ze bieden culturele activiteiten aan en zetten enorm in op scholing en educatie, want volgens hen is dat de enige manier om hun leven positief te kunnen veranderen.

In het kamp hebben de inwoners te kampen met heel wat problemen. Zo is er een beperkte toevoer aan water en is er ook heel weinig elektriciteit. In het vluchtelingenkamp moeten mensen vooral rekenen op financiële steun van het VN-agentschap UNRWA. UNRWA kampt al jarenlang met een structureel budgettair tekort. Door een zware terugschroeving van de financiële bijdrage van de VS moeten zij het nu plots met veel minder middelen stellen. Als er niet snel een oplossing komt, zullen ze reeds vanaf mei niet meer kunnen voorzien in de basisrechten van deze mensen, die nu al in een zeer precaire situatie leven. Onder andere komt ook het onderwijs in het gedrang, aangezien leerkrachten niet meer betaald zullen kunnen worden.

Ook het vluchtelingenkamp is omringd door de muur, die in vele Palestijnse gebieden dominant aanwezig is. De artiest Banksy opende in Bethlehem het Walled Off Hotel, befaamd voor het slechtste uitzicht ter wereld dat uitkijkt op de muur. Deze is imposant en je merkt pas hoe hoog hij eigenlijk is wanneer je er werkelijk naast staat. De street art en politieke boodschappen stralen zowel hoop als machteloosheid uit en kleuren het straatbeeld. Zoals we al meermaals op deze reis gemerkt hebben, zijn er minstens twee verhalen: dat van de veiligheidsmuur en van de apartheidsmuur…

Onze dag sloten we toch al zingend af tijdens een sabbatviering in een gereformeerde synagoge in Jeruzalem. Dergelijke contrasten zullen we waarschijnlijk nog vaak tegenkomen tijdens deze reis.

Ama en Joke

 

5 april 2018 - Dag 3

Op deze zonnige donderdagochtend trokken we er al heel vroeg op uit om als eerste aan te komen aan Yad Vashem, een Holocaustgedenkplaats met een eigenaardige architectuur. Dit museum ziet eruit als een driehoekige tunnel waarvan de punt altijd gericht is naar het licht. Volgens onze gids Shlomo is er immers altijd hoop, en is er steeds een lichtpuntje aan het einde van de tunnel. In negen galerijen wordt de Shoah stap voor stap chronologisch toegelicht. Een bezoek aan het museum is een enorme meerwaarde met een gids die de rondleiding doorspekt met persoonlijke verhalen. Zo kregen we het verhaal van Lisa te horen, die als jong meisje in Auschwitz genitaal werd verminkt tijdens een medisch experiment van de Nazi’s. Ze ging ervan uit dat ze nooit meer kinderen zou krijgen. In de fabriek van het kamp waar ze bommen moest maken, werd ze echter verliefd op een jongeman, Ovadia. Na de bevrijding uit Auschwitz vroeg Ovadia haar ten huwelijk, ook al wist hij van haar verminking. Groot was hun verbazing toen een dokter enkele maanden na hun huwelijk vaststelde dat Lisa in verwachting was van een zoon. In de tuin van het museum bevindt zich ook de Children’s Memorial. Binnenin is er een donkere kamer die wordt verlicht door meerdere kaarsen terwijl de namen van de overleden kinderen worden voorgelezen.

Na deze aangrijpende voormiddag kwamen we even tot rust bij de zusters Maronieten in hartje Jeruzalem waar we ’s middags gingen lunchen. Na dit heerlijke middagmaal doorkruisten we de verschillende wijken van Jeruzalem. De oude stad is een lappendeken van de drie monotheïstische godsdiensten. Het bezoek aan de Tempelberg was voor ons een indrukwekkende beleving. Om te beginnen was het even zoeken naar de juiste ingang. Men kan enkel bij de Al Aqsamoskee en de Rotskoepel komen via een houten loopbrug en na een strenge controle. Een hoopje schoenen van joodse toeristen verwelkomde ons aan de controlepost. Joden trekken hun schoenen uit omdat ze niet willen stappen op het “Heiligste der Heiligen” van de in 70 na christus verwoeste tempel. Op deze plaats in de tempel werd de ark met de tien geboden bewaard. Joden willen kost wat kost vermijden dat ze op deze heilige grond wandelen met hun schoenen aan.

Aangekomen aan de Klaagmuur zagen we meteen honderden joodse families die mooi uitgedost waren voor het joodse Pesachfeest. Er werden vele selfies en foto’s genomen door deze families met de muur als achtergrond. Opeens zagen we een horde ultra-orthodoxe mannen lopen achter een witte auto die over het plein richting de Klaagmuur reed. Blijkbaar kwam er een belangrijke rabbijn aan de Klaagmuur bidden op een podium tussen de duizenden witte, plastieken tuinstoelen. Het viel ons eveneens op dat de joodse vrouwen na het bidden aan de Klaagmuur zich achterwaarts terug naar de uitgang begaven. Uit respect draaien ze nooit hun rug naar de muur.

Ook de Via Dolorosa – de lijdensweg van Christus, onderverdeeld in veertien staties – en een bezoek aan de Heilige Grafkerk stonden op onze goedgevulde planning. Er zijn zes christelijke kerkgemeenschappen die aanspraak maken op de Heilige Grafkerk. Het was er over de koppen lopen met het op handen zijnde Orthodoxe paasfeest dat een week later valt dan het katholieke paasfeest. Aan de hand van een miniatuurversie van de grot waar Jezus’ lichaam na zijn dood werd neergelegd, kregen we een beter beeld over de begraafplaats.

’s Avonds werden we gastvrij ontvangen voor het avondmaal bij Palestijnse gezinnen in Bethlehem. Dit was een boeiende, culturele uitwisseling waarbij we een beter zicht kregen op het dagelijks leven van de christelijke Palestijnen in de West Bank. Er was eten in overvloed en er werden traditionele geschenken in ontvangst genomen zoals paaseitjes, gekleurde hardgekookte eieren, een handgemaakte kerststal van olijfhout en koekjes met dadels. Deze koekjes verwijzen naar de doornenkroon van Jezus Christus. Met onze handen vol geschenken, onze buik rond gegeten en ons hart vol vreugde trokken we na een lange dag terug naar onze herberg.

Lies Debel en Marjolein Bruyndonckx

 

4 april 2018 - Dag 2

Als we door Jeruzalem rijden, worden we direct geconfronteerd met één van de vele checkpoints die de Westelijke Jordaanoever en Jeruzalem van mekaar scheiden. In het OCHA Agentschap van de Verenigde Naties, ofwel het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken, krijgen we een objectieve beschrijving van de evolutie in de Palestijnse gebieden Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Vooral de evolutie op de Westoever, die nu voor 42 procent door de Israëlische overheid militair gecontroleerd wordt, heeft ons geschokt, alsook het feit dat de vruchtbare landen in de Jordaanvallei en de kobaltwinning nabij de Dode Zee zijn geconfisqueerd door Israël.

Met een Israëlische gids van de organisatie Ir Amim hebben we een rondrit gemaakt door Jeruzalem en hebben we de nederzettingen bezocht die op strategische wijze en illegaal onder internationaal recht gebouwd zijn. Het contrast tussen de Israëlische nederzettingen en de Palestijnse dorpen is schrijnend door het gebrek aan volwaardige rechten en voorzieningen: Palestijnen in Oost-Jeruzalem betalen belastingen maar bezitten geen volwaardig burgerschap, enkel een verblijfsvergunning.

Onze picknick bij de ‘Bron van Maria’ in het dorp Ein Kerem bestaat uit een welgekomen lekker falafelbroodje. Volgens de traditie is dit het dorp waar Johannes de Doper werd geboren als zoon van Elisabeth en Zacharias. Tot 1948 was dit een Palestijns dorp, maar doordat de oorspronkelijke bevolking hun huizen moesten verlaten door de acties van de zionistische milities en uit schrik uitgemoord te worden, zoals de inwoners van het naburige dorp Deir Yassin, konden de Israëli’s beslag leggen op hun huizen. Nu zijn alle inwoners joden, op een enkele christelijke familie na.

Afsluiten doen we met een getuigenis van twee leden van de Parents Circle Family Forum, een organisatie gesteund door Broederlijk Delen. De leden zijn zowel Palestijnen als Israëli’s die door geweld van de andere bevolkingsgroep een familielid zijn verloren. Ze getuigen telkens per twee, een Palestijn en een Israëli samen, over hun verhaal en de absurditeit van het geweld in hun land.

Bernadette, Walter en Anne

 

3 april 2018 - Dag 1

30 maart 2018. Het Israëlische leger doodt 18 onbewapende Palestijnen aan de grens met Gaza in wat een vreedzaam protest had moeten zijn in de aanloop naar 70 jaar Nakba.

3 april 2018. Met zijn 26 verzamelen we in alle vroegte op de luchthaven van Zaventem. In onze handen het reisprogramma met een overzicht van alle Bijbelse plaatsen. In ons hoofd wat we werkelijk willen doen. De groep is divers, van jong tot iets ouder, van West-Vlaanderen tot de Kempen, maar één ding hebben we allemaal gemeen:  we willen begrijpen. 

Wie landt op Ben Gurion, de luchthaven van Tel Aviv voelt een zekere spanning. Aanschuiven bij de grenscontrole. Vragen en antwoorden worden gerepeteerd. Voor ons effent begeleidster Mieke het pad. Achteraan de rij worden Hilde, Betty en Frederik naar een fastlane geloodst.  Met een zachte tik wordt Frederik door zijn vrouw aangemaand om niet te openhartig te zijn.  Wat ze niet ziet, is dat achter haar een veiligheidsagent toekijkt. Even is het spannend, maar op een halfuurtje zijn we met zijn allen door de controle.

De busrit door het glooiende landschap doet op het eerste zicht niet anders aan dan een aankomst in pakweg Spanje. Tot we route 443 bereiken. Een ruime vierbaansweg voor iedereen, die niet toegankelijk is voor Palestijnen. We rijden nu door Zone C, leert gids Hani ons. Deze regio in de Westelijke Jordaanoever wordt volledig door Israël gecontroleerd. “Zien jullie die grote zwarte watervaten bovenop de huizen?” Dat heeft alles te maken met de beperking van de watervoorraad voor de Palestijnse dorpen. De lengte van de weg is bezaaid met camera’s, niet gericht op de baan, maar wel op de dorpen ernaast.

Als we het eerste checkpoint bij Jeruzalem naderen, waarschuwt Hani ons: “Dit is een militaire zone. Neem vooral géén foto’s. Anders mogen we met z’n allen van de Israëlische gastvrijheid genieten. Alleen weten we niet hoe lang die duurt en in welke zin. Door het raam kijken we in de ogen van een piepjong Israëlisch meisje, tot de tanden toe bewapend.  ViaRachel’s Checkpoint rijden we Bethlehem binnen, waar we met de scheidingsmuur mee zigzaggen tussen afbeeldingen van Palestijnse martelaren én zelfs van Trump, en waar Saint Vincents Guest House op ons wacht.

Hilde en Caroline