Eind november 2016 keurde het Colombiaanse Congres een definitief akkoord goed met de rebellenbeweging FARC. Waar staat het vredesproces zes maanden later? Een analyse.

Op 23 november 2016 was het zover: eindelijk ondertekenden president Santos en FARC-kopman Timochenko een aangepast en definitief vredesakkoord, na een referendum waarin een nipte meerderheid zich uitsprak tegen het akkoord.

Er werden verschillende aanpassingen gedaan om tegemoet te komen aan de tegenstanders van het eerste akkoord, die vonden dat de FARC er te gemakkelijk mee weg zou komen. Een week later gaven parlement en senaat hun zegen aan het tweede akkoord. Santos had toen al de Nobelprijs voor de Vrede gekregen en de ogen van de internationale gemeenschap waren op Colombia gericht.

Ondertussen is de demobilisatie van de FARC nagenoeg een feit. Een delegatie van de VN-Veiligheidsraad bezocht het land begin deze maand, om de eerste resultaten op het terrein te monitoren. De bijna 7.000 actieve strijders van de FARC verzamelden zich in 26 kampen, verspreid over het land. Daar moeten ze onder toezicht van de Verenigde Naties alle wapens inleveren tegen 1 juni, al is het onwaarschijnlijk dat deze deadline gehaald wordt.

In een volgende fase beginnen de rebellen aan een re-integratieprogramma. De VN toonden zich tevreden over de vooruitgang op het terrein en zijn nog steeds optimistisch over de slaagkansen van vrede.

Ultiem referendum: 27 mei 2018

Toch zijn er ook verschillende redenen voor bezorgdheid om de toekomst van het vredesproces en de politieke stabiliteit in het land. Zo waren er al verschillende logistieke moeilijkheden en incidenten zoals de ontvoering van een VN-medewerker door dissidente FARC-leden.

Maar bovenal wordt de implementatie van het akkoord bedreigd door een politieke machtsstrijd. Momenteel staat de regering voor de reusachtige opdracht om de verschillende grote onderdelen van het vredesakkoord om te zetten in tientallen grondwettelijke hervormingen, presidentiële decreten en bijzondere wetten. Er zijn bijvoorbeeld al wetten aangenomen over de amnestieregeling voor oorlogsmisdaden, het systeem voor overgangsjustitie en de politieke participatie van de FARC.

De politieke spanningen over de wettelijke verankering van het vredesakkoord lopen verder op naarmate de parlements- en presidentsverkiezingen van 2018 naderen.

Fundamentele en politiek uiterst gevoelige thema’s die aan de basis liggen van het jarenlange geweld, zoals rurale hervorming, de uitsluiting van minderheden, de strijd tegen corruptie en de banden van de staat met paramilitairen en drugsbendes, moeten nog behandeld worden. Bij elke stap tot hervorming of nieuwe wetgeving ligt de oppositie dwars, met op kop ex-president Uribe, de uiterst rechtse aartsrivaal van huidig president Santos en vurig tegenstander van het vredesakkoord.

De politieke spanningen over de wettelijke verankering van het vredesakkoord lopen verder op naarmate de parlements- en presidentsverkiezingen, binnen exact een jaar, naderen. Die verkiezingen worden weleens het “ultieme referendum” over het vredesakkoord genoemd. Uribe’s partij hoopt dan opnieuw de macht te kunnen grijpen. Veel senatoren en parlementsleden in het door en door corrupte Congres zijn ondertussen vooral bezig met hun eigen hachje te redden.

Op de koop toe oordeelde het Grondwettelijk Hof deze week dat het zogenaamde “fast-track”-mechanisme, dat ervoor moet zorgen dat wetten in het kader van het vredesakkoord sneller via het Congres kunnen passeren, gedeeltelijk ongrondwettelijk is. Het proces zit daardoor in een gevaarlijke impasse. FARC-topman Timochenko gaf zijn achterban vlak na de uitspraak van het Hof alvast het bevel om de verdere demobilisatie te staken tot er opnieuw wettelijke garanties komen.

Santos zelf lijkt nog steeds vastberaden om voor het einde van zijn ambtstermijn alsnog een “volledige vrede” te bereiken – ook met de kleinere rebellenbeweging ELN, waarmee de onderhandelingen werden heropgestart in Quito. Hij blijft hopen op de medewerking van het Congres. Desnoods kan hij zijn presidentiële macht gebruiken om bepaalde decreten door te drukken.

Strijd om grond woedt verder

Op het platteland, ver weg van de politieke intriges in Bogotá, lijkt de overheid ondertussen maar geen controle te krijgen over de gebieden waar de FARC de plak zwaaiden. Paramilitairen en andere gewapende groepen vullen het hiaat op dat zij achterlaten.

De strijd om grond (onder meer voor illegale mijnbouw en drugsteelt, maar ook voor grote grondstoffen- en agro-industrieprojecten) woedt in alle hevigheid verder. Nog steeds moeten vooral leiders van boerengemeenschappen, inheemsen en Afro-Colombianen het ontgelden. Terwijl het aantal slachtoffers als gevolg van het gewapend conflict tot een historisch laag niveau werd teruggebracht, steeg het aantal moorden op mensenrechtenverdedigers tot het hoogste niveau in tien jaar. Vooral milieubeschermers en activisten die opkomen voor de teruggave van land aan gemeenschappen lopen gevaar.

In 2016 waren er volgens de ngo Frontline Defenders 85 moorden op gemeenschapsleiders, vredesactivisten en andere verdedigers van mensenrechten. Dit jaar werden al minstens 25 sociale leiders om het leven gebracht. Ook partnerorganisaties van Broederlijk Delen worden met deze trieste realiteit geconfronteerd: zo werd op 19 april de inheemse leider Gerson Acosta vermoord, met wie we samenwerkten in het kader van de Broederlijk Delen-campagne van 2016.

Vooral milieubeschermers en activisten die opkomen voor de teruggave van land aan gemeenschappen lopen gevaar.

In de meeste gevallen zijn paramilitaire groepen verantwoordelijk. Hoewel ook de VN het probleem van de (neo)paramilitairen expliciet benoemen (die vaak banden hebben met economische elites en bepaalde politici), blijft de overheid ontkennen dat er een systematiek schuilgaat achter de bedreigingen en moorden.

De voorbije weken werd nogmaals duidelijk dat de Colombianen het geweld, de armoede en de corruptie beu zijn. In verschillende departementen kwamen honderdduizenden burgers op straat.

De benarde economische situatie door de lage grondstoffenprijzen, besparingen in overheidssectoren en het Odebrecht-corruptieschandaal doen de populariteit van president Santos weinig goed.

Hoeveel krediet voor vrede?

Iedereen besefte eind november dat de weg naar vrede en een ander land nog lang zou zijn. De praktijk toont na amper zes maanden dat het vredesproces de inzet blijft van een cynische machtsstrijd. Enkele cruciale vragen zijn hoe lang de voorstanders van het vredesakkoord het lokale draagvlak en vertrouwen kunnen blijven behouden, hoe daadkrachtig Santos als staatsman zal (en kan) optreden, en of de overheid erin slaagt om haar rol van overheid ook effectief in te vullen in het decennialang verwaarloosde binnenland.

Steun van de internationale gemeenschap voor het vredesproces, diplomatiek en financieel, blijft noodzakelijk.

De komende maanden, en de uitkomst van de presidentsverkiezingen in 2018 worden cruciaal voor het vredesproces. Steun van de internationale gemeenschap, diplomatiek en financieel, blijft noodzakelijk. Voor de VS is het vredesproces alvast geen prioriteit, bleek uit een recent bezoek van Santos aan de Verenigde Staten (Trump wil vooral orde op zaken stellen in Venezuela). Er is hier dan ook meer dan ooit een belangrijke rol weggelegd voor Europa.

De EU maakt juiste keuzes door haar financiële bijdrage aan het vredesproces onder meer prioritair te bestemmen voor rurale ontwikkeling in het land – de enorme ongelijkheid op het platteland is een van de fundamentele oorzaken van het conflict.

Maar de EU moet ook elke diplomatieke gelegenheid aangrijpen om de implementatie van het vredesakkoord hoog op de internationale agenda te houden - in het bijzonder duurzame plattelandsontwikkeling en de verbetering van de mensenrechtensituatie. Daarbij is beleidscoherentie essentieel. Want Europa heeft immers ook handels- en investeringsbelangen in Colombia die, als ze onvoldoende gereguleerd worden, het conflict alleen maar verder voeden.

Dit stuk verscheen ook op MO.be.